Leren uit ongevallenKris Barrezeele

De internationale accountantssector staat in rep en roer nu Arthur Andersen LLP, de Amerikaanse en belangrijkste vestiging van Big Five-accountant Andersen, in een echte struggle for life gewikkeld is. Wat tot de vaste procedures behoort van elke accountant, met name niet-definitieve werkpapieren uit een auditdossier vernietigen om te vermijden dat gevoelige bedrijfsgegevens bekend raken en verwarring ontstaat met de definitieve bevindingen, draaide uit op een nachtmerrie. Het gerecht beticht Andersen van tegenwerking van het gerecht omdat nog werkpapieren werden vernietigd nadat een formeel verbod om dat te doen was uitgevaardigd door de SEC en het gerecht. De strafklachten komen bovenop de burgerlijke klachten die financieel niet voor de poes zijn. Andersen genoot in 1992 al het voorrecht de hoogste schadeklacht uit de geschiedenis te ontvangen voor zijn rol als commisssaris van een failliete Amerikaanse spaarbank, maar wat nu op het spel staat tart alle verbeelding. De minnelijke schikkingen aan schuldeisers van Enron lopen al op tot bijna 1 miljard euro. De schuldeisers houden de boot af, want zij rekenen op meer. Dat speculatieve gedrag zou verkeerd kunnen aflopen, als Andersen in de VS een gerechtelijk akkoord vraagt onder Chapter 11. Dan zouden zij met lege handen kunnen staan. De Big Five-accountants PricewaterhouseCoopers, Ernst & Young, Deloitte & Touche, KPMG en Andersen worden sinds het begin van de jaren 90 voortdurend geconfronteerd met grote tot zeer grote schadeklachten.Big Five-accountants lijken steeds meer op moderne verzekeraars, de laatste vluchtheuvel voor bedrogen beleggers, afgedankte personeelsleden van failliete bedrijven of gedupeerde zakenpartners. Andersen ervaart dit nu op een keiharde manier.Niet enkel Andersen maar ook de andere Big Five-accountants moeten vrezen voor de toekomst. Mocht Andersen van de markt verdwijnen, dan zijn zij nog met vier en is de concurrentie alweer wat kleiner. Of zij daarmee gediend zijn, is echter zeer de vraag. De strikte regels van onafhankelijkheid, de scheiding tussen attestwerk, zoals audit en waardering van bedrijven, en niet-attestwerk, zoals interne audit, belastingadvies en risicobeheer, nopen tot een breed aanbod van accountants. Een oligopolie vormen is nergens goed voor. Buiten de Big Five is nu al maar een klein aantal middelgrote accountants in staat wereldwijd multinationale en internationale ondernemingen te bedienen.In de Verenigde Staten is een diepgaand gewetensonderzoek nodig. Over de gebruikte boekhoudnormen, over de dictatuur van de kwartaalresultaten, die amper grondig kunnen worden geauditeerd maar wel een heilige koe zijn geworden voor de kortetermijnbelegger en -analist. Op deze manier aandeelhouderswaarde creëren met alle ongevallen vandien zoals Enron, is een karikatuur en volkomen in strijd met de heilige principes van duurzaam ondernemen. Het wordt tijd dat men uit die ongevallen leert.