Lagere dollar drukt op resultaten Europese bouwers

De omzet van het Franse Lafarge, 's werelds grootste bouwmaterialenfirma, daalde in het eerste kwartaal met 14,4 procent ten opzichte van het dezelfde periode vorig jaar. 10,1 procent van de daling werd verklaard door negatieve wisselkoersresultaten. De gemiddelde koers van de dollar in het afgelopen kwartaal was 18 procent lager dan een jaar gelden. 2 procent van de resterende omzetdaling kon worden toegeschreven aan desinvesteringen, terwijl de onderliggende gang van zaken op gelijke basis 2,3 procent achteruit ging. De grootste divisie van Lafarge, cement, zag de omzet met 3,4 procent dalen. Analisten hadden de terugval in de omzet min of meer geanticipeerd, en enkelen temperden het belang van de eerste kwartaalcijfers binnen het gehele boekjaar. Het slechte weer in de eerste maanden van dit jaar vertraagde de afzet in de bouwsector, en in landen zoals Venezuela en Turkije had het te kampen met geo-politieke spanningen. In de belangrijkste markten zoals in Europa en Noord-Amerika presteerde Lafarge in lijn met de concurrenten. In vergelijking met de meeste Amerikaanse concurrenten zoals Vulcan Materials en Cemex kon het in Noord-Amerika prijzen en volumes iets beter op peil houden, maar in veel ontwikkelingslanden werden flink slechtere resultaten geboekt. Het Mexicaanse Cemex, een van 's werelds efficientste cementproducenten, liet eerder al flink lagere operationele winstmarges zien, zoals een 470 basispunten lagere ebita-marge (winst voor rente, belasting en amortisatie van de goodwill) in de VS en 160 basispunten daling in Mexico. Opmerkelijk in de cijfers van Lafarge waren de slechte volumes in Frankrijk: cementvolumes daalden 9 procent, aggregaten 4 procent, beton 8 procent, en dakpannen 13 procent. Zulke cijfers zijn niet enkel te verklaren door slecht weer of een zwak eerste kwartaal. Duitsland maakt een bouwcrisis mee en nu lijkt ook Frankrijk te kampen te krijgen met een forse achteruitgang. De zwakke economische groei in Europa voor dit jaar voorspelt dit jaar dan ook weinig goeds. Naarmate de tijd voortschrijdt, neemt het negatieve wisselkoersresultaat af, er van uitgaande dat de koers van de dollar zich stabiliseert. Hoewel een lagere dollar niet onmiddellijk leidt tot lagere winstmarges, heeft het wel effect op de waardering van de onderneming, via het omrekeningsverschil van bv. in de VS behaalde kasstroom. Een 10 procent lagere dollarkoers betekent dat die ook 10 procent lager wordt in euro. Wanneer een onderneming wordt beoordeeld op ratio's zoals de ondernemingswaarde/bedrijfskasstroom (EV/ebitda), of het Discounted Cashlfow-model ,betekent het dat een Europese onderneming in euro's uitgedrukt minder waard wordt. Dat effect geldt in nog sterkere mate voor het Zwitserse Holcim, dat op 13 mei zijn cijfers over het eerste kwartaal presenteert. De Zwitserse frank is nog sterker geapprecieerd ten opzichte van de dollar dan de euro en het bedrijf behaalt een nog groter gedeelte van de omzet in ontwikkelingslanden dan Lafarge. Veel munten in Azie zijn gekoppeld aan de dollar, terwijl veel munten zoals de Mexicaanse en Braziliaanse peso nog eens sterker dan de dollar zijn gedaald. Holcim, met een prospectieve koerswinst over 2003 van 13,6, noteert nog met een flinke premie boven Lafarge, met 9,8. PB