KUNSTCAFE / CAFEKUNST

Anton Blom is een geroutineerd caféganger. Hij doet het al heel lang en graag, anoniem en alleen. Het is een doordeweekse donderdag en hij zit op een landerig namiddaguur, tussen vier en vijf, in 'Café des Arts' op het plein bij de mairie van Agen. Dat soort cafés heeft niets met kunst vandoen, maar je vindt ze overal: tegenover het station in Berchem, in de rosse buurt van Gent, in de Langestraat in Oostende. Zo'n naam is wellicht een nostalgisch overblijfsel uit de tijd dat artistiekerig volk nog niet aan carrièreplanning deed en een vals-romantisch bohémienbestaan leidde. De kroeg was toen een plaatsvervangende huiskamer en je voelde er de hartslag van de wereld. Anton is de enige klant. Hij bestelt een picon-au-vin-rouge (un communard!) en laat zich makkelijk meeslepen met 'Memmen', een roman van Pierre Mérot. Het is een boosaardige, hilarische pastiche van de 'comédie de la vie', in de geest van de geniale Michel Houellebecq. Een citaat: 'Wat is een café in je eigen wijk? Dat is een etablissement waar je vaak komt omdat het slecht met je gaat, en waar je merkt dat het de anderen nog slechter gaat. Je voelt je er dus bijzonder goed.' Herkenning.