Advertentie
Advertentie

KMO mag meedoen aan Europees sociaal overleg

Eind vorige week sloten de Europese werkgeversfederatie Unice en de Union Européenne de l'artisanat et des petites et moyennes entreprises (UEAPME) een akkoord dat de UEAPME en daarmee ook het midden- en kleinbedrijf rechtstreeks toegang geeft tot het Europees sociaal overleg. Het 'Protocol van Baden' van eind september 1998 waarin gepleit werd voor rechtstreekse deelneming van een aparte KMO-delegatie aan het Europees sociaal overleg, lijkt sneller dan verwacht resultaat te hebben.Tijdens het Europese rondetafelgesprek over de Europese KMO, dat op 21 september in het Oostenrijkse Baden plaatsvond, werd overeenstemming bereikt tussen vertegenwoordigers van de Europese KMO-ministers en diverse Europese werkgevers- en middenstandsorganisaties over een aantal kernthema's van een toekomstig KMO-beleid. De verbetering van de sociale dialoog was een van die thema's. De resultaten werden opgenomen in het 'Protocol van Baden' (KMO-Tijd 25 september). 'In het sociale overleg tussen werkgevers en werknemers moeten de KMO-organisaties een vaste stem krijgen, althans in die materies die voor de KMO van belang zijn', zo staat te lezen in het protocol dat ook door Unice en de UEAPME werd onderschreven. De conclusies van de rondetafel werden begin oktober voorgelegd aan de informele top van ministers van Industrie van de Europese Unie. Het akkoord van Maastricht van 1993 over de sociale dialoog waaraan de KMO's niet mogen deelnemen, behelst een consultatieve en een onderhandelingsfase. De eerste procedure bepaalt dat de Europese Commissie de KMO moet raadplegen inzake doelstellingen en concrete voorstellen. Dat overleg gebeurt langs de UEAPME. Omdat de KMO niet vertegenwoordigd is in het overleg, mogen de richtlijnen die op basis van deze beide procedures tot stand komen, in geen geval administratieve, juridische en financiële hinderpalen opwerpen voor de KMO. Als KMO's vinden dat zij toch geschaad worden, dan kunnen zij zich beroepen op de 'KMO-exceptie' uit het sociale protocol van Maastricht en naar het Europees Hof van Justitie in Luxemburg stappen. In de zaak van het ouderschapsverlof spande de UEAPME een zaak aan bij het Hof op basis van de 'KMO-exceptie', maar de organisatie ving bot omdat het Hof oordeelde dat de KMO in deze zaak afdoende was vertegenwoordigd door Unice, dat 80 tot 90 procent van de KMO zegt te vertegenwoordigen. Unice bleek in de praktijk moeilijk twee meesters (grote ondernemingen enerzijds en midden- en kleinbedrijf anderzijds) te kunnen dienen.