Kredietverlening na splitsing van de vennootschap

(van een medewerker) Als de bedrijfsleider het bedrijfsgebouw wil afzonderen van de exploitatie is de splitsing van de vennootschap in een immobilière en in een werkmaatschappij meestal de aangewezen oplossing. Maar welke zijn hiervan de gevolgen voor de schuldfinanciering van de uit de splitsing ontstane vennootschappen? Stel dat vóór de splitsing aan de vennootschap commerciële kredieten (o.a. kas- en discontokredieten) werden verleend tegen een hypotecaire waarborg op het bedrijfsgebouw. Als ten gevolge van de splitsing het gebouw aan vennootschap A en de commerciële kredieten aan vennootschap B worden toebedeeld, dan zal niettemin de hypoteek de bestaande kredieten blijven dekken. De juridische grondslag hiervoor is het volgrecht dat eigen is aan de hypoteek. Dit betekent dat het gebouw de kredieten blijft waarborgen, in wiens handen het gebouw ook moge overgaan. Het is zelfs mogelijk dat het krediet specifiek aangegaan voor de financiering van het bedrijfsgebouw, wordt afgesplitst naar de ene vennootschap en het bedrijfsgebouw zelf in een andere vennootschap terechtkomt: ook in die situatie blijft de hypoteek bestaan als waarborg voor het krediet.