'Lonen renners bedreigen wielerpeloton'

(vervolg van bladzijde 1) Er gaapt mogelijk een gat tussen Godefroots droom en de naakte werkelijkheid. Er zijn minder wielerploegen in financiele moeilijkheden in het wielerpeloton dan voetbalclubs op de rand van het failliet - de jongste twee jaar zijn er in Belgie vijf eersteklasseclubs opgedoekt, en in Engeland, Spanje en Italie balanceren topclubs met huizenhoge schuldenbergen op de rand van het faillissement. Maar er zijn nu eenmaal minder wielerteams dan voetbalploegen tout court. En ze bestaan wel, de wielerteams met geldproblemen. Vorig jaar nog kreeg de volstrekt vegetarische wielerploeg van (wijlen) Linda McCartney, de sponsor, en de ploegleider Sean Yates een vergunning op basis van een valse bankgarantie. Toen de ploeg haar rekeningen niet kon betalen, pikte de UCI de rekening op. Twee jaar geleden liet manager Gianluigi Stanga de beheersvennootschap van Polti, de ploeg van Richard Virenque en Axel Merckx, failliet verklaren omdat hij de karrenvracht aan onbetaalde rekeningen niet meer betaald kreeg. Stanga richtte trouwens meteen een nieuwe beheersvennootschap op en begon met een andere ploeg, die prompt een nieuwe UCI-licentie kreeg. En in hetzelfde seizoen zette Mercury-Viatel, een met veel bombarie aangekondigde Amerikaanse topploeg, in het midden van het seizoen al zijn renners op straat. Officieel omdat co-sponsor Viatel in volle telecomcrisis over de kop was gegaan. Jeff Jones van de Angelsaksische wielersite Cycling News ziet het enigszins anders: 'Ook met het Viatel-geld had Mercury zijn rekeningen niet kunnen betalen. De manager heeft het gewoon te breed laten hangen in het uitschrijven van zijn contracten.' Die manager was overigens Greg LeMond, de man die ooit zelf het startschot gaf voor de miljoenenlonen in het internationale wielrennen. Italianen Helaas, Stanga, Dahm en de anderen staan ook vandaag niet alleen. Nogal wat managers in het peloton schrijven eerst dure contracten uit, en hopen dat ze later wel bijkomende sponsors zullen vinden om die contracten te betalen. Jef Braekevelt, de ploegleider en manager van de Marlux-ploeg: 'Vooral in Italie nemen ploegen het op dat vlak vaak makkelijk op. Vraag het maar aan Jo Planckaert of Erik Vanderaerden (die in het verleden allebei af te rekenen kregen met de financiele moeilijkheden van hun Italiaanse ploeg). Het grenst aan het ongelooflijke wat die daar allemaal hebben meegemaakt.' Als de crisis aanhoudt en de sponsors de riem dichtsnoeren, zal ook het wielrennen moeten saneren. Dat gebeurt nu trouwens al: het aantal ploegen dat zijn effectieven inkrimpt, of gewoon uit het wielrennen stapt, is ronduit verontrustend. Het leger van internationale profwielerploegen haalt volgens de UCI nog altijd met gemak 350 miljoen euro omzet per jaar (zie tabel), maar enkele fameuze kleppers draaiden de voorbije jaren wel de kraan dicht. Het bekendste voorbeeld: Mapei, de duurste en op een na oudste profploeg van het pak, waarvoor geldschieter Giorgio Squinzi eind vorig jaar gebelgd de stortingen stopte. Een aantal ex-Mapei-renners werd door anderen opgevist, maar een pak moest noodgedwongen aan de kant blijven. De cijfers spreken voor zich: aan het einde van vorig seizoen daalde het aantal ploegen in de eerste en de tweede divisie van het internationale wielrennen van 70 naar 57, en dik 140 profwielrenners vielen zonder werk, vooral omdat de topploegen hun legers lieten inkrimpen. Het peloton dat overbleef was meteen 10 procent kleiner. Het enige segment dat wel aandikte, was de derde divisie van het internationale wielrennen, een vergaarbak van aanstormend jong talent en uitgebluste oudjes. Het aantal ploegen in de vogelvrije, want amper gecontroleerde afdeling is net niet verdrievoudigd, het (onbeperkte) aantal renners - van 288 naar 874 in een jaar tijd - is dat net wel. Een legertje ex-toppers en meesterhelpers rijdt vandaag voor een miniloontje in tweede afdeling. Denk maar aan Tom Steels bij Landbouwkrediet, maar er volgt nog een hele rist. Jens Heppner, ex-ritwinnaar in de Tour, fietst nu voor de onooglijke Duitse tweedeklasser Wiesenhof. Christophe Rinero, vierde en bergkoning in de epo-Tour van 1998, verdedigt voor een habbekrats de kleuren van het bescheiden MBK-Oktos. De ex-wereldkampioen tijdrijden Sergei Gontsjar verdient een schijntje van zijn vroegere loon bij het Italiaanse De Nardi, en de gewezen topsprinter Jeroen Blijlevens denkt bij BankgiroLoterij met weemoed terug aan de tijden toen hij nog volop TVM-poen en Lotto-geld bij elkaar spurtte. Schrijnend Toch zijn zij nog bij de gelukkigen. Een pak renners heeft ook nog facturen bij de sponsor openstaan - Mauro Gianetti en Alex Zulle bij Team Coast, om er maar twee te noemen. 'De verhalen die ik hoor van de renners die bij ons passeren, zijn vaak schrijnend', zegt Jan Raas, manager van de Rabobank-ploeg. 'Ik kan van de UCI maar niet begrijpen waarom ze bepaalde teams een licentie geeft.' Patrick Lefevere, de manager van Quick-Step-Davitamon, is bang voor ongelukken: 'Ik vrees dat er nog ploegen het einde van het seizoen niet halen.' Raas en Lefevere willen geen namen noemen, maar Alain Rumpf, de financiele man van de internationale wielerunie, bekent dat 'enkele ploegen waar de UCI twijfels over heeft, elke maand moeten bewijzen dat ze hun rekeningen betaald hebben.' Het gaat niet om Belgische ploegen - Lotto heeft zijn budgettaire problemen opgelost door met Domo in zee te gaan en Collstrop door met Palmans te fuseren. De ploegen op de rand van de afgrond zijn Italiaanse teams. In de geruchtenmolen circuleren drie namen. Alessio, hoofdsponsor van de ploeg van Fabio Baldato, zit verwikkeld in een proces dat het team naar verluidt zijn sponsorgeld zou kunnen kosten. Domina Vacanze, de ploeg van wereldkampioen Mario Cipollini, zou in slechte papieren zitten nu Jean-Marie Leblanc hem uit de Tour heeft geweerd. En Sidermec, met de gewezen winnaar van de Ronde van Vlaanderen Gianluca Bortolami, de ex-wereldkampioen Romans Vainsteins en de oud-Giro-winnaar Stefano Garzelli, zit al aan zijn derde co-sponsor in een seizoen. Ook niet bepaald een bewijs dat de ploeg waterdichte contracten afsluit. Het is een schande hoe sommige ploegen tussen de regels zwemmen, brommen enkele wielermanagers. Jan Raas ziet daarvan elke dag het bewijs: 'Te veel ploegen zwaaien met centen die ze niet hebben naar de renners die ze willen hebben. Ik stel helaas vast dat de UCI ploegen niet bestraft als ze de regels met voeten treden. Als iedereen, zoals wij bij Rabobank, strikt de regels volgt die de UCI ons oplegt, kan er weinig misgaan. De remedie tegen faillissementen is nochtans simpel: al wie zich niet aan de reglementen houdt, hoort niet in het peloton thuis.'