Advertentie
Advertentie

Kortom: over de perversie van macht en geld

Het KunstenFestival des Arts wil het samenleven van Vlamingen en Franstaligen valoriseren. Het wil meehelpen aan het neerhalen van de denkbeeldige muur die tussen de gemeenschappen in onze hoofdstad loopt. Het is dus niet zo verbazend dat het Nederlandstalige theatergezelschap DitoDito samen met het Franstalige Transquinquennal, onder de noemer DDT, op het programma staan. Dit jaar brengen ze Kortom van schrijver Rudi Bekaert.Voor DitoDito is de problematiek van Brussel zelfs een hoofdlijn in de werking. In 1995 werd dit mooi neergeschreven in het door het Vlaams Theater Instituut uitgegeven boek City of Cultures. Dat werkje ontstond tijdens een gelijknamige conferentie, die op een vorige editie van het KunstenFestival des Arts plaatsvond. Hierin stellen verschillende auteurs de vraag hoe kunst een politieke rol kan opnemen. Voor de antwoorden op die vraag verwijs ik graag naar dit werkje. Het antwoord van Willy Thomas, de oprichter van DitoDito, wil ik u echter niet onthouden. Willy Thomas gaat ervan uit dat niemand in Brussel echt tevreden kan zijn met de huidige situatie (alhoewel er verbeteringen merkbaar zijn sinds 95) en dat het belangrijk is dat dit ernstig wordt genomen. Dat betekent dat je moet afstappen van de bekende paden, die de overheid voor je uitstippelt. Je moet bijvoorbeeld stoppen met denken in termen als Vlaams theaterlandschap. Een stad als Brussel moet je nemen zoals ze is, je moet willen communiceren met iedereen.Maar je moet eerst de dingen zéggen, voordat de samenwerking en de werkelijke versmelting tussen de verschillende groepen een aanvang kunnen nemen. Vandaar dat communiceren en de mogelijkheid daartoe altijd al een belangrijke plaats hadden in de werking van het gezelschap. De leden van deze groep vinden bovendien dat er heel wat schoonheid in Brussel verborgen zit en zien het als hun taak om dit naar boven te brengen. De culturele diversiteit heeft voor hen zeer duidelijk een meerwaarde en ze slagen er ook in die tot uitdrukking te brengen. Die opdracht halen ze bij Georg Büchner: Als we schoonheid niet kunnen delen, is ze misdadig en anders niets.In 1997 werkten DitoDito en Transquinquennal al samen rond een tekst van Rudi Bekaert. Toen brachten ze Ja ja maar nee nee (Frans: Ah oui ça alors là). De tekst die ze nu brengen Kortom (Frans: Enfin bref) is het tweede deel van wat ooit een trilogie moet worden, over de manier waarop mensen met elkaar omgaan, en vooral hoe ze met elkaar praten. In het eerste deel stonden het kleinburgerlijk egoïsme en het racisme centraal, in het luik dat nu op de planken wordt gebracht, gaat het om de rijke bourgeoisie en de algehele perversie van macht en geld. In Kortom zien we personages die duidelijk uit een aantal rijke families komen. De typeringen van de auteur zijn heel herkenbaar. Het zijn weliswaar vaak clichés, wat zou kunnen leiden tot een vervlakking van het stuk. Zou, want door de speelstijl van de acteurs van DDT wordt vermeden dat het stuk afglijdt naar een platkomische benadering van de problematiek van macht en geld. De acteurs spelen niet hun personage, ze tonen het publiek hun rol. Dat is een cruciaal onderscheid, want daardoor is niets vrijblijvend. Het is duidelijk dat ze iets willen losweken bij hun toeschouwers. Dat iets is wellicht de wens dat het publiek zou stilstaan bij die eigenaardige marktmechanismen die ervoor zorgen dat rijken rijker worden en armen armer, maar ook en vooral bij de sociale gevolgen hiervan zoals bijvoorbeeld de monetaire gettovorming. Inhoudelijk heeft dit stuk dus heel wat te bieden, maar vooral door de wijze waarop DDT het brengt, krijgt deze productie kracht. Jammer is wel dat niet alle acteurs even goed of altijd in deze opzet slagen. Aan het einde van de voorstelling houden vooral de persoonlijke kwaliteiten van sommige acteurs deze productie overeind. Het langzaamaan verzwakken heeft voor een groot deel ook te maken met de tekst die naar het einde toe een beetje te veel van het goede wordt. De auteur steekt de draak met cursussen zelfmotivatie en positief denken, maar doet dit tot vervelens toe. Uit het verleden weten we nochtans dat beide gezelschappen meer te vertellen hebben; maar als je eigentijds politiek theater wil maken, dan moet je dat ook durven. Uiteindelijk kun je het met één woord zeggen: die voorstelling mist wat pit.Het decor en de kostumering zijn anders wel pittig genoeg. Alle acteurs zijn in het fuchsiaroze gekleed. Vooraan op het podium staan een reeks lederen fauteuils met erachter een pluchen hellend vlak. Het is een combinatie van high culture en kitsch. Je zou het kunnen omschrijven als een goede smaak voor slechte smaak. Maar via de inhoud van de tekst hebben we hier te maken met een cynische versie daarvan. Deze voorstelling stelt veel zaken ter discussie en schiet vaak met scherp. Maar artistiek zitten er nog een aantal losse flodders tussen. SVaDe Franse versie is te zienop het KunstenFestival des Artsin het Théâtre National van21 tot 25 mei. De Nederlandse versie wordt volgend jaar uitgebreid hernomen.Inlichtingen: 02/502.24.42, ditodito@skynet.be.