kolom

Il Trovatore van Verdi Alagna, Gheorghiu, Hampson e.a. London Voices, London Symphony Orchestra o.l.v. Antonio PappanoEMI 5 57360 2 4Antonio Pappano heeft zijn liefde voor Verdi, vooral tijdens het voorbije Verdi-jaar, met veel overtuiging met het operapubliek van de Muntschouwburg gedeeld. Door zijn inzicht in de dramatiek van deze partituren en zijn neus voor theater, raakte het publiek keer op keer in de ban van zijn uitvoeringen. Zopas verscheen een nieuwe cd van Verdis Il Trovatore onder leiding van Pappano, die ondertussen de nieuwe muziekdirecteur van Covent Garden is. Met het sterrenpaar Roberto Alagna en Angela Gheorghiu in de rollen van Manrico en Leonora beschikt Pappano over twee uitstekende solisten, waarmee hij al meermaals samenwerkte. Thomas Hampson is al even voorbeeldig in de rol van Il Conte di Luna, maar ook dankzij de prestatie van het London Symphony Orchestra, dat nu eens een mysterieuze of ingetogen stemming, dan weer een dreigende of uitbundige sfeer kan oproepen, groeit deze opname onder de bezielende leiding van Pappano uit tot een dramatisch en muzikaal hoogtepunt. (TE)ZaubernachtKurt Weill Ingrid Schmithüsen (sopraan) Ensemble Contrasts Köln o.l.v. Celso Antunes Capriccio 67 011Zaubernacht was het eerste muziektheaterwerk van Kurt Weill dat ook effectief het podium haalde. Het ontstond als kinderpantomime voor de Russische balletformatie van het Theater am Kurfürstendamm in Berlijn. In dat theater ging het werk in 1922 ook in première. Het scenario en het oorspronkelijke materiaal voor de zangeres, die slechts één lied zingt, en de 9 instrumentalisten zijn echter verloren gegaan. Onlangs werd het werk uit een onvolledige pianoreductie die destijds voor de repetities dienstdeed, gereconstrueerd door Meirion Bowen. Deze reconstructie werd door het Ensemble Contrasts Köln onder leiding van Celso Antunes meteen op cd gezet. In Zaubernacht integreert Weill fragmenten uit zijn strijkkwartet, maar ook foxtrot, wals, marsen en een can-can worden geïntegreerd. Weills belangstelling voor deze populaire dansgenres is te begrijpen vanuit zijn verbondenheid met de esthetiek van de Nieuwe Zakelijkheid, een stroming die de jonge componisten in Duitstalig Europa in de jaren 20 groepeerde. Met ongecompliceerde onderwerpen en expressiemiddelen zocht hij zijn weg naar het publiek. Tegelijk illustreert dit vroege werk Weills zoektocht naar een nieuwe operastijl. De pantomime, die ook in de stille film uit die jaren geregeld opduikt, speelt in die evolutie een belangrijke rol. Ze stelt de componist in staat om binnen het genre van het muziektheater de muziek opnieuw een zekere autonomie te verlenen. Dat maakt dat deze geslaagde muzikale reconstructie en overtuigende uitvoering ook zonder kennis van het verhaal, betekenisvol en boeiend is om te beluisteren. (TE)I MuvriniUmaniCapitol Records/EMIRaar toch dat sommige Corsicaanse gemeenten vroeger een concert van I Muvrini verboden om zogezegd de openbare orde niet te verstoren. I Muvrini ademt immers in de songs en de onlosmakelijk met de muziek verbonden poëzie de geest van Corsica uit en plukt daar twintig jaar later ook op internationaal niveau de vruchten van. Subversief kun je ze moeilijk noemen, hun boodschap is er een van wereldvrede en verdraagzaamheid. De stemmen baden diep in de betoverende Corsicaanse polyfonie en de klankkleur roept als het ware de geuren van het eiland op. De nieuwe cd Umani (betekent mensen) moet het huidige wereldsucces nog wat versterken en trekt dan ook verschillende registers open. Een samenwerking met een vreemde cultuur helpt altijd en rapper MC Solaar mag op de single Jalabad de spits afbijten terwijl de Afghaanse zangeressen Zarina en Manila zijn geloof in de waarheid harmonieuze kracht bijzetten. In een mix van Frans, Corsicaans, Bretoens, Catalaans, Occitaans, Baskisch en ook Waals (cfr. William Dunker op Erein eta joan ofte Ik zaai en ik ga voort, een song waarin verder nog plaats is voor Luz Casal) wordt de band met de aarde en het eeuwige reisthema nog sterker aangehaald en ook Stephan Eicher maakt op Un rêve pour vivre een prima beurt. Een doedelzak, vedel, accordeon of zelfs kora vinden moeiteloos een weg in een door synthesizers en gebruikelijke rockbezetting van gitaar, bas en drums vormgegeven geluidskader. De gebroeders Jean-François en Alain Bernardini stellen verder alles in het werk om hun emotionele rijkdom - zowel muzikaal als verbaal - zo toegankelijk mogelijk te maken en Umani heeft al die troeven in huis. Eind november komen ze voor drie concerten naar ons land. (DF)Aimee MannLost in SpaceSuperego/V2Het gaat de Amerikaanse singer-songwriter Aimee Mann, die zopas met Lost In Space haar vierde soloalbum uitbracht, opnieuw voor de wind. Artistiek, maar vooral carrièregewijs. Zeker als je de moeilijke bevalling van de nochtans uitstekende voorganger Bachelor No. 2 even in ogenschouw neemt: de platenfirma zag af van de release vanwege niet commercieel genoeg, Mann kocht de mastertapes zelf en bracht de plaat in eigen beheer uit via het internet. Uiteindelijk bleek een ander label toch bereid de plaat uit te brengen en kon Mann verderbouwen aan haar carrière. Na haar stappen als frontvrouw van Til Tuesday in de jaren tachtig en twee fraaie, maar geflopte soloalbums in de jaren negentig, zette ze die na een opgemerkte bijdrage aan de Magnolia-soundtrack weer op het goede spoor. Dat gebeurde middels intelligente, breekbare popliedjes, in de prille jarenzeventigtraditie van Carole King en Carly Simon. Bedachtzaam en klassiek gearrangeerde composities kregen de voorkeur op rockgetinte songs. Ook op Lost In Space figureert met Pavlovs Bell slechts één rechtgeaarde rocktrack. De andere songs zijn vakkundig opgebouwde, langzaam uitdeinende songs die muzikaal haast stuk voor stuk in het verlengde liggen van het stijlrijke Bachelor No. 2. Het palet bestaat opnieuw uit piano, akoestische gitaren en strijkers, die vaak om ter droevigst proberen te klinken. Ondanks de desolate toon van de meeste tracks slaagt Mann er in, enkele fraaie melodieën uit haar mouw te schudden: opener Humpty Dumpty steekt alvast geheid van wal, het bitterzoete refrein van This Is How It Goes (Its all about drugs / Its all about shame) krult even later heerlijk weg. Het enige minpunt is dat de frustraties en de bitterheid, die het vorige album extra spankracht gaven, deels verdwenen zijn. Maar in haar ogen wordt dat vast een pluspunt. Ook al wekken haar nummers daarmee af en toe de schijn nogal routineus voort te kabbelen. Dat laatste heeft natuurlijk eveneens te maken met Manns monotone voordracht en de daaraan aangepaste instrumentatie. Misschien zelfs met de abstractere thematiek van Lost In Space. Mann, die wanneer anderen gaan fitnessen of zwemmen boeken over psychologie leest, haalt verslaving aan als belangrijkste onderwerp. Aan de andere kant houdt die gemeenzame sfeer het album wel samen. Daarmee is Lost In Space, alhoewel iets minder sterk dan Bachelor No. 2, wel het meest samenhangende album dat de chanteuse ooit opgenomen heeft. (TPe)Liars They Threw Us All In a Trench and Stuck a Monument on TopMute/PiaSDe Liars komen uit Brooklyn en aangezien de rockscene daar sinds enige tijd weer springlevend is werd hun vorig jaar verschenen debuutalbum They Threw Us All In a Trench and Stuck a Monument on Top opnieuw uitgebracht. Bedankt daarvoor, Mute. Het spreekt boekdelen dat net deze band opgeraapt werd door het label dat ook Buzzcocks, Can en Cabaret Voltaire een contract aanbood en niet door een over crisis klagende major. De Liars klinken op hun debuut rauwer en gemener dan The Strokes ooit zullen klinken. En als we frontman Angus Andrew bezig horen kunnen we ons niet voorstellen dat hun podiumact even statisch is als die van hun gehypete collegas. Nadeel is wel dat je op They Threw Us All In a Trench and Stuck a Monument on Top harder moet graven om een deftige melodie te vinden. Maar je hebt er anderzijds ook meer genot van om tussen de vuile baslicks, de primitieve drumsound, de amechtig piepende gitaren en de niets ontziende schreeuw van Andrew de patronen van een aanstekelijke, dansbare punkrockdeun te ontdekken. Ook al liggen de voorbeelden (Stooges, Fugazi, Birthday Party) er vingerdik bovenop, het feit dat de muziek je vanuit de buik aanspreekt is een verademing. Live pleegt dit kwartet vast een aanval op je trommelvliezen, maar het moet een plezier zijn om zoveel energie zich te zien loswoelen. Met They Threw Us All In a Trench and Stuck a Monument on Top hebben de Liars een erg donkere soundtrack geschreven, bestemd voor een gestresseerde generatie jongelui. Ofwel worden deze laatsten er hoorndol van, ofwel belandt hun huidige platencollectie in de afvalbak. (TPe)Think of OneMarrakech Emballages Ensemble 3Zonk RecordsToen het Antwerpse Think of One in 1998 op studiereis vertrok naar Marokko begon een boeiende muzikale zoektocht met Marrakech als uitvalsbasis. De jonge muzikanten maakten kennis met de authentieke Gnawa, trancemuziek ontstaan in de 16de eeuw onder de slaven die in Marokko werden geïmporteerd, en BNet Houariyat, afkomstig uit de oeroude berbercultuur met een kenmerkende vraag-en-antwoordstructuur voor de zangpartijen. Drie zangeressen en een Gwana-grootmeester kwamen mee naar België, waar het Marrakech Emballages Ensemble geboren werd. Zowel de debuut-cd als de opvolger werden bijzonder gunstig onthaald, wat resulteerde in een overvolle internationale concertkalender. Voor hun derde cd gebeurden de opnames dankzij de steun van de Vlaamse Gemeenschap ter plaatse, waardoor de magische sfeer nog tastbaarder werd. Met de hulp van de Marokkaanse Shabi-superster Mustafa Bourgogne werd er in Casablanca een geschikte studio gevonden. De nieuwe songs vinden hun oorsprong in de Arabische traditionele muziek, maar werden door zanger en gitarist David Bovée - die niet langer in het Antwerps, wel in het Frans zingt - hersmolten tot trance grooves die je vaak dreigend langzaam besluipen maar evengoed wild dansend een Marrakech-cabaret binnenleiden. Voeg aan dit alles de kenmerkende percussie, de psychedelische klanken van de sentir, een driesnarige luit, en de betoverende Marokkaanse zang toe en je krijgt een cd die je een andere, haast imaginaire geluidswereld laat horen. (DF)Mr. Scruff Trouser JazzNinja Tune/ ZombaAndy Carthy of Mr. Scruff is het buitenbeentje van het Londense Ninja Tune, een label dat al twaalf jaar grossiert in hiphop en elektronische mutanten daarvan. De dj die aan de kneuterige clubscène van Manchester ontsproot, begon midden jaren negentig voor Ninja Tune singles met veelzeggende titels als Large Pies, Chicken in a Box of Camels Foot te produceren. Mr. Scruff tracht in zijn werk humor te laten prevaleren, ook al gaat hij daarmee meestal de mist in. Voorts lonkt deze jongeman voluit naar de dansvloer, maar in plaats van op een hiphopstramien te werken zoals de rest bij Ninja, breit Carthy zijn tracks naar patronen uit een catalogus van housewerken. Met Trouser Jazz, Mr. Scruffs derde album, is dat niet anders: opnieuw mikt Carthy op de dans- en lachspieren door het cartooneske te laten bovendrijven. Muzikaal rammelt het dat het een aard is, maar dat kan niet verhinderen dat bijtijds de onnozelheden van Mr. Scruff overslaan. In de vederlichte single Shrimp bijvoorbeeld: een feestelijk amalgaam van goedkope synthesizers, housebeats en trompetten-uit-het-bakje dat de campy sfeer van een bordkartonnen Benidorm-reclame ademt. Eveneens sympathiek is Sweetsmoke: een combinatie van stotterende akkoorden, pompende housebeats en riedeltjes die de mondhoeken doen rijzen. Op Trouser Jazz tracht Mr. Scruff voor het eerst ook zijn serieuze zijde te exploreren. Door bijvoorbeeld de soultour op te gaan in Come Alive, een samenspannen met het krols jankende zangeresje Nico: het levert tenenkrullende momenten op. Besluit: Mr. Scruff toont zich opnieuw enkel sterk in de aanpak waar hij bekend om werd, flinterdunne housetracks in technicolorstijl die onderhouden maar zo weer vergeten zijn. (IS)V/AIch glaube ich höre GenesungswerkGenesungswerkGenesungswerk is een jong platenlabel uit Dortmund dat sinds 1997 werk van jonge, vaak non-professionele muzikanten uitgeeft. Een muzikale strekking hangt Genesungswerk niet aan, tenminste volgens hun non-positionering als label for analog and digital sound. Elektronica met gitaardrones (de band Multer), digitaal gegenereerde kamermuziek (Kallabris), akoestische lo-fi-miniatuurtjes (n3) of musique concrète (P. Miles Bryson): Genesungswerk heeft het in huis en vertaalt die eigenheden naar een gemoedelijke popcontext. Precies omwille van de mix van non-conformisme en populisme kan het label gezien worden als een schuiloord voor licht verteerbaar experiment. Na een reeks van CD-R-releases, vinylsingles en 12 inches bracht Genesungswerk recentelijk de compilatie Ich glaube ich höre Genesungswerk in omloop. Daarop leveren veertien aan het label verbonden, (nog) volslagen onbekende artiesten bijdrages: een kleurige lappendeken van blieperige elektronica op Atari en goedkoop Casio-keyboard, industriële noisescapes en bewerkte geluidsregistraties van bijvoorbeeld stationhallen. Hoewel dit schijfje niet erg verrast, torenen de tracks over de hele lijn ver boven de middelmaat uit: nergens hoeft er doorgezapt. Voorts spat het enthousiasme van de nummers en in die zin is deze compilatie vooral ook op een stilistisch niveau vergelijkbaar met The Day My Favorite Insect Died, de compilatie uit 1998 op het Duitse label Kollaps. Daaraan droegen indertijd onbekende artiesten onder wie Schneider TM, Console en Village of Savoonga bij. Ich glaube ich höre Genesungswerk bevat een paar originele tracks die in hun poppy vorm zeer makkelijk binnenglijden. Konrad Bayer bijvoorbeeld, die in het dromerig-mysterieuze Mandir Dub zijn oosterse viool over een uitspansel van straatgeluiden, zweverige synths en abrupte beats laat zweven. Of neem Multer: in Myosin destilleert hij uit het repetitief gesamplede geluid van een aangestreken lucifer, plukjes gitaar en uitgelopen synthtonen een stuwende triestheid. Ich glaube ich höre Genesungswerk vormt de uitgelezen begeleiding voor een nachtelijke wandeling in de grootstad en reveleert enkele talenten voor de nabije toekomst (verkrijgbaar via www.genesungswerk.de). (IS)Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS