Advertentie
Advertentie

Kleine operatoren passen voor dure licenties

Hoge netwerkinvesteringen, dalende opbrengsten uit spraakverkeer, gezondheidsklachten omtrent gsm-gebruik en een slecht beleggersentiment zijn enkele van de talrijke zorgen die de mobiele operatoren tarten. Schaalgrootte kan de operatoren meer dan ooit helpen om aan deze problemen het hoofd te bieden. Toch mogen de kleinere mobiele operatoren niet zomaar worden genegeerd. Operatoren die zich uitsluitend richten tot Zweden, Portugal en Nederland hebben alvast geen weet van dure UMTS-licenties.Europese telecomondernemingen kunnen ruwweg onderverdeeld worden in operatoren die een pan-Europees netwerk hebben (Vodafone, Orange) of ernaar streven (Telefonica Moviles), en operatoren die zich louter concentreren op een bepaald land. Van deze laatste groep noteren er enkele op de beurs, andere zijn ontstaan door een consortium van verschillende groepen. Volgens Forrester Research zullen er tegen 2008 nog vijf grote telecomoperatoren in Europa bestaan.De op één land gerichte mobiele operatoren die op de beurs genoteerd staan, voeren reeds een beleid dat past in de pan-Europese strategie van de controlerende aandeelhouder. Vodafone heeft vier van dergelijke dochterondernemingen in Griekenland (Panafon), Nederland (Libertel), Zweden (Europolitan) en Portugal (Telecel). France Télécom (Orange) heeft een meerderheidsparticipatie in Mobistar. Het verschil in penetratiegraad, en de wijze van uitkering van UMTS-licenties vergroten het belang van de lokale situatie waarin de dochterondernemingen opereren. EuropolitanEen van de eerste op de beurs genoteerde mobiele operatoren was het Zweedse Europolitan Vodafone. Deze groep, voor 71 procent in handen van Vodafone, biedt al vanaf 1992 mobiele diensten in het thuisland aan. Europolitan is de tweede grootste operator in het thuisland na Telia, en verkreeg onlangs een UMTS-licentie op basis van een zogenaamde schoonheidswedstrijd. Dit betekent geen dure licentie, maar wel uitgebreide opgelegde netwerkinvesteringen. Europolitan zal een volledige dekking moeten garanderen, wat voor een uitgestrekt land als Zweden geen sinecure is. Bovendien werd in Zweden een licentie uitgereikt aan een vierde nieuwe operator die, om een stukje van de markt te veroveren, allicht agressieve prijsverlagingen zal moeten doorvoeren. Doordat bijna 80 procent van de Zweden reeds over een mobilofoon beschikt, is de potentiële groei bovendien beperkt. Nieuwe klanten willen weinig geld spenderen aan mobiele telefonie en maken gebruik van prepaidkaarten, wat de gemiddelde omzet per gebruiker (Average Revenue Per User of ARPU) doet afkalven. Ook de door de overheid opgelegde verlaging van de tarieven voor vast-tot-mobiel verbindingen en de hevige tarievenslag voor gewoon mobiel spraakverkeer, ondermijnen de rendabiliteit. Europolitan beantwoordt deze trend met een focus op het hogere segment van de markt (professionelen), maar dit leidt vooralsnog niet tot een stabilisatie van de ARPU. In het tweede kwartaal van het boekjaar 2000/01, daalde de ARPU met 11 procent tot 449 Zweedse kroon. Een andere tegenvaller voor Europolitan is dat de dochterondernemingen van Vodafone niet over de landsgrenzen heen mogen kijken. Voor Europolitan is dit des te pijnlijker, want de andere operatoren in de noordelijke regio namen wel deel aan de UMTS-toewijzingen in de buurlanden. Europolitan zou als Scandinavische poot van Vodafone meer waard zijn dan als een loutere Zweedse speler. Een volledige opslorping van de onderneming lijkt logisch, maar de door Vodafone duur verworven UMTS-licenties in Groot-Brittannië en Duitsland, zal een en ander niet bespoedigen. Sinds maart vorig jaar is de waarde van Europolitan met twee derde gedaald tot een koers van 87 Zweedse kroon. De introductieprijs van het aandeel einde 1994 bedroeg wel 8 Zweedse kroon.TelecelDe Portugese operator Telecel is eveneens de tweede grootste mobiele operator in het thuisland, en voor 51 procent in handen van Vodafone. Als geen ander werd Telecel het slachtoffer van de opkomst van een nieuwe mobiele speler. Nieuwkomer Optimus veroverde in een mum van tijd, en door een fikse tarievenslag, een marktaandeel van 20 procent, bijna volledig ten koste van Telecel. Net zoals Europolitan beantwoordt Telecel de tarievenslag met een focus op het betere segment in de markt. De ARPU verminderde met slechts 1 procent tot 33,6 euro in de eerste helft van het boekjaar eindigend op 30 september. Ook het marktaandeel van Telecel verminderde niet meer. De nettowinst steeg in het eerste halfjaar met 40 procent tot 54 miljoen euro. De Portugese overheid reikte de UMTS-licenties uit via een schoonheidswedstrijd, wat de kans op rendabele UMTS-activiteiten - ondanks de komst van een vierde mobiele operator - verhoogt. De koers bereikte begin dit jaar een dieptepunt op 11,5 euro, 56 procent minder is dan de hoogste koers die ooit was bereikt, maar veerde de laatste weken opnieuw op tot 14,4 euro. MobistarTerwijl Telecel en Europolitan reeds actief zijn sinds 1992, startte Mobistar zijn operaties in België pas in 1996. Het gevolg van de vroege levensfase waarin Mobistar zich bevindt, is dat het vooralsnog geen winst kan voorleggen, wat in het huidige klimaat door de belegger niet echt gesmaakt wordt. De gemiddelde verwachte jaarlijkse groeivoet van de Ebitda (bedrijfscashflow) van 2000 tot 2003 ligt dan weer met 64 procent dubbel zo hoog als het Europees gemiddelde. Ook de huidige penetratiegraad van slechts 55 procent, betekent voor Mobistar een grotere potentiële marktgroei. Voorlopig blijft het groeiverhaal van Mobistar, waarin France Telecom voor 51 procent participeert, intact. Einde vorig jaar telde Mobistar 1,8 miljoen abonnees, een stijging van 73 procent met het jaar voordien. Toch zijn er onzekerheden rondom Mobistar. In tegenstelling tot Zweden en Portugal is België happig om met de uitreiking van de UMTS-licenties een vette slag te slaan door middel van een veiling. Deze veiling werd reeds verscheidene malen uitgesteld en zou volgens de laatste berichten op 7 maart beginnen. Bovendien zullen vier licenties worden uitgereikt, wat betekent dat Mobistar met een nieuwe concurrent zal worden opgezadeld. Wat de kostprijs van de licentie ook zal worden, een kapitaalverhoging is sowieso aangewezen voor de financiering ervan. Aan Mobistar hangt ook een flink overnametintje. Door de acquisitie van Orange door France Télécom en de geplande beursnotering van deze mobiele poot lijkt een aparte beursnotering van Mobistar weinig zinvol. De vraag is wel hoe groot de overnamepremie zal zijn die France Télécom wilt neertellen gezien het huidige onzekere financieringsklimaat, en het feit dat het reeds de controle heeft over Mobistar. LibertelLibertel Vodafone is ongetwijfeld een van de meest populaire Europese smallcaps in de telecomsector. Libertel opereert in een zeer competitieve markt van vijf operatoren, maar kon niettemin zijn positie als de tweede grootste mobiele operator behouden en telt momenteel meer dan drie miljoen abonnees. Met een naar Europese normen vrij hoge penetratiegraad gaat Libertel niet op zoek naar de laatste, weinig rendabele klanten. Libertel wil in de eerste plaats de rendabiliteit van de bestaande klanten verhogen door een focus naar klanten in het hogere segment zoals multinationals en KMOs. Over het eerste halfjaar van het boekjaar eindigend op 30 september 2000, steeg de nettowinst met 36 procent tot 26 miljoen euro. Net zoals bij Mobistar ligt de verwachte jaarlijkse winstgroei tot 2003 hoger dan het Europees gemiddelde. Een grote meevaller is verder dat de UMTS-licentie door een geflopt veilingproces goedkoop kon worden verkregen, wat de kans op rendabele UMTS diensten vergroot. Bovendien profiteert Libertel, net zoals Telecel en Europolitan, van de schaalvoordelen van Vodafone zoals een betere onderhandelingspositie met gsm-producenten, goedkopere financiering en voordelige verbindingen met het buitenland (roaming). Libertel maakt tevens deel uit van de mobiele portal Vizzavi, het samenwerkingsverband tussen Vodafone en Vivendi Universal. Met een koers van 11,8 euro bevindt het aandeel zich evenwel 43 procent onder de introductieprijs van juni 1999. Hoger risicoIn vergelijking met grote mobiele operatoren zoals Vodafone of Telefonica Moviles, is het investeren in operatoren die op één land gericht zijn risicovoller. Landspecifieke factoren kunnen tot een zware koersval van de operator zorgen. Doordat Telecel niet goed kon reageren op de komst van de nieuwe operator Optimus, was het een van de weinige telecomoperatoren die in 1999 geen positief koersverloop konden voorleggen. De koers van Mobilcom, die als kersvers netwerkuitbater in Duitsland UMTS-diensten zal aanbieden, is dan weer ineengestort door de extreem hoge kostprijs van de UMTS-licentie. Bovendien kampen de kleinere operatoren op de beurs met een lauwe beleggersaandacht en een geringe liquiditeit die voor een blijvend durende discount zorgen ten opzichte van de grotere spelers. Het investeren in dergelijke Europese smallcaps is dan ook enkel weggelegd voor de geduldige belegger. Christophe DE RIJCKE