Konjunktureel of struktureel infrastruktuurbeleid?

Een van de aandachtvelden in de diskussie omtrent de overheidstaak, houdt verband met het richting geven aan het sociaal-ekonomisch ontwikkelingsbeleid. Naast deze aktieve taak moet de overheid zich op passieve wijze inlaten met het op peil houden van ons gemeenschappelijk bezit (en vooral van onze kapitaalgoederen). Hierbij moet de nadruk vooral liggen op het niet laten verkommeren van wat aanwezig is. Deze dubbele taak, nl. sturen en op niveau houden, toegepast op enkele essentiële processen van onze samenleving, geeft voldoende stof aan de overheid tot beleidsvoering. Een van de verworvenheden vormt ongetwijfeld de vervoersinfrastruktuur, waarin onze gemeenschap in het verleden enorme sommen heeft geïnvesteerd. Dit is de machine die mee een aantal essentiële processen van onze samenleving op gang houdt. Het is een essentiële taak van de overheid bereikbaarheid tegen zo laag mogelijke monetaire en niet-monetaire kosten aan te bieden. Hiertoe is naast infrastruktuur ook exploitatie noodzakelijk. Het beschikbaar stellen en het sturen van dit geheel is een duur produktieproces waarbij dus uiterst voorzichtig tewerk dient gegaan.