kolom

Hoe L!nker, hoe gekkerVrijdag 24 augustusCanvas, 22u50:L!nkTom Coninx zorgt de hele zomer met L!nk, het culturele magazine van Canvas, voor een stevige portie cultuur, met telkens drie reportages en een handvol cultuurtips. Elke week is er een boekenrubriek en ontdekt u een kunstschat uit een van onze musea.Deze week is er aandacht voor het het Museum Dr. Guislain in Gent. Het stelt werk tentoon van de schizofrene kunstenaar Willem van Genk. Daarnaast verzamelt het museum, dat gekoppeld is aan een psychiatrische instelling, sinds 1860 fotos over het leven in de psychiatrie. Met de tentoonstelling Leven in de psychiatrie anno 2001 levert Stephan Vanfleteren, fotograaf bij De Morgen, zijn bijdrage voor de museumcollectie. Tom Coninx sprak met auteur Erwin Mortier, die in het museum werkt en de teksten schreef bij het fotowerk.In zijn wekelijkse kunstrubriek bespreekt Rolf Quaghebeur deze week De marteling van de Heilige Erasmus van Dieric Bouts in de Sint-Pieterskerk in Leuven. En vlakbij het Duitse Düsseldorf ontdekt L!nk Insel Hombroich, een paradijselijk domein waar het publiek ongedwongen van kunst en natuur kan genieten. Al wandelend kom je langs kunstwerken of ga je binnen in de kunstpaviljoenen. Lopen op het gras mag en dat kinderen de beelden aanraken, vindt men er prima. De eigenaar van deze eigenzinnige cultuurtuin blijkt een echte mecenas te zijn, die kunstenaars de mogelijkheid geeft ongestoord te werken te midden van het groen.In Boek mij maar een boek praat Klara-kopstuk Chantal Pattyn over haar favoriete vakantielectuur. De mobiele muziekmakerij Naft staat garant voor een vrolijke noot op alle feesten. De initiatiefnemers kwamen op het lumineuze idee om de laadbak van een vrachtwagen (de naftmobiel) als rijdend podium te gebruiken en gingen de zomerfestivals - tot in Avignon toe - opluisteren met hun smeltkroesmuziek. Nu staat er een sociaal muziekproject op stapel met een majorettenkorps uit Kinshasa. Tom Coninx bewonderde de originaliteit en het speelplezier van deze muzikale bende.Amerikaans fotograafZaterdag 25 augustusArte, 20u15:Walker Evans - Photographies dAmériqueArte zendt een Duitse documentaire uit over de Amerikaanse fotograaf Walker Evans, een van de groten uit de fotogeschiedenis. Walker Evans werd in 1903 in Saint Louis, Missouri geboren. In 1927 begon hij te fotograferen. Met zijn fotos wou hij een objectief, neutraal, getrouw beeld van de sociale realiteit weergeven. De fotos die hij maakte in de drie jaar dat hij werkte voor de Farm Security Administration maakten hem beroemd. Van 1935 tot 1939 fotografeerde Evans de bewoners van het zuidoosten van de VS tijdens de depressie, zonder toe te geven aan enige propagandistische bedoeling. Enkele van deze fotos groeiden uit tot ware iconen van het leven in het Amerikaanse zuiden in de jaren dertig. Met schrijver James Agee maakte Evans het boek Let Us Now Praise Famous Men. In 1938 stelde hij zijn American Photographs tentoon in het Museum of Modern Art. De catalogus ervan werd het prototype voor het betere fotoboek. Van 1945 tot 1965 werkte Evans voor Time als schrijver, redacteur en fotograaf. Daarna werd hij professor aan Yale waar hij een hele generatie fotografen beïnvloedde. Evans bestempelde zijn fotowerk zelf als transcendent documentair. Hij stierf in New Haven in 1975.Franse vingervlugheidZaterdag 25 augustusArte, 23u15:Music Planet: Martial SolalDe Franse cineast Jean-Paul Fargier draaide twee jaar geleden dit portret van een van de grootste Franse pianisten, en alleszins de grootste Franse jazzpianist: Martial Solal. Als men Solal achter een piano zet, resulteert dat in een storm van ideeën, melodische en harmonische vondsten (zelf noemt hij ze bescheiden technische oplossingen) die zijn improvisaties doen gelijken op de vernuftigste composities. Dat alles ondersteund door een techniek en vingervlugheid die de meeste klassieke pianisten hem alleen kunnen benijden. Wat Solal speelt, speelde niemand ooit eerder zoals hij. Jazzgrootheden als Sidney Bechet, Django Reinhardt of Stéphane Grappelli maakten met hem hun bevreemdendste platen. Zijn filmmuziek (waaronder die voor de klassieker À bout de souffle van Jean-Luc Godard) is uniek. Solal is een van de grootste jazzimprovisatoren aan de piano, enkel te vergelijken met grootheden als Fats Waller, Art Tatum, Bud Powell, Bill Evans, of Keith Jarrett. En toch kennen weinigen buiten Frankrijk deze in Algiers geboren pianist. Hij leerde het vak in Parijs, woont nu in de banlieue en heeft zelfs geen impresario. Alles wat hem interesseert, is de piano. In de film zien wij hem spelen met enkele van de partners die zijn pianospel ten volle weten te waarderen: drummer Daniel Humair, saxofonist Lee Konitz, klarinettist en multi-instrumentalist Michel Portal.Een huppelende parelNederland 3, 21u10:Zomergasten - Youp van t HekVPROs Zomergasten is aan zijn dertiende seizoen toe. Voor wie deze televisieklassieker niet zou kennen: het is een live discussieprogramma waarin bekende Nederlanders hun favoriete televisieavond mogen samenstellen. Aan de hand van beeldfragmenten wordt de gast drie uur lang geïnterviewd. De beeldfragmenten zoeken de gasten zelf uit, benadrukt de VPRO. Slechts in uitzonderingsgevallen (wanneer fragmenten onvindbaar, onbetaalbaar of anderszins onmogelijk uit te zenden zijn) draagt de redactie alternatieven aan om de gast op nieuwe ideeën te brengen. Dat soort lang uitgesponnen televisie wordt steeds zeldzamer op de buis. Maar werken doet het: veertien dagen geleden kon men zien hoe de gehaaide zakenvrouw Sylvia Tóth moeiteloos de toch goed voorbereide Adriaan van Dis rond haar vinger wond en een erg rooskleurig beeld van zichzelf en haar carrière wist op te hangen.Zomergasten bestaat sinds 1988 en is jarenlang gepresenteerd door Peter van Ingen. Daarna volgden Freek de Jonge, Wim T. Schippers en Hanneke Groenteman. Sinds 1999 is de presentatie in handen van Adriaan van Dis. Van Dis ontving in zijn programma in de voorbije weken al schrijfster Mensje van Keulen, Sylvia Tóth, en het journalistenduo Barend & van Dorp. Deze week is cabaretier Youp van t Hek aan de beurt en de reeks besluit met schrijver Martin Bril.Vorig jaar al publiceerde Youp van t Hek een verlanglijst van fragmenten die hij zou willen zien als Van Dis hem zou uitnodigen als Zomergast. Maar mij vraagt hij niet, verzuchtte hij in de VARA-gids. Schijnbaar heeft het geholpen. De cabaretier/columnist, wiens pen even scherp is als zijn tong, laat fragmenten zien van zijn helden Wim Sonneveld en Toon Hermans, maar ook de nieuwe generatie cabaretiers komt aan bod. voorts veel muziek: Jacques Brel zingt Ne Me Quitte Pas en pianist Alfred Brendel speelt een stuk van Beethoven. Als bewonderaar van de actrice Simone Signoret, koos Van t Hek een scene uit de film La Vie Devant Soi.Youp van t Hek werd op 28 februari 1954 in Naarden geboren als Joep (Joseph Jacobus Maria) van t Hek. Hij was het zevende, op één na jongste kind van Amsterdamse ouders. Vader, directeur van een beleggingsmaatschappij, was een groot operaliefhebber. Maar ook het vaderlands cabaret was rijkelijk vertegenwoordigd in zijn platencollectie. Joep draaide deze platen van Wim Sonneveld, Wim Kan en Toon Hermans grijs en zag zichzelf al in een volle schouwburg opkomen. Hij schreef schriften vol met zijn eerste liedjes en conferences, maar toen hij van de lagere school af kwam, had hij een ander toekomstplan: hij wou priester worden. Hij maakte het eerste jaar Klein Seminarie echter niet af: te lastig, te grote bek, te veel heimwee. Hierna volgden verschillende middelbare scholen, maar ook daar werd hij voortijdig weggestuurd. Toen hij zestien jaar oud was, had hij het nog maar geschopt tot de tweede klas mavo. De Naardense Ministerparkschool wou het nog wel met de lastpost proberen. De strenge aanpak hielp hem zijn diploma te halen. Maar wat belangrijker is: hier startte zijn carrière als schrijver en speler. Hij werd hoofdredacteur van de schoolkrant, maakte daarvoor interviews met bekende Nederlanders en schreef paginas vol met grappen en verzinsels. En hij leidde het schoolcabaret, waarvoor hij zowat het hele programma bedacht. Twee avonden achtereen trad hij op voor een zaal van vijfhonderd mensen. Dat gaf hem een kick en veel zelfvertrouwen. Hij wist dat de tijd rijp was om zich verder te bekwamen, met als voorbeelden Toon Hermans, Wim Sonneveld en vooral Wim Kan.Hij belde het Hilversumse impresariaat Lumen, vertelde dat hij 17 jaar was en cabaretier wou worden. Hij wilde weten hoe hij dat moest aanpakken. Hij mocht een week mee op tournee met Fons Jansen. In 1973 werd Joep Youp: een vriendin voegde met een viltstift de letter p toe aan de tekst We help you op zijn t-shirt. Sinds die dag schreef hij zijn naam nooit meer anders. Hij verhuisde naar Amsterdam en trad op in schoolaulas met zijn eerste programma Your Youp for You. In het najaar richtte hij Cabaret NAR op, samen met onder anderen zijn vriendin Debby Petter. In 1976 verliet zij het groepje en de cabaretier, om pas halverwege de jaren tachtig weer in zijn leven terug te keren. Ze is behalve bekende Nederlander (o.m. als presentatrice van het NOS-journaal) ook de moeder van hun twee kinderen.NAR speelde, in wisselende samenstellingen en met Youp van t Hek als constante factor, zijn programmas in buurthuizen en jeugdsociëteiten en in zelf gehuurde achterafzaaltjes. Er zat vaak net genoeg publiek om uit de kosten te komen. Om te leven en weer nieuwe optredens te financieren, had Youp allerlei baantjes. Zo werkte hij als ontbijtkelner en copywriter, maar ook als kantoorklerk. De afkeer van het saaie, risicoloze kantoorbestaan een vast motief in al zijn shows dankt hij aan die periode.Naam maakte het groepje pas vanaf het vijfde programma, in 1977. De eerste recensies kwamen en de eerste aanbiedingen van cabaretpodia. Impresariaat Lumen nam in 1979 de zakelijke leiding op zich en ging ook financieel in de programmas investeren. Van t Hek kon het zich permitteren te stoppen met allerlei bijbaantjes om in zijn levens- en cabaretonderhoud te voorzien. De doorbraak kwam in 1983 met Man vermist, het achtste en laatste NAR-programma, eigenlijk al een verkapte solovoorstelling. Daarna ging het snel met Van t Heks carrière en na tien magere jaren volgden alleen maar vette. Dat succes dankt hij bovenal aan de thematiek van die solovoorstellingen en de humoristische en steeds persoonlijker wijze waarop hij zijn onderwerpen aan de orde stelt. Zijn stellingname en zijn sociale betrokkenheid tonen duidelijk aan dat hij zelf behoort tot die kritische, progressieve bevolkingsgroep. Maar qua thematiek grijpt hij ook steeds een laag dieper, naar veel universelere onderwerpen: het verliezen van de idealen van je jeugd, de verburgerlijking en sleur die in je volwassen leven sluipt via een te drukke baan, een te dure hypotheek, een niet altijd bijster gelukkig gezinsleven en die steeds dreigender angst voor de dood, omdat de klok nu eenmaal doortikt. In deze problematiek herkent het publiek iets van zichzelf.Van t Hek rammelt aan de lelijke decors van mensen, de rare bijzaken waar ze hun tijd mee verprutsen. Daarbij houdt hij zichzelf niet buiten schot. Maar hij bleef oprecht en integer en heeft zijn idealen niet verkwanseld. Daarom stoort het zijn publiek ook niet dat hij hun gedrag zo bespot en bekritiseert. Hij bewijst dat het mogelijk is uit het systeem te blijven en je vrijheid, je onafhankelijkheid, je idealen, je dromen te behouden. Hij die de spiegel voorhoudt, heeft bereikt waar zij voor het overgrote deel niet in slaagden.In zijn negen theatersolos en drie oudejaarsavondconferences van Verlopen en Verlaten (1984) tot en met De wereld draait door (2001) is hij steeds pregnanter gaan variëren op de fascinerende discrepantie tussen wat het maatschappelijk leven van je verwacht en wat er gebeurt als je je hart volgt. Het is het carpe-diemmotto dat ook de columns domineert die hij sinds 1983 elke zaterdag schrijft voor NRC-Handelsblad: Leef toch je leven alsof het je allerlaatste uur is. Van t Hek verrijkte de Nederlandse taal met de woorden parelteef en huppelkut en sprong in de bres voor noodlijdende theaters als de Kleine Komedie in Amsterdam en Pepijn in Den Haag.Samenstelling: Marc HOLTHOF