kolom

Alessandro ScarlattiBella madre dei fioriCantates Maria Cristina Kiehr (sopraan) Concerto Soave o.l.v. Jean-Marc Aymes HMC 901725Alessandro Scarlatti componeerde meer dan 600 Italiaanse cantates die de machtigen van zijn tijd bijzonder konden bekoren. De verhalen van deze werken spelen zich af in de landschappen van het Middellandse Zeegebied en handelen veelal over liefde en dood van herders. Onzichtbaar, maar altijd aanwezig, zijn goden en natuurfenomenen als Amore, Venus, Primavera, Arcturus, Zon en Maan. De solozanger hanteert in deze cantates een heel arsenaal technieken als trillers, tremolos, rubatos, improvisatie en specifieke klemtonen die de tekst gestalte moeten geven. Sopraan Maria Cristina Kiehr vertolkt met Concerto Soave drie cantates van Scarlatti uit de jaren 1780 waarin deze diverse aspecten aan bod komen. Kiehr beschikt over een hele waaier vocale kwaliteiten en over voldoende inzicht in de relatie tekst-muziek, om deze subtiele barokcantates overtuigend te vertolken. Met een soepel en bescheiden stemgeluid en met het functionele gebruik van haar vocale virtuositeit, slaagt ze erin de inhoud van deze werken treffend uit te zingen en er boeiende vertellingen van te maken. (TE) NieuwjaarsconcertComposities van de familie Strauss Wiener Philharmoniker o.l.v. Seiji Ozawa Philips 468 999-2De familie Strauss heeft de verdienste de wals tot de populairste dans van de 19de-eeuwse balzaal te hebben gemaakt. Bij het begin van de 19de eeuw was Wenen de walsstad bij uitstek. In grote danszalen konden duizenden dansers zich vermaken. Toen de wals elders in Europa omstreeks 1820 al aan populariteit aan het inboeten was, beleefde het genre dankzij de composities en optredens van onder meer Johann Strauss, sr., een ware Weense revival. Vanaf 1827 hadden op regelmatige Straussconcerten plaats. Na Johann Strauss dood in 1849 namen Josef en vooral Johann Strauss, jr. de fakkel over. Tijdens de jaren 1860 schreef deze laatste de muziek die het genre onsterfelijk zou maken. Het traditionele Weense Nieuwjaarsconcert door de Wiener Philharmoniker stond ook dit jaar helemaal in het teken van de Straussmuziek met naast walsen ook marsen, polkas en de ouverture tot Die Fledermaus. Dit jaar was Seiji Ozawa de gastdirigent en hij zorgde voor virtuoze en vurige lezingen van deze gevarieerde lichtverteerbare muziek. Het spreekt voor zich dat het Weense orkest deze muziek bijzonder genegen is, en bijgevolg een enthousiaste vertolking kon neerzetten. (TE)Ramesh Shotham'Madras Special'Permission/Music & WordsDe Indiase percussionist Ramesh Shotham staat bij kenners van wereldjazz al langer bekend als een uitstekend muzikant. Met deze 'Madras Special' heeft hij alle troeven in huis om een breder publiek te bereiken. De cd zoekt een evenwicht tussen avond- en morgenland en is het relaas van een reis van Keulen naar Bombay. De songs laveren tussen jazz en wereldmuziek, tussen klassiek en improvisatie. Shotham gaat nog net een stapje verder dan het bekende Shakti-project van John McLaughlin. Shotham is al een goede twintig jaar actief in de jazzwereld en volgde ooit een tweejarige vervolmakingcursus aan de Karnataka School Of Percussion in Bangalore. Hij speelde in het verleden o.a. met Charlie Mariano, Rabih Abou Khalil, Steve Coleman of Chris Hinze. Zijn Permission-label heeft tot doel cross-overmuzikanten een platform te bieden. Charlie Mariano (sax), Rabih Abou Khalil (oud), Brad Shepik (gitaar), Zoltan Lantos (viool), Dave King (bas) en Sandhya Sanjana (zang) krijgen op deze plaat van Shotham alle ruimte om te schitteren. De relatief bescheiden positie van de percussionist in het geheel komt de kwaliteit alleen maar ten goede. Deze 'Madras Special' - Madras is de stad waar Shotham opgroeide en waar traditionele invloeden naast de meest moderne opvattingen leven - voegt klassieke Indiase ritmes, Afrikaanse beats, funk en jazz samen waardoor de grenzen tussen een raga of een jazzimprovisatie wegvallen. (DF)Sarah-Jane Morris'August'Fallen Angel/BertusSarah-Jane Morris beleefde zo'n twintig jaar geleden haar gloriemoment aan de zijde van Jimmy Sommerville toen ze voor The Communards de superhit 'Don't Leave Me This Way' inzong. Haar drie en een halve octaaf reikende stem bleef nazinderen in de charts. De homowereld haalde haar met open armen binnen, maar liet haar even snel weer vallen. Morris liep enkele jaren verloren maar vond redding toen ze Simply Red van vocale steun voorzag en werkte daarna samen met o.a. Paul Weller en The Jazz Renegades. Morris voelt zich het best thuis in de schemerzone tussen pop en jazz zonder de oren te sluiten voor soul, blues, funk, reggae of country. Mede daarom was het voor de gladde platenjongens aartsmoeilijk om haar 'verkooptechnisch' te plaatsen. Daarom besloot ze onlangs een eigen label op te richten - Fallen Angel - waarvan deze 'August' de eerste worp is geworden. Samen met de Amerikaanse avant-garde gitarist Marc Ribot kiest ze voor een uitgebeende cover-cd met een sterke blues- en countryachtergrond. Stem en gitaar vormen de basis, af en toe is er wat ruimte voor extra percussie, sax, een violectra of wat elektronische opsmuk. De sterkste momenten zijn haar unieke uitvoeringen van 'Don't Leave Me This Way' en 'I Can't Stand The Rain'. Ook Nick Cave's 'Into My Arms' is een kippenvelmoment, Leonard Cohens 'Chelsea Hotel' staat in haar versie in een ruige hoerenbuurt, een eigen song als het swingende 'Blind Old Friends' toont het jazzvernuft van Ribot. Curtis Mayfields 'Move On Up' geeft het soulhart van het duo bloot. Ook 'Mercy, Mercy Me' (Marvin Gaye), 'Don't Explain' (Billie Holliday) of 'Whatever Gets You Through The Night' (Lennon) blijven moeiteloos overeind. De plaat is opgenomen in amper drie dagen maar heeft een intensiteit dat je er bij momenten stil van wordt. (DF)Blue SixBeautiful TomorrowNaked Music/Astralwerks/VirginBeautiful Tomorrow is de allereerste langspeler gewijd aan één enkele artiest uit de Naked Music-catalogus. Het label dat opgericht werd in 1999, bracht eerder vooral 12 inches en compilaties aan de man. Dat lukte aardig, mede dankzij de hippe designs waarmee de deep house en downtempo grooves werden veruiterlijkt. Met het zinnenprikkelende artwork (naakte dames, wat dacht u?)werd direct ingespeeld op de sexy grooves. Het succes van compilaties als Bare Essentials en Nude Dimensions zat hem ook in het feit dat ze net iets meer bedekt hielden dan de titels lieten vermoeden. Ook muzikaal. Kijken mocht, aankomen niet. Zo voorzag Naked Music zowel de ideale soundtrack voor de chique Amerikaanse nachtclubs als voor de stijlvollere loungerooms. Blue Six is het geesteskind van Jay Denes. De eerste ep verscheen op het Wave Music-label van danceproducer François Kevorkian. Maar pas op Beautiful Tomorrow ziet Denes zijn kwaliteiten als songschrijver, producer, engineer en mixer echt verenigd. Hij verdient vooral een pluim omdat hij de volledige productie in eigen handen heeft kunnen houden. Zo voorkwam hij alvast dat zijn gesofisticeerd, met de computer samengesteld klankpalet bij voorbaat gemutileerd zou worden. De sensualiteit van de tracks zit hem vooral in de subtiliteit waarmee de raakvlakken tussen soul en deep house benaderd worden. Vooral de vocalen van maar liefst zes verschillende zangeressen bepalen de sfeer van de plaat, die trouwens zeer gemoedelijk is. Dat Beautiful Tomorrow af en toe nogal artificieel aanvoelt en na een tijdje makkelijk wegkabbelt is eerder symptomatisch voor het beoefende genre dan voor de kwaliteit van de plaat. Waarmee we eigenlijk willen zeggen dat de context waarin je dit album beluistert van cruciaal belang is voor de appreciatie. (TPe)Various ArtistsAcuarela SongsAcuarela/Bang!Thematische compilaties. Ze zijn in de door commerciële overwegingen beheerste muziekbusiness haast zo goed als verdwenen. Ook al is het concept best werkbaar. Dat bewijst Acuarela Songs, een joint venture tussen het Franse platenlabel Hinah en het Spaanse Acuarela. Het uitgangspunt was songs te verzamelen die op een of andere manier met een aquarel (waterverfschilderij) te maken hadden. In hun titel. In hun tekst. Of zelfs, in de geschetste sfeer. Als hommage aan het nu zeven jaar oude onafhankelijke Spaanse label kan dat tellen. In totaal verzamelden de samenstellers 32 tracks, verdeeld over twee cds. Het betreft overwegend nooit eerder verschenen werk van o.a. - we citeren de bekendste bands en performers - Mark Eitzel, Paula Frazer, Dakota Suite, Howe Gelb, Matt Ward, For Stars, Willard Grant Conspiracy en Mojave 3. Maar luister vooral ook naar de in deze contreien nog onontdekte stemmen, bv. van het Spaanse Aroah. Die groep beschikt met Irene Rodriguez Tremblay over een prachtige, weemoedige frontstem, getuige I Row Across a Japanese Watercolor. Nacho Vegas - de engelbewaarder van Aroah, zo lezen we op de website van Acuarela - herinnert ons er met La Ley del Feriante aan dat dit weldegelijk een Spaans initiatief is. Bemerk ook The Clientele, dat de tweede cd ingehouden, maar doeltreffend opent met een melancholische pianoballade. Sarah White, die ons qua stemtimbre doet denken aan de inmiddels vergeten songschrijfster Sherilee Dillon, zette met Camelot een gedicht uit de jaren twintig op muziek. Acuarela Songs is niet over de hele lijn een voltreffer, maar wie op zoek is naar enkele nieuwe talenten in het songschrijfvak zal er veel plezier aan beleven. (TPe)John CaleNew York in the 1960sTable of the Elements, verspreid door Lowlands.John Cale heeft zijn stempel op de hedendaagse pop- en rockmuziek gedrukt, niet zo zeer qua geluid, maar wel wat zijn attitude betreft. De muzikale positie van de Welshman die naar New York verhuisde muteerde doorheen de jaren continu: van producer (ondermeer The Stooges en Patti Smith) over soloartiest tot sideman (hij werkte met Nico, Brian Eno en voor soundtracks). Uiteraard blijft Cale het bekendste van The Velvet Underground. Grensverleggende activiteiten heeft Cale wat velen ook mogen beweren niet op zijn palmares staan. Hij is eerder een fenomeen, een gangmaker voor een nieuw type muzikant. Te extreem om van het echte commerciële succes te proeven, te belegen om zijn output oprecht innoverend te noemen. Cale deed gewoon zijn zin, musiceerde in de eerste plaats voor zichzelf en gooide het genreroer om wanneer hij het nodig vond. Precies die houding maakt hem zo eigentijds.Het Amerikaanse label Table of the Elements brengt sinds 1993 re-issues en langspelers in het improvisatorische-, minimale- of elektronicagenre. Nu brengen ze het drieluik John Cale: New York in the 1960s, uitgaven van materiaal uit de periode 1965-69. De drie platen waren eigenlijk nooit bedoeld om uitgegeven te worden. Het zijn experimenten die in de marge van La Monte Youngs Theater of Eternal Music (of The Dream Syndicate) ontstonden, jamsessies van een groep psychedelisch geïnspireerde minimalisten in het New York van de jaren zestig. Naast Cale behoorden ondermeer Tony Conrad, Angus MacLise en Marien Zazeela los-vast tot de groep. In 2000 bracht Table Of The Elements van die muzikanten Inside the Dream Syndicate Volume 1: Day of Niagara, ruwe brokken improvisatie. Naar verluidt bleven die tapes jaren in de kluizen zitten omdat La Monte Young en Conrad over de rechten ruzieden. Table of The Elements kreeg echter de opnames te pakken en drukte in beperkte versie enkele cds. Voor deze opnames zit de vork anders in de steel: La Monte Young was niet van de partij, Conrad remasterde in 2000 de originele tapes waardoor de geluidskwaliteit een pak verbeterde. Naast voornamelijk Cale (op altviool, orgel, gitaar, elektronica, elektrische piano en tapes) en Conrad (viool en zijn dondermachine) dragen ook Sterling Morrison (altviool en gitaar) Agnus MacLise (cimbalen, drums en tamboerijn) en een enkele keer Terry Jennings (sopraansax) hun improvisatorische steentje bij. Cd 1, getiteld Sun Blindness Music, zet in met een ruim drie kwartier durende mantra op elektronisch orgel: een monochroom web, onder een vet aangezette grondtoon dobberen akkoorden. De volgende tracks, Summer Heat en The Second Fortress, betreffen een erg rudimentaire improvisatie op gitaar en elektronica die op trance mikt maar eerder een vervelende tot irritante werking heeft. Meer emoties wekt Dream Interpretation los, de opener van cd 2 (Dream Interpretation: Inside The Dream Syndicate Volume II). De improvisatie tussen Cale en Conrad (op altviool en viool) stoelt op het uitspelen van één langgerekte monochrome toon, maar in dit geval krijgen de muzikanten meer nuance in hun dissonante akkoordenspectrum. Het beste materiaal werd echter voor het derde schijfje, Stainless Gamelan: Inside The Dream Syndicate Volume III gereserveerd. Ronduit schitterend is het lange At About This Time Mozart Was Dead And Joseph Conrad Was Sailing the Seven Seas Learning English waar Cale op tapes een vioolsolo van Tony Conrad sonoor deconstrueert. De versplinterde en paranoïde maalstroom van scherpe tonen klinkt als het scratchen van een psychotische deejay. Eveneens indrukwekkend is het korte After The Locust: verblindende noise afkomstig van Cale die op zijn elektrische piano ramt terwijl Conrad het onderste uit zijn dondermachine haalt.Visionair klinkt het drieluik New York in the 1960s niet. Dit blijven improvisatorische spielereien die normaliter nooit het releaselicht hadden gezien. Hun belangrijkst kwaliteit is dat ze een nostalgisch, ietwat versuikerd beeld geven van de progressieve, psychedelische en positivistische tijdsgeest van de New Yorkse Lower East Side in de sixties. (IS)Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS