Luxemburgse fondsenmarkt voelt hete adem van Dublin

(tijd) - De suprematie van Luxemburg als financiële trekpleister voor beleggingsfondsen begint af te kalven. Met Dublin heeft de dwergstaat er een geduchte concurrent bij. Het Ierse financiële centrum schermt met belangrijke kosten- en kwaliteitsvoordelen, die steeds meer financiële instellingen de weg naar de Ierse hoofdstad doen inslaan. Guernsey en Jersey, eveneens aantrekkingspolen voor beleggingsfondsen, zijn reeds in snelheid genomen.Reeds jaar en dag staat Luxemburg geboekstaafd als hét Europese 'off-shore'-centrum bij uitstek. Talloze Europese financiële instellingen hebben er een stamplaats gevonden, aangetrokken door de zeer aantrekkelijke fiscale voordelen. Bankiers en beursvennootschappen betalen in het Groothertogdom geen roerende voorheffing op beleggingsfondsen. Het gunstige fiscale regime heeft Luxemburg geen windeieren gelegd. Zo noteerde de lokale fondsenmarkt tussen 1990 en 1994 een jaarlijkse groei van 39 procent, een groeipercentage dat vooral tussen 1990 en 1993 werd opgebouwd. Maar sinds 1994 is de fut er uit. De vermogensaangroei die vanaf 1994 wordt opgetekend is vooral het gevolg van hogere koersen op de beheerde activa in plaats van de inbreng van nieuw kapitaal. Het aantal nieuwe fondsen dat sinds 1994 het levenslicht ziet wordt in evenwicht gehouden door het aantal opgedoekte fondsen.