Maak plaats voor Taats

De laatste keer dat ik meneer Taats ontmoette, was in 1988, toen hij opdook aan het eind van Jacq Vogelaars Verdwijningen, een bundel oefeningen in de kunst van het verdwijnen. Toen verscheen hij slechts even, zoals alles in die bundel. Nu geeft hij tweehonderdtachtig bladzijden lang acte de présence, of beter: acte de disparition, want als Taats iets symboliseert, dan is het wel alles wat voortdurend ontsnapt en verdwijnt. Bart VERVAECK