Liberale kiespropaganda of oprechte politieke bezorgdheid?

De uitspraak van minister-president Patrick Dewael dat de faciliteiten hun doel gemist hebben, heeft begin vorige week politiek stof doen opwaaien. Hij deed deze uitspraak in Overijse op 26 oktober naar aanleiding van de viering van het vijfjarig bestaan van VZW De Rand. De Vlaamse partijpolitieke oppositie reageerde vrij vlug, afgemeten en cynisch. Die reactie is volkomen te begrijpen. Deze regering blonk tot nu toe niet uit in de rol van verdediger van Vlaamse belangen in Brussel en rond de taalgrens.Was het trouwens de VLD niet, die bij monde van haar voorzitter, Karel de Gucht, nog niet zo lang gelegen verklaarde dat de omzendbrief-Peeters een loutere pesterij betekende voor de Franstalige inwoners van de faciliteitengemeenten? Nooit is daarop vanuit VLD-gelederen enige tegenreactie vernomen, dus ook niet van Patrick Dewael. En nu ineens verklaart diezelfde Dewael zonder veel omwegen dat de faciliteiten moeten verdwijnen. Je zou voor minder argwanend worden.De eerste en meest aannemelijke verklaring voor Dewaels boude uitspraak kan men vinden bij de komende verkiezingen van 15 juni 2003. Het is niet zo onwaarschijnlijk dat met het oog op die verkiezingen de Vlaamse minister-president zich, weliswaar vrij laattijdig, realiseert dat het palmares van paars-groen op het vlak van de verdediging van Vlaamse belangen en zeker die in Brussel en de Rand tot nu toe vrij schraal oogt.Een andere mogelijke verklaring en - toegegeven - ook nogal een cynische, zou kunnen liggen in het feit dat Dewael dubbel spel wil spelen. In het huidige pre-electorale klimaat zijn alle middelen goed om stemmen binnen te rijven: met zon stoere communautaire taal kan dus misschien het stemmenaantal van de VLD aangevuld worden met de stemmen van enkele goedgelovige Vlaamse zielen. Daarnaast zal Dewael eveneens wel geredeneerd hebben dat een groot deel van de publieke opinie in Vlaanderen op zon uitspraak gelaten of onverschillig reageert in de overtuiging dat de afschaffing van de faciliteiten een bijna onmogelijke politieke opdracht is en dat de Vlaamse Regering zich bijgevolg beter met zogenaamd hoogdringender problemen moet bezighouden.Maar als hij dan toch het zo goed meent met de communautaire problematiek in de Rand en als hij als Vlaams minister-president daar daadwerkelijk een positief gebaar wil stellen, was het dan nodig om het bijna meest onmogelijke en meest zware communautaire dossier, dat van de afschaffing van de faciliteiten, aan te kaarten? Daarbij komt dat Dewael dan nog moet wachten tot na de verkiezingen van zondag 15 juni 2003, wanneer de faciliteitenproblematiek ter sprake kan komen op de agenda van een volgende en zoveelste onderhandelingsronde inzake de staatshervorming.Dewael kan echter vandaag wel een duidelijk, daadwerkelijk en zeer betekenisvol communautair signaal geven aan Vlaanderen en Vlaams-Brabant in het bijzonder. Door vandaag de Vlaamse senatoren op te roepen Verhofstadts nieuwe kiesomschrijving niet goed te keuren, tenzij de Senaat akkoord wil gaan om te maken van de splitsing van de tweetalige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Dan wordt eindelijk een einde gemaakt met een oud-Belgische anomalie van het ronselen van stemmen in Vlaanderen voor Franstalige kandidaten.Als ze de stemming over de nieuwe kiesomschrijving niet zou goedkeuren, moet de Kamer wel naar huiswerk hermaken, maar dat kan toch niet zon groot probleem zijn. Niemand minder dan oud-premier Dehaene verklaart in zijn boek Er is nog leven na de 16 woordelijk: Technisch staat niets de volledige splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde nog in de weg. Het staat in de sterren geschreven dat deze splitsing er ooit zal komen...Als kers op de politieke taart kan Dewael bovendien zijn prestige als Vlaams minister-president in de weegschaal werpen door ervoor te zorgen dat de omzendbrief-Peeters hoe dan ook gehandhaafd blijft. In het kader van de hele discussie over inburgering en integratie, die volop aan de gang is, zou het niet meer dan normaal zijn dat de Vlaamse regering de meestal kapitaalkrachtige en ontwikkelde Franstaligen op hun elementaire burgerplichten wijst. Want hoe kan men anders recht van spreken hebben tegenover de hier later gekomen en meestal minder kapitaalkrachtige en minder geschoolde migrantenpopulatie? Dewael gaat toch geen politiek huldigen van twee maten? In dat geval kan men inderdaad zijn faciliteitenuitspraak in Overijse afdoen als goedkope liberale kiespropaganda. En dan weet de Vlaamsbewuste kiezer en zeker die in Vlaamse-Brabant verduiveld goed op welke partij hij op zondag 15 juni 2003 niet moet stemmen. Guido MOONSDe auteur is algemeen voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging (VVB)