Kosten en voordelen van inflatie

Sinds enkele jaren wordt het monetaire beleid in euroland gevoerd door de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB streeft hierbij een inflatie na die op middellange termijn ten hoogste 2 procent mag bedragen. Ze verdedigt deze doelstelling door te wijzen op de grote kosten die gepaard kunnen gaan met inflatie. Wat hierbij vaak vergeten wordt, is dat gematigde inflatie ook de bron kan zijn van belangrijke voordelen, zodat het rationeel wordt om een iets hogere inflatie na te streven. De conclusie van ons onderzoek is dat 3 procent een beter verdedigbare doelstelling is dan 2 procent.Wanneer we op zoek gaan naar de kosten van inflatie komen we al snel terecht bij de menukosten die veroorzaakt worden doordat inflatie ervoor zorgt dat de nominale prijzen regelmatig aangepast moeten worden indien de bedrijven hun winsten willen maximaliseren. In de praktijk gaat het hier over de kosten die gepaard gaan met het aanpassen van prijslijsten. Het is echter weinig waarschijnlijk dat deze kosten een belangrijke rol spelen zo lang de inflatie beneden de 10 tot 20 procent blijft.Een hogere inflatie veroorzaakt ook onzekerheid. Deze onzekerheid bestaat uit twee delen. Ten eerste kan een toename in de inflatie ervoor zorgen dat de economische agenten niet weten wat ze moeten verwachten van het toekomstige monetair beleid. Dit zorgt er voor dat de toekomstige evolutie van de inflatie onzeker wordt waardoor bijvoorbeeld de risicopremies bij het afsluiten van contracten toenemen en de investeringen dalen. Om dit eerste type onzekerheid tot een minimum te beperken is het belangrijk dat men bij het voeren van het monetaire beleid continuïteit, transparantie en geloofwaardigheid nastreeft. Uit de organisatie van de ECB kunnen we afleiden dat dit in euroland effectief gebeurt.Zoals reeds aangehaald zullen bedrijven hun prijzen wijzigen in een omgeving van inflatie. Wanneer ze dit allemaal op verschillende ogenblikken doen, ontstaan er bij de consumenten onzekerheid over de relatieve prijzen tussen bedrijven. De kosten die inflatie veroorzaakt door onzekerheid te creëren lijken groot te zijn, maar ook hier moeten we erop wijzen dat deze gevolgen miniem zullen zijn zolang de inflatie voldoende laag blijft. Het is bijvoorbeeld niet realistisch dat de nominale prijzen hun signaalfunctie naar de consument toe verliezen wanneer de jaarlijkse inflatie 5 procent bedraagt.Een laatste last van inflatie ontstaat door de interactie tussen inflatie en de gangbare belastingssystemen die zich baseren op nominale bedragen. Zo mag men enkel afschrijven op basis van de aanschaffingswaarde van een actief. Toch moet erop gewezen worden dat deze last strikt genomen niet veroorzaakt wordt door inflatie, maar wel door het belastingsysteem. Een hervorming van het belastingsysteem - en in het bijzonder de indexering van het belastingsysteem - lijkt hier dus meer aangewezen dan een bestrijding van de inflatie.Tegenover al de kosten die inflatie met zich meebrengt staan echter ook enkele belangrijke voordelen. Een eerste voordeel heeft te maken met de zogenaamde zero lower bound op nominale interestvoeten waarmee het monetaire beleid geconfronteerd kan worden. Een eenvoudig algemeen evenwichtsmodel is immers in staat om aan te tonen dat de nominale interestvoeten onmogelijk negatief kunnen zijn. Dat impliceert dat het bij een diepe recessie die gepaard gaat met zeer lage inflatie onmogelijk wordt voor het monetaire beleid om de economie voldoende te stimuleren omdat de reële interestvoeten onvoldoende negatief kunnen worden. Hierdoor kan een recessie de output sterker beïnvloeden in negatieve zin en zal het ook langer duren vooraleer de economie zich terug herstelt. Simulaties voor de VS toonden in dit verband aan dat een jaarlijkse inflatie van 3 procent of meer zelfs in extreme situaties voldoende is om deze problemen te vermijden.Een tweede voordeel van inflatie is dat ze de werkgelegenheid gunstig kan beïnvloeden. Het inflatieniveau waarbij de werkloosheid het laagst is, zal waarschijnlijk voor elk land verschillend zijn en is hoofdzakelijk een empirische kwestie. Een simulatie wees wel reeds uit dat het hier een inflatie betreft van ongeveer 3 procent.Wanneer we nu de kosten van inflatie vergelijken met de voordelen van inflatie op basis van de bestaande empirische literatuur, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de kosten die gepaard gaan met een toename van de inflatie van 2 naar 3 procent allicht lager liggen dan de voordelen die deze inflatietoename met zich meebrengt. De voordelen bedragen hier al snel enkele procenten van het BBP, terwijl vele van de bovenvernoemde kosten niet eens 1 procent van het BBP bedragen bij een inflatie van 10 procent. De enige kosten die substantieel kunnen zijn, zijn de kosten die gepaard gaan met het belastingsysteem en die kunnen vermeden worden door een hervorming van de wetgeving.Een belangrijke factor in het bepalen van de gevolgen van inflatie is het effect ervan op de economische groei omdat op die manier de dynamische gevolgen van inflatie voor de economie duidelijk worden. Vanuit theoretische hoek is het zowel verdedigbaar dat inflatie een positief, een negatief of geen effect heeft op de economische groei. Het empirische onderzoek vindt echter meestal een negatief effect van inflatie op de economische groei terug, maar deze resultaten moeten met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd worden. Zo vindt men meestal een lichtjes positief effect terug van inflatie op de economische groei, wanneer men enkel lage inflatieniveaus beschouwt. Een nieuwe vaststelling uit eigen onderzoek is dat dit effect versterkt wordt doordat een lage inflatie een positief effect kan hebben op de opbouw van menselijk kapitaal wat op zijn beurt een positief effect heeft op de economische groei.Ook hier wordt het dus duidelijk dat het aangewezen is om de inflatie iets hoger te laten oplopen dan de ECB bereid is. Met een inflatiedoelstelling van 3 procent laat men de economie in elk geval meer ruimte om te groeien en door dit extra procentpunt inflatie komt er - behalve in het geval van automatische loonindexering - ook meer ruimte voor reële loondalingen wat de werking van de arbeidsmarkt zeker ten goede komt. Het is ook weinig waarschijnlijk dat deze toename in de inflatie leidt tot zware kosten. Ludovic DOBBELAERELicentiaat in de economische wetenschappen, Universiteit Gent