Advertentie
Advertentie

Magistrale moderne madrigalen

Twee weken geleden opende het Prometheus Ensemble een reeks van vier concerten met de Madrigals van de Amerikaan George Crumb op het programma. Behalve zijn strijkkwartet Black Angels, in tempore belli (1970) wordt zijn muziek bij ons zelden gespeeld. Nochtans geldt Crumb als een van de belangrijkste naoorlogse Amerikaanse toondichters, waarbij deze Madrigals als hoogtepunt van zijn scheppen in de jaren zestig gelden. Het stuk is, zoals wel vaker bij Crumb, gebaseerd op teksten van de Spaanse schrijver Frederico Garcia Lorca. De avond wordt dan ook ingezet met een bewerkt lied uit diens anthologie Cantiones españolas antiguas. Vrijdag sluit men de concertreeks af in de Gentse Vooruit.Ruwweg kan men het oeuvre van Crumb (1929) in vier periodes opdelen. Zijn jeugdwerk, dat zon vijftig titels bevat, laat de componist zelf liever buiten beschouwing. De tweede periode, die zowat zijn studieperiode omvat, wordt afgesloten met Variazione (1959) voor orkest. In deze werken laat de componist nog zeer duidelijk de invloed horen van de peetvaders van de nieuwe westerse muziek: Arnold Schönberg, Alban Berg en zeker Béla Bartòk. Vanaf het begin van de jaren zestig slaagt Crumb erin een zeer persoonlijke muziektaal te formuleren. Hij doet dit hoofdzakelijk door de atonale muziek van zijn zaligmakende sokkel te duwen. Hij zag het musiceren, en uiteindelijk het Leven, in een veel ruimere context waarbij hij een grote aandacht had voor etnische en historische achtergronden. Een grote inspiratiebron vond hij, vooral in deze periode, in de teksten van Lorca. Het gebruik van die teksten viel samen met de tendens in Crumbs muziek naar kortere, zeer geconcentreerde muzikale zinnen. Het eerste grote werk op teksten van de Spanjaard was het zevendelige Night Music I (1963). Het laatste werk is de meesterlijke, mysterieuze liedercyclus Ancient Voices of Children (1970) waarmee Crumb zijn laatste muzikale periode inluidt. Hoewel Crumb in de adaptatie van Lorcas teksten deze vrij nauwkeurig volgt, blijft het telkens maar een fragment waarop hij zich baseert. Dat is niet anders in de Madrigals, Book I-IV. Hij verwijst niet toevallig naar madrigalen: kenmerkend voor deze zestiende-eeuwse muziek waren net de themas als liefde, dood, land en water. Naast het thematische, verwerkt hij ook een aantal muzikale principes van de madrigalen in zijn partituur. De vrijheid waarmee Crumb invloeden verwerkt en vooral integreert in zijn zoektocht naar nieuwe technieken en nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden, maken hem tot een belangrijk monument. De uitvoerders worden hierbij allerminst ontzien, en als vertolker vaak uitgedaagd om evenzeer te experimenteren. Dat geldt zeker voor de vocale muziek. Crumb breekt met het stereotiepe beeld van de solozang, en beschouwt de zanger(es) eerder als een van de instrumenten om geluiden te produceren. Vooral de samenwerking met Jan de Gaetani leidde tot een rijke bron van nieuwe vocale technieken. Rituele en mystieke aspecten zijn bij Crumb vaak aanwezig. Hij maakt in zijn later werk gebruik van symbolische figuren en magische numerieke relaties. Crumb vond zijn inspiratie onder meer in Musica Humana van de middeleeuwse filosoof Boethius. Hij verlaat echter het bovennatuurlijke geloof van Boethius, en behoudt de gedachte van het cultureel erfgoed als onuitputtelijke bron van inspiratie. Hoewel Crumb meestal met donkere tonen schetst, blijft zijn muziek ook een overweldigend optimisme uitstralen. Voor de uitvoering van Zorongo van Lorca wordt een beroep gedaan op de Argentijnse sopraan Liliana Rodriguez en de Vlaamse gitariste Raphaëlla Smits.Het concert vindt plaats op 26 mei om 20 uur in de Gentse Vooruit. Kaarten en inlichtingen: 09/267.28.28Peter-Paul DE TEMMERMAN