kolom

Erich Wolfgang Korngold - LiederDietrich Henschel (bariton), Helmut Deutsch (piano) HMC 901780Erich Wolfgang Korngold werd in 1897 geboren. Hij groeide op als muzikaal wonderkind in Wenen en werd er als componist van symfonische muziek en van operas door Mahler, Strauss en Puccini bewierookt. Door de opkomst van het nazisme moest Korngold zijn geboorteland verlaten en trok hij naar Los Angeles waar hij een van de pioniers van de filmmuziek werd. Zijn terugkeer naar Europa na de oorlog werd geen succes. Korngold stierf in Hollywood op 60-jarige leeftijd. Zijn kamermuziek bleef lange tijd onderbelicht, maar onder meer Anne Sofie von Otter en Bengt Forsberg brachten de instrumentale kamermuziek en de liederen drie jaar geleden opnieuw onder de aandacht. Ditmaal is het de bariton Dietrich Henschel die zich samen met pianist Helmut Deutsch in het liedrepertoire van Korngold verdiept, wat opnieuw een rijke oogst opleverde. Net als Von Otter koos Henschel voor de Vier Lieder des Abschieds (opus 14), met onder meer het beklijvende lied Mond, so gehst du wieder auf, zonder meer een van de hoogtepunten van Korngolds liedoeuvre. Korngold staat telkens garant voor geraffineerde liedkunst, gekenmerkt door een verstrengeling van tekst en muziek. De teksten van de 12-delige cyclus opus 5 So Gott und Papa will zijn van Eichendorff, en een andere keer schreef Korngold de tekst ook zelf zoals in het humoristisch-ironische Die Gansleber im Hause Duschnitz. Dietrich Henschel baant zich al zingend en acterend een weg doorheen dit niet te versmaden liedrepertoire. Met een karaktervolle en expressieve stem creëert Henschel samen met een attente Helmut Deutsch een verrassend en gevarieerd liedrecital. (TE)SchubertKlaviersonate D 959 Liederen Leif Ove Andsnes (piano), Ian Bostridge (tenor) EMI 557266 2Alfred Brendel typeerde Schubert ooit als een slaapwandelaar. De Noorse pianist Leif Ove Andsnes voelt zich naar eigen zeggen veel meer verwant met Schuberts dromerigheid dan met de directheid van Beethoven. Hoe goed Andsnes Schuberts klaviermuziek aanvoelt, is te horen op een nieuwe opname van de Klaviersonate (D 959). Hoewel deze bekende sonate ook Beethoveniaanse trekken heeft, beklemtoont Andsnes veeleer de poëtische en lyrische kant van het werk. Hij presenteert een heldere stemvoering en creëert een fabuleuze kleurenrijkdom. Toch is zijn vertolking niet louter esthetiserend. Andsnes schenkt eveneens aandacht aan de dreiging, passie en dramatiek die in deze partituur schuilen. Sedert zijn ontmoeting met tenor Ian Bostridge op zijn eigen kamermuziekfestival in het Noorse Risor koppelt Andsnes zijn opnames van de sonates met liederen van Schubert. Ditmaal staan er vier liederen op het programma op teksten van Schober, Pichler, Rellstab en Leitner. Muzikale verbanden tussen de liederen en de pianosonate zijn legio, en de combinatie van vocale en instrumentale lyriek zorgt bovendien voor wat afwisseling. In het lied Auf dem Strom worden stem en piano bovendien aangevuld met een betoverende hoornsolo, hier vertolkt door Timothy Brown. Ian Bostridge bevestigt zijn reputatie als integer en vooraanstaand Schubert-vertolker. (TE)Various ArtistsWorld 2002Hemisphere/EMIWorld 2002 is de derde release van een reeks verzamel-cds die de geïnteresseerde muziekliefhebber een uiteenlopende waaier aan bands of artiesten presenteert die een opmerkelijke plaats in het wereldmuzieklandschap hebben. De man achter het project is een zekere Charlie Gillett die met The Sound Of The City een standaardwerk heeft geschreven over de geschiedenis en de evolutie van de popmuziek. Gillett benadrukt de invloed van de Afro-Amerikanen op de moderne popmuziek. Hij ging zich ook meer en meer verdiepen in wereldmuziek en de internationale verspreiding ervan. Zijn radioprogramma op BBC London is een prima afspiegeling van zijn eclectische smaak. World 2002 presenteert 37 artiesten afkomstig uit 24 landen, verspreid over heel de wereld. Na een eerste beluistering valt meteen op dat Gillett niet de meest voor de hand liggende nummers gekozen heeft. Grote namen zoals Les Negresses Vertes, Salif Keita, Ladysmith Black Mambazo, Manu Chao of Thierry Robin komen op die manier verrassend uit de hoek. Undergroundhelden zoals de Braziliaan Tom Zé of Temple Of Sound, de energieke gekte van Los De Abajo en de saudade van Mariza krijgen het gezelschap van de Tuvaanse zangeres Sainko Namtchylak, de Algerijnse protestzangeres Souad Massi of de joodse Chava Alberstein. Nieuwe bands als Gotan Project of Tinariwen zorgen voor nog wat meer avontuur op deze verdienstelijke verzamelaar. (DF)Saybia The Second You Sleep Medley Records Denmark/EMI Op Pukkelpop wist dit Deense vijftal een, door de overvloedige regenval tot de nok gevulde, clubtent van de eerste tot de laatste noot in de ban te houden. De kans is groot dat heel wat toeschouwers op 16 september - de officiële verschijningsdatum van The Second You Sleep - naar de platenboer hollen om er zich een exemplaar van dit verbluffende debuut aan te schaffen. Met de wondermooie single The Day After Tomorrow als enige referentiepunt genoot het publiek van zanger Soren Huss, wiens warme stem en superbe frasering meteen aanspreken en de songs een aanstekelijke meerwaarde verschaffen. Het organische groepsgeluid is het resultaat van een zeer eigen interpretatie van verschillende bronnen (Pink Floyd - luister maar eens naar de solo in You -, Radiohead, Coldplay) en het weidse Zweedse landschap als inspiratiebron. De dosis melancholie die Saybia in songs als Joy, Still Falling of Empty Stars onderbrengt, werkt als een balsem op de ziel. De titelsong, Snake Tongued Beast of In Spite Of toont dan weer het stevig rockende hart van de groep. Een dosis sonisch experiment vindt een onderkomen in het bevreemdende The Miracle In July. Dat de band al bijna tien jaar bestaat, hoor je aan de maturiteit van de nummers. Voor wie zijn debuut kan afsluiten met een wereldsong als The One For You - misschien wel de meest hartverscheurende en emotioneel gebrachte ballad van het jaar - is een grote toekomst weggelegd. (DF)Noa Now Universal De in 1969 in Israël geboren Noa is een vrouw die verschillende culturen in zich verenigt en daar het beste uit probeert te halen. Via haar grootouders gaan haar roots terug tot de joodse gemeenschap in Jemen. Amper twee jaar oud verhuisde ze naar de Bronx waar ze ook opgroeide. Op haar zeventiende volgde ze haar grote liefde terug naar Israël waar ze zich in het leger het muzikantenvak eigen maakte. Noa zong vaak in gevaarlijke gebieden voor jonge, vertwijfelde soldaten, ontmoette er haar muzikale partner Gil Dor en begon in alle rust aan het uitbouwen van een internationale carrière. Voor haar internationaal verspreide, titelloze debuut kreeg ze meteen productionele hulp van Pat Metheny. En Rupert Hine bood zijn diensten aan voor opvolger Calling. Het door Gil Dor geproducete Now ligt in het verlengde van Blue Touches Blue waarop haar voorliefde voor pure pop zonder al te veel weerhaken het etnische karakter naar de achtergrond verbande. Maar net die oosterse mystiek zorgde in combinatie met Amerikaans vakmanschap voor het ongrijpbare dat eerder werk zo sterk maakte. Songs als Missing Your Heart, Hawk and Sparrow - met Lokua Kanza als gastvocalist - en My Other Wing hebben het beste uit die twee werelden in zich en overtuigen het meest. Net als Motor Lullabies waarin elementen uit de dance scene geslaagd opgaan in oosterse toonladders en dito ritmes. Eye In The Sky of We klinken beduidend softer en minder geïnspireerd en zijn een weerspiegeling van een jonge moeder die haar kind voor een onzekere toekomst wil behoeden. Dat ze in We een duet aangaat met de Palestijnse zangeres Mira Awad of We Can Work It Out zeer dansbaar covert, zegt genoeg over de manier waarop ze het conflict in haar geboorteland benadert. Now is een prima popalbum met een hoopvolle boodschap maar iets te weinig avontuur. (DF)Kelly WillisEasyRykodisc/ZombaOp What I Deserve, haar debuut op het gereputeerde rootslabel Rykodisc, zong Kelly Willis naast enkele met behulp van Gary Louris van The Jayhawks neergepende traditionele countryliedjes een aantal subtiel gearrangeerde covers. Willis in Texas beter bekend als The Voice of Austin is immers niet alleen een degelijke songschrijfster, maar ook een uitstekende performer. De zangeres liet een nieuwe, aangename wind waaien door nummers van onder andere Nick Drake en Paul Westerberg. Chuck Prophet van het te vroeg opgedoekte Green On Red begeleidde haar daarbij op gitaar. Die laatste is ook op Easy van de partij. Maar omdat ze zich dit keer een pak zekerder van haar stuk voelde, beperkte ze de input van gastschrijvers tot Wait Until Dark, dat ze in het begin van de jaren negentig samen met John Leventhal schreef, en Getting To Me, een restant van de sessies met Louris. Ook de productie nam ze nu deels in eigen handen, bijgestaan door Gary Paczosa, die eerder achter de knoppen stond bij Alison Krauss (op Easy present in enkele achtergrondkoortjes), Gillian Welch en Dolly Parton. Voor wie niet vertrouwd is met het oeuvre van Willis vormt dat trio overigens een prima houvast. En hoewel de eigen composities fraai ingezongen worden en opnieuw knap gearrangeerd zijn, zorgt een uitgekiend triootje covers voor de hoogtepunten van Easy. Eerst en vooral is er een erg mooie versie van Dont Come the Cowboy With Me Sonny Jim, dat in zijn originele vorm terug te vinden is op Kite van de vorig jaar tragisch om het leven gekomen singer-songwriter Kirsty McCall. Ook Find Another Fool, oorspronkelijk van Marcia Ball en al een tijdje aanwezig in Willis liveset, en de van haar echtgenoot Bruce Robison geleende ballad What Did You Think zijn haar op het lijf geschreven. In tijden waarin country vermengd wordt met noise, beats en allerlei exotische franjes en voorvoegsels als alt. en new meekrijgt, kan deze relaxte bluegrass-countryplaat romantische zielen soelaas bieden. (TPe)V/AFals.ch fb50Fals.chOp haar website brengt het Zwitserse project fals.ch (http://fals.ch) filmpjes, teksten en MP3s in omloop van elektronische, experimentele en improvisatorische artiesten op het scherp van de snee. Die werkjes op de site terugvinden is echter geen sinecure: na gratis intekening kom je in een haast ondoordringbaar woud van verhaspelde tekens, misinformatie en valse hyperlinks te recht. Fals.ch fb50 maakt het er makkelijker op: het is een cd-rom (Mac/ PC) met MP3s en filmpjes, een compilatie met werk van de recentste 24 online updates van de webstek. Ruim dertig internationale, erg uiteenlopende artiesten onder wie Merzbow, poire_z, Koji Asano, Runzelstirn & Gurgelstock, en Pain Jerk verleenden hun medewerking, meestal in de vorm van meerdere bijdrages. Hoewel de cd-rom op 3 inch formaat is uitgegeven, staat ze voor urenlang kijk- en luisteravontuur. B.low brengt met het erg lange 2.1 het nummer duurt haast veertig minuten een hilarische en een van de knapste bijdrages. De track switcht tussen allerhande zwarte genres en filmreferenties: na een flard sobere jazzklarinetten stroomt 2.1 over in hiphopbeats en flamenco, Spaanse spoken word, disco en samples uit de themas van films als Un homme et une femme. Met Fals.ch fb 50 is verveling uitgesloten: het merendeel van de tracks haalt een hoog niveau en op het schijfje schuilen aardig wat onverwachte wendingen. Zo is bijvoorbeeld de bijdrage van Gescom een programma dat tijdelijk met je beeldscherm knoeit, geknars en geknetter incluis. (IS)Asa-Chang & JunrayJun Ray Song ChangLeaf/ LowlandsDe autodidactische tabla- en bongomeester Asa-Chang, de traditioneel geschoolde tablameester U-Zhaan en de knoppendraaier Hidehiko Urayama verdienen de kost met producerswerk in Japanse miljoenengroepen. Een aantal jaar geleden sloegen ze de handen in elkaar als Asa-Chang & Junray om hun tabla-over-spoken-word style uit te werken: een zelfbedacht genre waarmee ze de Indiase muziektraditie wilden respecteren en tegelijkertijd een geluid produceren dat Indiërs niet kunnen. Asa-Chang & Junrays muziek leeft op het snijpunt van het akoestische en het elektronische: digitale technieken worden voornamelijk ingezet om de echte instrumenten en gezangen een bovennatuurlijke kracht toe te kennen. Bij een eerste kennismaking is het resultaat verwarrend: de erg onconventionele, exotische aanpak van Asa-Chang & Junray levert soms letterlijk ongehoorde krachtstalen en klankcombinaties op. Enkele zijn te raadplegen op hun eerste album Jun Ray Song Chang, een verzameling van singlereleases die in het thuisland op groot succes mochten rekenen. Met de bloedmooie opener Hana is ontregeling meteen troef: een uitgesponnen, lichtjes aangebrande partij strijkers wordt doorprikt met knetterende tablas en Japanse staccatowoorden van zich vervlechtende man- en vrouwenstemmen. Ook in Preach en Kobana zijn tabla, respectievelijk de stem een tikje verwrongen zodat ze een erg ongebruikelijke schaduw krijgen. Die desonriëntering wordt geaccentueerd in combinatie met de eveneens vreemd aandoende basislaag: Preach dobbert op klagerige akkoorden van een fanfare, terwijl Kobana op een minimalistische mondharmonica stoelt. Jun Ray Song Chang biedt echter meer dan goedkope Babelse verwarring, het is een zorgvuldig geknede sonore ontdekkingstocht die tussen gevoelens van een lichte tristesse en ingehouden opgewektheid loopt. Een enkele keer mag er ook gefeest worden: in het felgekleurde over en weer floepende Goo-Gung-Gung danst de Chinese draak. Tot slot mag in Europa Jun Ray Song Chang al op cultsucces rekenen: een aantal grote pionnen uit het alternatieve circuit onder wie John Peel bombardeerden dit album reeds tot een van hun favorieten van het jaar. (IS)Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS