Liefst kiezen voor rationaliteit

De Amerikaanse historicus en hoogleraar internationale betrekkingen David Fromkin streeft in zijn historische overzicht Het lot van de mensheid geenszins volledigheid na ondoenbaar gezien de omvang van het onderwerp en de beperking van het boek en toch voel je je als lezer niet bekocht. Daarvoor is de auteur gewoon een te goed en te onderhoudend verteller, die geschiedenis presenteert als een opeenvolging van kwalitatieve evoluties. Deze evoluties speelden zich, volgens de visie van Fromkin, af op het culturele, het intellectuele terrein. Volken werden onder de voet gelopen, wereldrijken verdwijnen voorgoed van de planeet, nieuwe dynastieën vestigen zich maar de mens maakte slechts vooruitgang wanneer hij zich ideeën als schaamte, boete, schuld en spijt eigen maakte. Een belangrijke grote stap van de mens op weg naar de beschaving plaatst Fromkin halverwege het eerste millennium voor Christus, het tijdperk van een van de grote omwentelingen in het leven van de mens dat daarenboven nog steeds een groot raadsel is. De mens ontwikkelde zich immers in relatief korte tijd op en grote schaal een geweten, een fenomeen dat min of meer gelijktijdig plaatshad in verscheidene culturen. Waarom verschenen er opeens en op hetzelfde moment charismatische leiders op het toneel die uit verschillende en niet-verbonden delen van Eurazië kwamen, maar die ieder afzonderlijk een bepaalde morele visie presenteerden? Waarom was de tijd van de profeten aangebroken? Waarom leek de mensheid tot dan niets vernomen te hebben over de grote ethische en religieuze kwesties die nu op zoveel plaatsen van de Middellandse Zee tot de Stille Oceaan aan de orde werden gesteld?We weten het niet, besluit Fromkin, maar wat we wel weten is dat met dit ethische reveil de geschiedenis een kwantumsprong voorwaarts maakte. En de mens ook. Al garandeerde dit reveil geenszins dat de mens nu meteen ook zijn barbaarse daden achter zich liet. Eigenlijk het tegendeel: zijn oorlogen werden wreder, efficiënter, grootschaliger. Want ook dan laat de mens zich leiden door onvergeeflijke maar voor de hand liggende illusies: Alexander de Grote die een tot dan toe uniek wereldrijk vestigt en daarmee een eeuwige vrede wil scheppen het einde van de geschiedenis van Francis Fukuyama avant la lettre eigenlijk maar wiens erfenis na zijn dood verkwanseld en verscheurd wordt. Vervolgens staat het Romeinse Rijk op, dat uiteindelijk bezwijkt onder het eigen gewicht en op zijn beurt de weg effent voor de Byzantijnse cultuur die het enkele eeuwen langer uithield dan het West-Romeinse Rijk en de westerse middeleeuwen.Het is een hele hap, die beschavingsgeschiedenis van de mens, en Fromkin verteert die goed. Ere komt hem toe omdat hij bereid is belangstelling te tonen voor niet-westerse beschavingen China voornamelijk, maar ook India en toch is die bijdrage veeleer bescheiden. De vele andere culturen, zo voert Fromkin aan als excuus, hebben uiteindelijk geen blijvende bijdrage geleverd tot een nu nog dominante cultuurvorm. Dat is wat lichtzinnig van hem die ene overheersende cultuur, de westerse, werd zwaar beïnvloed door diverse oosterse beschavingen en is daar even zwaar schatplichtig aan. Daarenboven zou een Chinees van pakweg twee eeuwen geleden niet bijster genegen zijn de westerse beschaving van zijn tijd als de duurzaamste te beschouwen; het is dus allemaal een kwestie van standpunt. Ook historici zijn de kinderen van hun tijd, zoals Fromkin bewijst met zijn minibiografie van Edward Gibbon (1737-1794), de auteur van dat egocentrische meesterwerk over het Romeinse Rijk.De moderne wereld, stelt Fromkin, werd geboren met een droom over stabiliteit, vrede en eenheid, maar dit blijkt in toenemende mate een moeilijk te realiseren droom. De voornamelijk in westelijk Europa ontwikkelde technologie en de Industriële Revolutie deden een unieke mondiale eenheid ontstaan, die echter in 1914 grondig door elkaar werd geschud door het begin van wat uiteindelijk een soort van tachtigjarige oorlog bleek te worden. Het was een oorlog die pas ophield te bestaan met het definitief verdwijnen van de rivaliteit tussen de twee grote wereldmachten die na 1945 ontstonden maar die de Franse diplomaat De Tocqueville al in de eerste helft van de negentiende eeuw had voorspeld. De toepassing van de rationaliteit, van effectieve organisatie, van kolonisatie, militaire technologie en het mondiale kapitalisme maakten dat aan het begin van de twintigste eeuw de wereld grotendeels niet slechts een culturele eenheid werd, maar ook zowat helemaal onder de koloniale invloed van de westerse cultuur stond. Daarna echter trad een tijdperk in waarin die invloed steeds meer ter discussie werd gesteld. Consolideert die invloed zich nu weer? Fromkin probeert, om die vraag te beantwoorden, naar de toekomst te blikken. Was de ontwikkeling van het geweten het thema van de oudheid, dan is het streven naar vrijheid dat van de moderne tijd, concludeert hij. Daarenboven is die moderne tijd het tijdperk van de rationaliteit en tegelijk ook van haar tegenstanders. Precies daar situeert hij een van de voornaamste gevaren voor onze cultuur: in de versterking van de donkere zijde van de menselijke aard, in de toenemende irrationaliteit die hij situeert in fundamentalistische religies, zowel islamitische als christelijke. Daarbij voorziet hij dat de ontwikkeling van het geweten op haar eigen grenzen stuit: onze kranten vullen zich nog steeds met het soort wreedheden die de mens duizend jaar geleden ook al beging.Zijn landgenoten krijgen ten slotte een veeg uit de pan. De Verenigde Staten zijn niet meer in de mogelijkheid, voert Fromkin aan, het voortouw te nemen in internationale politiek of cultuur. Ze verdienen geen leidende functie meer en zullen die ook in de nieuwe eeuw niet meer krijgen. Dat hebben ze aan zichzelf te danken: hun welwillende houding ten overstaan van dictaturen en corrupte politici van de juiste ideologische signatuur, en de sterke achteruitgang van hun onderwijssysteem en niveau van algemene geletterdheid, staan maar voor één ding borg: dat de mensheid in de 21ste eeuw op zoek moet naar een andere moreel leidende natie. Als de rest van de wereld, besluit Fromkin, zich richt naar het credo van de moderniseringsrevolutie, zal men dat eerder blijven doen omdat dit credo zichzelf waarmaakt en in de wereld van vandaag goed functioneert dan omdat het werd en wordt uitgedragen door de Verenigde Staten.Een intelligent en helder relaas van de menselijke geschiedenis welke andere geschiedenis zou er kunnen zijn? met de nadruk op oorzaken en gevolgen en wederzijdse invloeden tussen culturen. GELDavid Fromkin - Het lot van de Mensheid - 2000, Antwerpen, Prometheus, 280 blz., 790 fr. (19,58 euro)