Manilla schroeft acties tegen Abu Sayyaf op

(afp/tijd) - De Filipijnse regering heeft honderden soldaten naar het zuidelijke eiland Jolo gestuurd. Zij moeten er jacht maken op de rebellenbeweging Abu Sayyaf die twee Filipijnse gegijzelden onthoofdde. De slachtoffers maakten deel uit van een groep van acht die dinsdag werden ontvoerd door Abu Sayyaf. De rebellen lieten woensdag twee gegijzelden vrij omdat ze moslim zijn. De zes anderen waren Getuigen van Jehova. Abu Sayyaf liet het hoofd van een slachtoffer achter op het marktplein van de hoofdstad van Jolo. Het andere hoofd was verstopt nabij de plaatselijke legerbasis. Volgens de legerleiding lieten de rebellen een briefje achter waarop stond dat iedereen die niet in Allah gelooft, hetzelfde lot ondergaat. Manilla veroordeelde de onthoofding als een daad van terreur. Ook de Verenigde Staten schaarden zich achter die kritiek. Volgens de Filipijnse en Amerikaanse autoriteiten heeft Abu Sayyaf nauwe banden met Al Qaeda, het netwerk van Osama bin Laden. Drie weken geleden trokken de VS ruim duizend militaire adviseurs terug uit het zuiden van de Filipijnen. De Amerikaanse militairen hadden hun Filipijnse collegas zes maanden lang geholpen bij de strijd tegen Abu Sayyaf. Op het eiland Basilan, even ten noorden van Jolo, boekten zij succes, maar op Jolo zelf konden enkele tientallen Abu Sayyaf-rebellen standhouden. Waarschijnlijk is de gijzeling een boodschap aan de Filipijnse regering dat Abu Sayyaf nog steeds bestaat. De rebellengroep ontvoerde de jongste twee jaar tientallen Filipijnen en buitenlanders, onder wie westerse toeristen in een Maleisisch vakantieoord. In juni kwamen een Filipijnse verpleegster en een Amerikaanse missionaris om het leven toen het Filipijnse leger een basis van Abu Sayyaf aanviel. Beide gegijzelden waren al meer dan een jaar in handen van de rebellen.