Advertentie
Advertentie

Klare taal

Voor de tweede keer in vijf jaar tijd waait een BSE-paniekgolf door Europa. Maar dit keer is de crisis niet beperkt tot Groot-Brittannië. In bijna alle lidstaten duiken steeds meer gevallen op van BSE. Ook Duitsland, dat er tot november prat op ging BSE-vrij te zijn, zijn intussen 24 dolle koeien geïdentificeerd. Zelfs Spanje en Italïë werden niet gespaard. En in Frankrijk en België leveren systematische tests steeds nieuwe gevallen van BSE op.De gevolgen blijven niet uit. De voorbije drie maanden werd in Europa 27 procent minder rundvlees gegeten dan een jaar eerder. Enkel in Groot-Brittannië, waar de dolle koe al langer bij de horens gevat is, stijgt de consumptie lichtjes. Zweden en Finland, die tot nog toe gespaard bleven van BSE-gevallen en de bijbehorende paniek, kunnen eveneens nog rund op tafel zetten. In de andere EU-lidstaten daalt het verbruik, van 20 procent in België tot 50 procent in Duitsland.Dat de consument massaal afhaakt na dit zoveelste voedselschandaal, is niet verwonderlijk. Zelfs een ordinaire bitterbal of worst lijkt bij nader toezien niet zo onschuldig als hij eruit ziet, maar kan zelfs een mogelijke haard van ernstige ziektes zijn.De politieke reactie op dit nieuwe voedselschandaal is ronduit beschamend. In plaats van klare taal over wat gevaarlijk is en wat niet, welke voorzorgsmaatregelen er gelden en welke niet, is een kakofonie van wilde suggesties en veronderstellingen de wereld ingestuurd.In België, dat toch geleerd kon hebben uit het dioxineschandaal, werd nu eens geflirt met verregaande voorzorgsmaatregelen, dan weer Europa met de vinger gewezen voor te dure en ondoordachte beslissingen. En voor het betalen van de BSE-factuur wordt de bal netjes doorgeschoven tussen gewesten, federale regering en Europa. Alsof het niet steeds dezelfde consument is, die moet betalen.In de meeste lidstaten gaan stemmen op om de landbouw dichter bij de natuur te brengen en ecologischer te gaan telen. Maar tegelijk lijkt niemand bereid die stelling daadwerkelijk door te voeren en er de politieke gevolgen van te dragen. En dat is: minder en gezonder produceren. En dus ook een heel andere financiering van de landbouw.Voor de rundvleessector betekent dit dat er een afslanking moet komen. Zelfs indien het maar om een tijdelijke vertrouwenscrisis gaat, wat weinigen denken, blijft er een overproductie van runderen op de Europese markt. Net als de overproductie in de varkenssector ook al jaren zonneklaar is, alleen al omwille van het mestprobleem.Zonder klare taal over ons voedsel komt er wellicht geen wijziging in de nieuwe verbruikspatronen van de consument. Vertrouwen geef je niet door Europa de schuld te geven of meer geld te eisen van datzelfde Europa. Wel door een landbouwsector die zich vindingrijk herschoolt en heroriënteert naar de veranderde behoeften van de verbruiker. En door een politieke overheid die met meer dan slogans voor natuurlijker voedsel over de brug komt.Kristien VAN HAVER