Kunstlezen

Laat elke afbeelding, elk schilderij, elk beeldhouwwerk zich lezen, al of niet via een geheime code die uniek is? In elk geval vertelt de kunstenaar zijn eigen verhaal, dat we soms moeten ontcijferen, soms zelf uitvinden. Daarover gaat dit boek.De Argentijns-Franse auteur heeft al bekendheid verworven met zijn bestseller Een geschiedenis van het lezen. Hij is, laten we zeggen, een beroepslezer. Eerst van teksten, nu ook van kunst. Het verschil is dat de kaft van een boek niet de grenzen van de tekst bepaalt. Beelden daarentegen zijn gevat in een kader, soms letterlijk. Een ander verschil is dat verhalen in de tijd bestaan, beelden in de ruimte. Dan komen we al bij Einstein terecht. Enige filosofische bezigheid is hier gepast. De schrijver levert ze in vlotte bewoordingen.Bij een bezoek aan Florence beschreef Stendahl het effect van zijn ontmoeting met de Italiaanse kunst in termen die later typerend werden voor een herkenbare psychosomatische ziekte. Ik voelde hevig gebons in mijn hart. Terwijl ik liep, vloeide het leven uit me weg en ik was bang onderuit te gaan. Die ontroering bij directe confrontatie met grootse kunstwerken, heet nu het Stendahl-syndroom. Het treft veel niet-Italiaanse bezoekers, met name in Florence. De kolossale kunst overweldigt hen, in plaats van openbaring en kennis wordt de esthetische ervaring er een van chaos en verwarring. Dat is ook een manier van kunstlezen.Auteur Manguel beschrijft en ontleedt in aparte hoofdstukken en met tal van voorbeelden het beeld als verhaal, afwezigheid, raadsel, inzicht, nachtmerrie, filosofie, herinnering, theater en nog veel meer. Neem het beeld als geweld, met Picassos Guernica voor ogen. Het beroemdste antioorlogsschilderij ter wereld is gefocust op de linkerkant, waar een vrouw traanloos maar met vertrokken gelaat haar kind omhoog houdt. Die vrouw is Dora Maar, een van Picassos maîtresses en modellen. Hij pestte haar opzettelijk, geregeld brak ze in tranen uit en dan schilderde de meester haar verdriet. Zo ook hier. Het plaatst ons voor een paradox: een handeling van opzettelijke persoonlijke wreedheid kan worden getransformeerd tot een publiek beeld dat wreedheid afkeurt. Moeten we daar, bij het kijken naar kunst, rekening mee houden? Verandert wellicht onze beleving van een kunstwerk, met de kennis van de voorgeschiedenis?Er zijn honderden zulke vragen te bedenken en Manguel doet dat ook. Hij is geen betweter, kent niet alle antwoorden. Maar de reproducties bij zijn tekst staan op de juiste plaatsen, dat is heel belangrijk. Dat het daardoor op sommige paginas een rommeltje dreigt te worden, is de mindere kwaal.Alberto Manguel - Kunstlezen/Over het kijken naar beeldende kunst - 2002, Amsterdam, Ambo, 352 blz., 34,90 euro, ISBN 90-263-1767-0.Gedenk te stervenFilosofie is in West-Europa de jongste hype. Voeg daar de Nederlandse boekenweek aan toe, over de dood, en je krijgt ten minste één boek over het sterven van filosofen. Het uitgangspunt is niet zo kwaad. De meeste filosofische werken gaan over de kunst van het leven (Montaigne) maar je kunt met evenveel recht beweren dat filosoferen de kunst van het leren sterven is (Socrates).In dit boek wordt nagegaan wat ruim twintig filosofen, van de Oudheid tot het heden, over de dood dachten en hoe ze het er zelf hebben afgebracht. De cynicus Diogenes (Ik zoek een mens) werd negentig en hield toen gewoon op met ademen, een welbewuste daad. Er bestaat ook een versie die zegt dat hij door wilde honden werd verscheurd. Dat zou dan zeer cynisch zijn, want door zijn tijdgenoten werd hij hond (kynos) genoemd.Hypatia was de enige vrouwelijke filosofe in de periode die wij Oudheid noemen. In 415 werd zij door woedende christelijke monniken gestenigd. Daardoor is ze verheven tot een boegbeeld van het feminisme.Michel Foucault stierf in 1984 aan aids. Lange tijd hield hij vol dat aids een bedenksel van de reactionaire krachten was, om homoseksuelen te onderdrukken. Op zijn sterfbed bleek hij zijn mening te hebben herzien: Ik heb de materie vrij goed bestudeerd, ik heb er nogal wat over gelezen en ja, het bestaat; het is geen legende. Volgens sommigen heeft Foucault nooit zo waanzinnig gelachen als in zijn laatste uren. Duidelijk was hij opgelucht dat de dood hem dadelijk zou verlossen van zijn verlangen naar waarheid.Het boekje is wat het is, onevenwichtig, af en toe gemakzuchtig. Niet zelden heeft de schrijver grote moeite om bij het onderwerp te blijven. Toch staan er ook heldere en affe stukjes in. Het kan nuttig zijn als eye-opener. Leren sterven is niet enkel voor filosofen een levenstaak.Pieter Hoexum - Gedenk te sterven/ De dood en de filosofen - 2003, Amsterdam, Atheneum-Polak&Van Gennep, 186 blz., 12,50 euro, ISBN 90-253-2045-7.Kennis, kunstjes en kunnenBinnenkort breekt het seizoen weer aan van het bekendste en wellicht ook oudste vertier in de Lage Landen en op vele andere plaatsen: de kermis slaat zijn tenten op, levert amusement bij de voordeur af. In de late Middeleeuwen gegroeid uit de jaarmarkten, is de kermis vandaag een wereld van glans en glitter. Wat weinigen weten is dat ook het circus, de dierentuin, het theater, het museum en de bioscoop uit de kermis zijn gegroeid. Het boek geeft goed de evolutie weer.Sommige attracties zijn verdwenen. Het vlooientheater werd bedacht door een Londenaar, in de zestiende eeuw. In de 19de eeuw was het op zijn hoogtepunt, met Bertolotto. Zijn vlooien konden werkelijk alles. Ze walsten en dansten menuetten, duelleerden met zwaard en schild, trokken een postkoets en stapten de arena binnen als generaalspaarden, bereden door minuscule modelletjes van Napoleon, Blücher en Wellington. De toenemende hygiëne en de uitvinding van het DDT heeft die fijne attractie de das omgedaan.Een hoofdstuk is gewijd aan de kermis in de film. Moord op de foor, waar kwam het vaak op neer. Enkele van de bekendste titels zijn: Das Cabinet des Dr. Caligari, La Strada, Carousel, The Lady from Shanghai, Hitchcocks Strangers on a Train, en natuurlijk Rollercoaster. En zowaar, ook in deze context treffen we de filosoof Michel Foucault aan. Hij beschouwt jaarmarkten en kermissen als tegenlocaties van het gewone leven, plekken die wel een relatie met het gewone leven onderhouden, maar de normen en waarden ervan bekritiseren, omkeren of opschorten. Het boek bevat tal van fotos en prenten en doet dienst als een soort handboek voor de permanente kermisexpositie in Gemeentemuseum Het Markiezenhof, eind vorig jaar geopend in Bergen op Zoom.Johanna Jacobs (red.) - Kennis, kunstjes en kunnen/ Kermis: de wondere wereld van glans en glitter - 2002, Amsterdam, Sun, 240 blz., 19,50 euro, ISBN 90-5875-052-3.