Landbouwgeld opnieuw in boerenhanden

De hervorming van de Europese landbouwpolitiek staat weer op de agenda. Zowel in Boer en Tuinder als in andere bladen verdedigt de Boerenbond de exportsubsidies. Zo tracht Ignace Coussement, adviseur van de Boerenbond, te bewijzen dat de exportsubsidies nodig zijn voor onze landbouwers. De boeren in de Derde Wereld zijn niet geholpen met het sleutelen aan de exportsubsidies, redeneert hij. Meespelen in een vrije wereldmarkt, zoals die nu functioneert, is onbegonnen werk voor de meer dan 1 miljard boeren in zelfvoorzieningslandbouw, stelt de auteur.Maar dat klopt niet: meespelen in een markt waar rijke landen met subsidies goedkope suiker, granen en melk dumpen op de markt van Dakar of Managua, ondermijnt zelfs het middelgrote landbouwbedrijf in die landen.Maar laten we die exportsubsisdies eens nader bekijken: wie krijgt wat en waarom?Het aandeel van de exportsubsidies in het Europese landbouwbudget is de laatste jaren van 25 procent teruggelopen tot 14 procent. Voor België bereiken deze exportsubsidies echter 44,6 procent van de Europese ondersteuning aan de Belgische landbouw. Dus bijna de helft van het budget dat via Europa de Belgische landbouw ondersteunt, wordt gebruikt voor exportondersteuning.De 419 miljoen euro in 2001 besteed aan exportondersteuning, ging voor de helft naar het buitenland, 74 miljoen euro ging naar Vlaanderen, 69 miljoen euro naar Brussel (met nog 1 boer), 52 miljoen euro naar het Waals Gewest.Wie zijn de begunstigden van deze miljoenen? Liefst 223 miljoen euro werd verdeeld over amper 46 bedrijven in België met hoofdzetel in het buitenland. Multinationale ondernemingen dus. De andere helft ging naar 308 bedrijven met zetel in België.Minister Dua antwoordde zeer duidelijk op een parlementaire vraag daarover: De begunstigden van deze EOGFL-Garantie-uitvoerrestituties zijn firmas uit de agro-alimentaire sector en geen landbouwbedrijven.Dit betekent 421 miljoen euro steun aan bedrijven die landbouwproducten opkopen, eventueel verwerken en uitvoeren. Geen boer die er aan te pas komt.Om welke landbouwproducten gaat het dan? Het grootste deel van de exportsubsidies is voor vier sectoren: suiker, granen, vlees en zuivel. Globaal genomen gaat 60 procent van de exportsubsidie naar 42 suikerbedrijven. Van deze 42 bedrijven zijn er 14 buitenlandse, voornamelijk Franse bedrijven, die via Antwerpen uitvoeren en 68 procent van de koek binnenhalen.Door de exportsubsidies gaat 14 procent van het budget naar niet-landbouwbedrijven. Op Europees niveau wordt dus 86 procent van het landbouwbudget aan landbouw besteed. Voor België betekent dit dat amper 55,4 procent van het landbouwbudget voor landbouw en plattelandsbeleid gebruikt wordt.De exportsubsidies maken dus een zeer groot deel uit van het Europese budget voor landbouw in België, en Vlaanderen. Ze komen echter niet terecht bij de landbouwer maar bij multinationale handelaars.Toch blijft de Boerenbond de steun verdedigen met als enige argument dat er onrechtstreeks een voordeel is door de prijszetting voor de landbouwers. Wie verdedigt men dan? De firmas of de boeren? Met die 421 miljoen kan immers heel wat armoede bij landbouwers bestreden worden, in noord en zuid, oost en west. Bovendien kunnen heel wat investeringen in duurzame landbouw gesteund worden, voor energiezuinige installaties, voor alternatieve energie in de landbouwsector, enzovoort. Met die 421 miljoen euro kan ook natuurvriendelijke landbouw steun krijgen voor meer natuurlijk beheer van graslanden, voor afbouw van pesticiden en opbouw van innovaties en kennis. Ten slotte kan je met 421 miljoen euro het geïntegreerde plattelandsbeleid ondersteunen.Zowel de eerste-minister als minister Dua heeft zich al uitgesproken voor een afbouw van de exportsubsidies. Opvallend is dat in de voorstellen van commissaris Fischler de exportsubsidies gesteund blijven. De sterke lobbys van de transnationale suiker-, granen-, melk- en vleesbedrijven zijn daar niet vreemd aan. In plaats van te wachten op een Frans-Duits akkoord kan België de afbouw van de exportsubsidies op de agenda plaatsen. Het geld dat vrijkomt, kan worden gebruikt om de plattelandsontwikkeling te versterken. Hierdoor zou alvast aan een van de (terechte) kritieken van de Fransen - het feit dat de steun aan de plattelandsontwikkeling alleen weggehaald wordt bij de kleine en middelgrote ondernemingen- tegemoet gekomen worden. Isabel VERTRIESTDe auteur isVlaams volksvertegenwoordigervoor Agalev