Klara in Diest

Elk jaar in mei trekt Klara naar een stad. Het cultuurnet wil dan samen met zijn luisteraars die stad ontdekken en zich drie dagen van zijn beste kant laten zien met onder andere live-programma's, concerten, straatanimatie en culturele wandelingen. De beproefde combinatie wordt dit jaar in Diest toegepast. Diest is een stad met een rijk cultuurhistorisch, militair en politiek verleden. Op het muzikale vlak is de familie Di Martinelli, die gedurende vele jaren een aantal onschatbare muziekpartituren verzamelde, een interessant uitganspunt voor de producers van Klara. Uit het ruime aanbod kan iedereen een programma samenstellen om concerten of rechtstreekse uitzendingen bij te wonen, naar een fanfare of het circus te gaan kijken, een tentoonstelling mee te pikken of het begijnhof te bezoeken. Nieuw in deze editie zijn de Mixtuur Soundscapes: de makers van Klara's laatavondprogramma 'Mixtuur' brengen zaterdag en zondag vier Diestse locaties tot leven met aangepaste klanken en geluiden en met ruimte voor uw eigen fantasie. Het slotconcert van Klara in Diest bevat muziek met een militair gebaar en een knipoog naar het huis van Oranje: de 'Piet Hein-Rapsodie' van de Nederlander Pieter van Anrooy, het ingetogen 'Oranjes beeltenis' van Peter Benoit, de 'Wilhelm Tell-Ouverture' van Rossini, de elegische 'Berceuse heroique' voor Koning Albert I van Debussy en de grandioze 'Ouverture 1812' van Peter Tsjaikofski. Norbert Nozy is solist in het saxofoonconcerto van Glazoenov en het Vlaams Radio Orkest speelt ditmaal onder leiding van Michel Tilkin. Op diverse locaties in Diest - vr 30 mei tot zo 1 juni - 013/35.32.73 of 74 Gregoriaans in Watou Van 28 mei tot 1 juni nemen 25 schola's uit 17 landen in het grensdorp Watou deel aan het achtste festival van het gregoriaans. Het succes van dit unieke driejaarlijkse festival - de vorige editie lokte meer dan 10.000 bezoekers - is opmerkelijk in een tijd dat het kerkbezoek achteruit gaat en de actuele muziek ver afstaat van de oude gregoriaanse monofonie. Toch blijken deze religieuze gezangen een bijzondere aantrekkingskracht uit te oefenen. De organisatoren wijzen vooral op de hernieuwde interesse voor spiritualiteit en voor diepere vormen van schoonheid. Omdat het gregoriaans een traditie van honderden jaren met zich meedraagt, blijft het onderzoek naar de uitvoeringswijze van de oude bronnen belangrijk. Het Festival in Watou presenteert in theorie en praktijk de nieuwste inzichten rond semiologisch onderzoek. Frater Kees Pouderoijen leidt er een colloquium en de Choralschola uit Regensburg brengt de nieuwe theorieen meteen in de praktijk. Een bijzonder boeiend aspect bij de historische ontwikkeling van het Gregoriaans is het ontstaan van afwijkende uitvoeringstradities of een eigen repertoire in diverse regio's. Tijdens het festival zullen onder meer delen uit het mozarabisch en uit het repertorium van Salzburg en Bohemen te horen zijn. Omdat de liturgie de natuurlijke bedding van het gregoriaans is, is het Festival in Watou ook een aaneenschakeling van liturgische diensten en audities. De programma's staan dit jaar in het teken van de psalmen 75 tot 150. Boeseghem - wo 28 mei, 20 uur Poperinge - do 29 mei, 10.30 uur Wervik - do 29 mei, 20 uur Watou - vr 30 mei t.e.m. zo 1 jun, vanaf 9 uur - 0478/29.23.80 DeFilharmonie DeFilharmonie brengt de laatste week van mei twee programma's in de Koningin Elisabethzaal van Antwerpen. Vooreerst is er de samenwerking met de jonge Rus Nikolai Luganski, een schitterende pianist die zijn technische meesterschap uitstekend weet te combineren met zijn muzikale creativiteit en overtuigingskracht. Als erfgenaam van de Russische pianoschool en als winnaar van de Tsjaikovskiwedstrijd lijkt het tweede pianoconcerto van Prokofjev hem op het lijf geschreven. Een dag later brengt dezelfde Filharmonie samen met de dirigent Jacek Kasprzyk enkele nationaal getinte orkestwerken: de 'Slavische dansen' van Dvorak, de 'Moldau' van Smetana en de 'Hongaarse Dansen' van Brahms zijn een voor een uitstekende voorbeelden van muziek waarin volkse muzikale elementen op een creatieve manier verwerkt werden tot een schitterend orkestwerk. Tijdens zijn jeugd speelde Brahms vaak lichte muziek en was hij begeleider van de Hongaarse violist Remenyi, zodat hij in contact kwam met onderhoudende en ontspannende zigeunermuziek. Hoewel dit populaire repertoire niets te maken heeft met de oorspronkelijke Hongaarse volksmuziek, wekte het repertoire de belangstelling van Brahms. Tussen 1854 en 1869 componeerde hij zijn twee eerste reeksen 'Hongaarse Dansen', waarvan hij het materiaal gedeeltelijk haalde uit de muziek die hij met Remenyi speelde. Brahms omkaderde de aanstekelijke melodieen met verrassende harmonieen en gevarieerde ritmes zodat hij een mengvorm tussen volks en ernstig creeerde. Deze werken die oorspronkelijk voor piano vierhandig bestemd waren, werden later ook georkestreerd. Koningin Elisabethzaal (Antwerpen) - vr 30 en za 31 mei, 20 uur - 0800/21036 (30 mei) en 03/220.82.77 (31 mei) Samenstelling: Tom EELEN