Loonparadox

De loononderhandelingen tussen de sociale partners beloven andermaal een moeilijke zaak te worden. De vakbonden willen de loonnorm weg, het secretariaat van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven gaf vooraf al een indicatie van de maximumgrenzen van de loonnorm en waarnemers voorspellen nu al dat het uiteindelijk weer een zaak voor de regering wordt. De regering verkondigt al geruime tijd dat de belastingvermindering de koopkracht van de particulieren sowieso versterkt en dat dus geen grote loonsverhogingen nodig zijn. De vakbonden stellen dat de belastingvermindering niet gelijkmatig gespreid is en dat de vruchten van de productiviteitsstijging moeten worden verdeeld. Zelfs in economisch moeilijke tijden is verdelen bij hen aan de orde. Men vergeet dat in de economische wonderjaren 1999-2000 al veel is verdeeld. Wat toen verdeeld is, heeft een recurrent karakter en moet ook in de huidige slechte jaren worden uitbetaald. Uit de jongste salarisenquête van Vacature blijkt hoe sterk de brutolonen stijgen naarmate de werknemers meer werkervaring hebben. Het salaris van bedienden en kaderleden stijgt naarmate zij ouder worden en een hogere anciënniteit verwerven. Dat is een typisch Belgisch verschijnsel, net als de indexering van de lonen. In bepaalde bedrijven lopen projecten om een andere salarisstructuur toe te passen. Het loon stijgt niet langer automatisch naarmate men ouder wordt. Ondernemingen die herstructureren, danken personeel af en dat gebeurt heel vaak op kosten van de overheid via de regeling van het brugpensioen. Dat een specifieke regeling is ontworpen voor verplicht outplacement ten gunste van ontslagen werknemers die ouder zijn dan 45 jaar, geeft aan dat mensen soms heel jong worden afgeschreven. Oudere werknemers kunnen niet meer die onuitputtelijke energie opbrengen noch de creatieve soepelheid en theoretische vorming aan de dag leggen om de snel veranderende bedrijfsprocessen te beheersen. Veel ondernemers zeggen het niet, maar laten overduidelijk blijken dat ze die mensen liever kwijt dan rijk zijn zodat zij steeds opnieuw jonge verse krachten in de commerciële loopgraven kunnen sturen. Zij zijn bereid veel te betalen voor talenten die zich ten volle geven. Toch zijn die oudere werknemers ondanks hun hoge lonen nodig. Tussen de leeftijd van 55 en 65 jaar verdienen zij de hoogste lonen uit hun carrière en betalen zij de hoogste pensioenbijdragen. Vergeet niet dat in België de pensioenbijdragen op het loon niet begrensd zijn, terwijl het uitgekeerde pensioen wel begrensd is. Deze hoge lonen weerspiegelen lang niet de productiviteitswaarde van de betrokken werknemers maar zij zijn nodig om ons wettelijke pensioenstelsel overeind te houden. De activiteitsgraad van de 50-plussers is al zo laag in België; nog meer niet-actieven die geen pensioenbijdragen meer betalen of lagere lonen voor 50-plussers kan het wettelijk pensioenstelsel niet dragen. Hier schuilt een enorme paradox. De vakbonden die zich hardnekkig verzetten tegen langer werken en niet willen horen van een verhoging van de brugpensioenleeftijd of zelfs een afschaffing ervan moeten beseffen dat zij daarmee het door hen zo geliefde wettelijke pensioenstelsel financieel in gevaar brengen. De ondernemingen willen hun oudere werknemers weg omdat ze niet meer renderen, maar dat wordt moeilijk gemaakt omdat de staat de hoge pensioenbijdragen absoluut nodig heeft. Is er geen fundamentele herdenking van het salarisverloop tijdens de carrière nodig? Kris Barrezeele