Advertentie

Leverbare effekten hypotekeren Brusselse beurs

(tijd) - België dreigt internationaal geleidelijk in het isolement te verzeilen, wanneer het hardnekkig blijft vasthouden aan 'papieren' handel. Terwijl meer en meer andere landen de overstap maken naar gedematerializeerde handel, lijkt ons land op dit vlak veeleer de klok terug te willen draaien. Het is een open vraag of het een juiste houding is hardnekkig vast te houden aan papieren effekten, op een ogenblik dat de automatizering zich wereldwijd doorzet en bijvoorbeeld krantenuitgevers onderzoeken of ze hun produkt niet langs elektronische weg en via modem bij de klant kunnen brengen. Vorige week blokletterde een Nederlands dagblad, met name de zakenkrant Het Financieele Dagblad, dat het Nederlandse elektro-concern Philips van al zijn aandelen aan toonder wil maken, met inbegrip van diegene die op de beurs van Brussel genoteerd staan. In reaktie hierop lanceerde de Brusselse beursvoorzitter Henri Servais het voorstel om als tussenoplossing voortaan in Brussel certifikaten aan toonder van Philips te noteren. Dit stuitte op weinig entoesiasme bij de Nederlanders. 'Wij vinden K-stukken (aandelen aan toonder) niet meer van deze tijd en vinden één notering voldoende', verklaarde een woordvoerder van Philips.

Uit een rondvraag van deze krant (Tijd 20/09/94) blijkt dat partikuliere beleggers weinig of geen belangstelling vertonen voor lineaire obligaties (OLO's) of schatkistcertifikaten, alhoewel ze de eerste al sinds verscheidene jaren kunnen kopen en de tweede sinds enkele maanden. Naast de sterke konkurrentie van de euro-produkten in Luxemburgse frank speelt hierbij ook het gegeven dat die OLO's en schatkistcertifikaten gedematerializeerd zijn, terwijl de meeste Belgische partikuliere beleggers liever leverbare, papieren effekten kopen die ze in hun bankkluis kunnen opbergen. Vreemd genoeg kondigde Grégoire Brouhns, administrateur-generaal van de Schatkist, onlangs ook aan dat de federale overheid vanaf de tweede helft van volgend jaar ook OLO's in de vorm van papieren effekten zal aanbieden, nadat ze eerder voorstander was van dematerializering.

Begin juni had in het Amerikaanse New Orleans een kongres plaats van de International Securities Market Association (ISMA), die een groot deel van de buitenbeurs-effektenhandel reguleert. De ISMA liet daar weten dat een in haar schoot opgerichte werkgroep besliste de vereffeningsperiode voor internationale effektentransakties te reduceren van zeven tot drie werkdagen. Die beslissing werd niet unaniem genomen. Onder meer vanuit Belgische hoek kwam er verzet. In een erg opgemerkte toespraak zette Alain Servais, verantwoordelijke voor de obligatiehandel bij de beursvennootschap Dewaay & Co, zich af tegen de beslissing. Alain Servais wees erop dat de kortere leveringsperiode voor onder meer de Belgische retail-sektor (zeg maar het marktsegment van de partikuliere beleggers) een probleem stelde. U raadt de reden hiervoor al: omdat de meeste Belgische beleggers nog steeds fysieke stukken prefereren boven gedematerializeerde effekten.

Fiskaal gedrag

Het bovenstaande geeft slechts drie voorbeelden van de typisch Belgische voorkeur voor gedematerializeerde effekten. Het is duidelijk dat die preferentie samenhangt met het fiskale gedrag van vele Belgische beleggers, zowel op het vlak van de roerende voorheffing als op dat van de erfenisrechten - zonder te spreken van hun vrees voor een vermogensbelasting, die past in de nog erg wijd verspreide perceptie van de Belgische fiskus als onbetrouwbare partner.

Niet voor niets vond minister van financiën Philippe Maystadt het vorige week vrijdag nog nodig om bij de opening van het Beleggingsforum de volgende opgemerkte uitspraak te doen: 'Talrijke spaarders laten zich verleiden door produkten die het hun mogelijk maken op een geoorloofde of frauduleuze wijze aan de roerende voorheffing te ontsnappen. Zij doen dit spontaan; zij worden hiertoe soms aangemoedigd door hun financiële instelling'.

De minister ging nog verder: 'De toestand wordt karikaturaal wanneer bijvoorbeeld een Luxemburgse bank een spaarprodukt aanbiedt waarvan de opbrengst gebaseerd is op de rente van de instrumenten van de Belgische Schatkist verminderd met een marge die dikwijls het niveau van de roerende voorheffing overschrijdt!'

Het is moeilijk om een pleidooi voor het behoud van gematerializeerde, leverbare effekten los te zien van het fiskale gedrag van de belegger. Er zijn immers weinig andere objektieve redenen die pleiten voor het behoud van fysiek leverbare effekten. Enkel al de afwikkeling van transakties impliceert een hele administratieve en materiële rompslomp, waaraan een respektabel prijskaartje vastzit en dat een instelling zoals de CIK (de Interprofessionele Kas) ertoe dwingt muffe stapels effekten aan te leggen. Daarbij komt nog dat houders van fysieke effekten ook taan aan gevaren als diefstal, verlies of vernietiging van effekten. Ten slotte dreigt het behoud van leverbare effekten op termijn zelfs de overlevingskansen van instellingen als de Beurs van Brussel ernstig te in gevaar te brengen.

Beursoverleving

Een tiental dagen geleden verklaarde beursvoorzitter Henri Servais nog dat hij de kansen van de Brusselse beurs laag inschatte om in het kader van het Eurolist-projekt, dat voorziet in de simultane notering van aandelen van een Europees bedrijf op verschillende Europese aandelenmarkten, veel nieuwe buitenlandse bedrijven te kunnen overtuigen om hun aandelen op de beurs van Brussel te laten noteren. Deels heeft dit ongetwijfeld te maken met de internationaal bij ondernemingen groeiende overtuiging dat een enkele beursnotering per tijdzone volstaat. Daarnaast betekent de kleine omvang van de Brusselse beurs zeker een handicap in de strijd om 'buitenlandse bedrijven voor een beursnotering te werven'.

In het licht hiervan is het niet meteen te vatten, waarom de Brusselse beurs vasthoudt aan 'leverbare effekten'. Zeker niet op een ogenblik dat de consensus is dat Brussel het zeer moeilijk zal hebben om als beurs te overleven in een Europa met een enkele, eengemaakte munt, en dat andere beurzen zoals die van Amsterdam en van Parijs reeds volop werk maken van hun modernizering, zonder de handicap van een materiële en ook milieubelastende effektenhandel mee te sleuren.

Voor een ekonomie en een land is een efficiënt werkende financiële markt een voordeel. Aan het lokale bedrijfsleven geeft een aandelenmarkt immers toegang tot nieuwe kapitaalmiddelen, wat hun groeimogelijkheden vergroot. Het behoud van zo'n beurs is zeker niet zonder belang. De vraag is dan ook of het zinvol is het voorbestaan van de beurs te hypotekeren door vast te houden aan materieel verhandelbare effekten.

MVDL

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud