Mannheim

Mannheim Sinfonia's van Franz Xaver Richter en Johann Stamitz New Dutch AcademyPentaTone 5186 028 De New Dutch Academy bestaat uit een nieuwe generatie spelers op authentieke instrumenten en staat onder leiding van de jonge dirigent Simon Murphy. De groep musiceert bijzonder enthousiast op een zeer hoog niveau en ze presenteren op een recente cd minder voor de hand liggend repertoire: muziek uit het 18de-eeuwse Mannheim. Het was de keurvorst Carl Theodor die zich in Mannheim met hart en ziel inzette om een schitterend orkest uit te bouwen en uitstekende componisten voor zich te laten werken. Door zijn uitzonderlijke kwaliteit had het orkest van Mannheim tijdens de tweede helft van de 18de eeuw een enorme faam verworven. De uniforme boogstreken, de dynamische contrasten, de precieze en geleidelijke opbouw van crescendo's en diminuendo's die het orkest konden produceren, waren vermaard. De Mannheimse orkestdiscipline oefende niet alleen een invloed uit op de verdere evolutie van het orkest, ook de componisten werden door het grote potentieel van het orkest geprikkeld. De New Dutch Academy laat de luisteraars aan de hand van enkele Sinfonia's van Franz Xaver Richter en Johann Stamitz de evolutie van concerto grosso, triosonate en Italiaanse opera naar de prille symfonie ontdekken. In deze optimistische en verfijnde partituren kan het jonge orkest zijn kwaliteiten tonen. De New Dutch Academy musiceert op het vlak van ritme en intonatie zeer accuraat en heeft oog voor detailwerk en voor de scherpe contrasten die deze muziek kenmerken. (TE) Josef Haydn Strijkkwartetten opus 33 nr. 3, opus 77 nrs. 1 & 2en Serenade van R. HoffstetterAlban Berg QuartetEMI 5 57474 2 Haydn deed zijn eerste stappen in het strijkkwartetgenre omstreeks 1760 met enkele divertimento's in vijf delen. In 1777 verscheen zijn opus 3 in Parijs, waarvan men achteraf vermoedde dat het werken van de hand van Roman Hoffstetter bevatte. De composities sluiten hoe dan ook nauw aan bij Haydns vroege kwartetstijl en het Alban Berg Quartet plaatste de lichtvoetige 'Serenade' uit het kwartet nr. 5 op zijn nieuwe Haydn-cd. In 1781 verschenen de zes belangrijke kwartetten opus 33 waarin Haydn de volledige emancipatie van de vier stemmen realiseerde. De doorgedreven thematische arbeid is kenmerkend voor deze werken en Haydn doorspekt de composities met tal van creatieve muzikale ideeen. Het Alban Berg Quartet schept met zijn interpretatie van opus 33 nr. 3 duidelijkheid in de muzikale structuur van het werk. Het concertprogramma gaat verder met twee kwartetten uit Haydns laatste kwartetcyclus, opus 77, waaruit de eerste twee kwartetten worden gespeeld. Hier is te horen hoe Haydn het genre perfectioneerde door een toenemende harmonische rijkdom en door een nog sterkere concentratie op het vlak van de themaconstructie. Het Alban Berg Quartet staat garant voor een degelijke vertolking van deze werken. Het kwartet intoneert voortreffelijk en heeft ook aandacht voor de nuances in de klankschakeringen en voor Haydns harmonische finesses. Het uitwisselen van motieven of het dialogeren tussen de verschillende partners klinkt spontaan en zo bouwt het Alban Berg Quartet een boeiend discours op in deze kwartetklassiekers. (TE) Wimme 'Barru'RockAdillo Records/Central Distribution De in 1959 in Kelottijrvi in het noordwesten van het Finse Samiland geboren Wimme Saari heeft er zijn levenswerk van gemaakt om yoik wereldwijd bekend te maken. Yoik maakt deel uit van de traditionele Sami-muziek. Het is een archaische manier van onbegeleide solozang die ook door Native Americans beoefend wordt tijdens bepaalde rituelen. Je vindt de stijl terug in bepaalde delen van Noorwegen, Zweden, Finland en de oosterse tip van het Russische schiereiland Kola. Er bestaan naar verluidt drie dialecten. Wimme vertegenwoordigt de noordelijke Luohti-traditie die gebruik maakt van een pentatonische toonladder zonder halve tonen. De gezangen gaan over objecten, dieren of personen. Wimme zingt zonder schroom over de volle maan of een kokende warmwaterbron, al verstaat een westerse mens daar geen woord van. Gelukkig is de man een moderne vertolker van de yoik, ook wel eens 'free yoik' genaamd en springt hij met de traditie om als een jazzmuzikant. Zijn solo-improvisaties laat hij begeleiden door banjo's, gitaren, ukeleles en mandolines terwijl de uit de Finse technojazzband RinneRadio afkomstige Jari Kokkonen allerlei gestoorde synthesizerklanken, samples, drum 'n' bass of dance beats rond zijn stem weeft. Samen met de backings van twee Hedningarna-zangeressen zorgt Wimme voor acrobatisch stemmenwerk waarin hij moeiteloos overschakelt van een zoete falset naar een grofkorrelige bariton. 'Barru' is dan ook verre van een stoffig klinkend schijfje dat de een of andere ethnomusicoloog heeft opgenomen tijdens een veldwerksessie. Een song als 'Kalkutta' doet het ook in een hippe discotheek. (DF) The John Scofield Band 'Up All Night'Verve/Universal De jazzgitarist John Scofield is het typevoorbeeld van een rusteloze muzikant die weigert op zijn lauweren te rusten. Met 'Up All Night' zet hij de lijn voort die hij vorig jaar op 'Uberjam' uittekende. De ritmegitarist en sampletovenaar Avi Bortnick en de drummer Adam Deitch komen uit de 'Uberjam'-line-up, de bassist Andy Hess is de nieuwe kracht die de zoektocht naar nieuwe ideeen helpt voortzetten. Dit is geen makkelijke cd, maar je wordt aangenaam verrast door de manier waarop Scofield zijn jarenlange jazzervaring koppelt aan nieuwe elektronica en maffe sampletechnieken. Elf tracks lang - enkel 'Whatcha See Is Watcha Get' is origineel een nummer van The Dramatics - laveren Sco en zijn band tussen soul ('Four On The Floor') en disco ('Freakin' Disco') of Afrikaanse drums en melodieen ('Thikhathali') en hiphop ('Creeper'). Door die niet in te tomen experimenteerdrang krijg je geen vat op een song als 'Like The Moon' en dreig je als luisteraar je concentratie te verliezen. 'Up All Night' is gedroomd voer voor avontuurlijk aangelegde zielen die in het 'work in progress'-karakter van de cd geen graten zien. Verder alle lof voor een uiterst veelzijdige en moedige muzikant. (DF) Jon Auer and Ken Stringfellow 'Private Sides'The Arena Rock Recording Company/Rykodisc/Zomba Vergis je niet: 'Private Sides' is geen reunieplaat van The Posies. De twee frontmannen van het powerpopensemble uit Seattle staan broederlijk naast elkaar op de cover, maar de nummers, die ze op deze ep brengen, schreven en zongen ze apart. Hun groep hief zichzelf vijf jaar geleden op. Sindsdien lieten Jon Auer en Ken Stringfellow zich onder andere opmerken in de Jon Auer Experience en de Minus 5. Maar ondanks de split trokken ze nog steeds geregeld samen op. In het najaar van 2000 verscheen met 'Nice Cheekbones and a Ph.D.' zelfs een hele plaat met nieuw werk van het duo. 'Private Sides' is geen samenwerkingsproject pur sang, integendeel. De nummers werden opgenomen in de thuishaven Seattle in 2002 en lichten toe wat er gebeurt als twee talentrijke songschrijvers, die gewoon zijn in teamverband te werken, apart aan de slag gaan. Ze spraken vooraf af elkaars bijdragen - op 'Private Sides' beperken die zich tot drie per man - pas te beluisteren als alle nummers klaar waren. Al van bij de eerste luisterbeurt wordt duidelijk waarom de (ex-)collega's zo'n gestroomlijnde tandem vormden en hoe zwaarwichtig de Posies-erfenis is. Ze laten het echter niet aan hun hart komen: de meeste hier aanwezige composities zouden niet misstaan op Posies-albums. Auers powerpopdeun 'Beautiful', inclusief Big Star-harmonieen, kan zo op hun kleine meesterwerk 'Amazing Disgrace'. In tegenstelling tot Stringfellow, die de muzikale begeleiding uitbesteedde aan Jill Sobule, die het sobere palet van gitaar, banjo en percussie voorzag, speelde Auer haast alle instrumenten zelf in. Enkel strijkers en drums laat hij over aan derden. Stringfellow, die nu op tournee is met R.E.M., bracht in 2001 al een soloalbum uit en poetst met 'Ask Me No Questions' een compositie op van de Britse folkrockzangeres Bridget St. John. De drie tracks van Auer zijn origineel en een geslaagd voorsmaakje van zijn solodebuut 'Songs from the Year of Our Demise' dat dit najaar verschijnt. (TPe) Jane's Addiction 'Strays'Parlophone/Capitol/EMI Vorige zomer brachten zowel Perry Farrell als Dave Navarro een soloalbum uit. Beiden maakten eind de jaren tachtig deel uit van een van L.A.'s invloedrijkste en artistiek meest provocerende rockgroepen: Jane's Addiction. De band splitte even na de release van 'Ritual De Lo Habitual' op het hoogtepunt van zijn carriere, om de obligate redenen (drugs, vrouwen, geld). Onder meer omdat het pas hun tweede plaat was en de groep als een van de ijkpunten zou fungeren van de latere grungegeneratie, nam hun korte, maar krachtige carriere vooral na de split mythische proporties aan. Dat leidde in het midden van de jaren negentig al tot een reunietournee, later nog tot een compilatiealbum van onuitgegeven nummers, livemateriaal en twee nieuwe tracks en uiteindelijk, anno 2003, ook tot een derde album. Alleen de bassist Eric Avery doet niet meer mee. Zijn plaats werd ingenomen door Chris Chaney, die eerder speelde bij Alanis Morissette en Rob Zombie. De comeback is niet echt een verrassing: de gitarist Dave Navarro en de drummer Stephen Perkins waren vorig jaar nog te horen op de titeltrack van Farrells eerste (officiele) soloplaat. Speelde daarop het elektronica-experiment nog een vooraanstaande rol, dan is 'Strays' een pure ode aan het rockgenre, niet aan de pretentieuze, messcherpe art-rock waarmee het gezelschap naam en faam verwierf, maar aan de meer toegankelijke variant ervan die doorklinkt in het werk van pakweg U2 en Led Zeppelin. Producer Bob Ezrin leerde de groep hoe episch te klinken in nummers van drie en een halve minuut. Door het stemgeluid en de lucide teksten van Farrell klinkt Jane's Addiction nog steeds erg herkenbaar, maar het manische en chaotische karakter van de groep is door de 'grote studio'-aanpak wel wat afgebot. Het goede nieuws is dat Dave Navarro, die vorig jaar ook een soloplaat uitbracht, zich nu beperkt tot zijn stiel: het geselen van de gitaar, strak waar het kan en virtuoos waar het moet. De eerste persingen van de cd bevatten een half uur durende dvd met interviews en liveregistraties van enkele nieuwe songs tijdens optredens en repetities. (TPe) Sleepy Jackson 'Lovers'Astralworks/Virgin Na een aantal ep's, talrijke personeelswissels en veel ruzie maken slaagde Luke Steele, het enige permanente en naar verluidt ook onuitstaanbaarste lid van het Australische Sleepy Jackson, er zopas toch in een debuut uit te brengen. Dat zulks niet van een leien dakje verliep, is op 'Lovers' echter nauwelijks te horen. Steele fabriceerde een welluidend, makkelijk weghappend en catchy ratjetoe van de voorbije veertig jaar rockgeschiedenis. Hij serveert tintelende Beatlespop en zacht-brommende Velvet Underground-grooves, lengt die aan met manisch-depressieve new wave en rafelige alt-country en kruidt dit alles met psychedelische gitaren, een flard spoken word en tollende harmonieen. Maar tussen welke genres hij ook bruggen bouwt, Steele heeft een leger droomrefreinen bijeengeschreven dat je niet zo vlug op een ander debuut zult aantreffen. De opener 'Good Dancers' begint als een lap post-Beatles melancholie van George Harrison, maar wordt langzaam gemuteerd tot een bastaardzoontje van Flaming Lips en Badly Drawn Boy. Van bij de eerste tracks is duidelijk dat Steele via zijn muziek een uitlaatklep zoekt. Het levert een ironische, soms hilarisch cynische, kijk op de wereld op. Hij rechtvaardigt zijn stellingnames niet altijd, maar of je het nu met hem eens bent of niet, de muzikale omlijsting waarin hij zijn frustraties ruchtbaarheid geeft getuigt van een grote kennis en passie van het vak. De echte pareltjes bevinden zich trouwens op de tweede helft van de plaat. Op 'Morning Bird' tovert Steele plots het onschuldige zangeresje Gemma Burnside uit zijn hoge hoed. Het afsluitende 'Morning Rain', dat in een trek aansluit op het ouderwets romantische, naar Dylan knipogende 'Old Dirt Farmer', zorgt voor een even simpele als swingende slotnoot. 'Lovers' is een rijkgeschakeerd popdebuut. (TPe) Teledroom 'Two Twos'Glasvocht Teledroom heet het samenwerkingsverband tussen twee onconventionele Vlaamse muzikant-componisten: Filip Gheysen (elektrische gitaar, effecten en stem), actief als The Ordinary Seamen en in de projecten Alfa en Picturesque, en Wio (akoestische gitaar, sampler en stem), bekend van zijn solowerken en van veelvuldige optredens met de band De Portables. Uit losse, improvisatorisch gestoelde opnames in de thuisstudio van de twee groeide over een periode van twee jaar zeer langzaam de coherente langspeler 'Two Twos'. Het meer dan tien minuten durende 'Glasvacht' steekt magistraal van wal: met secuur over elkaar geplaatste lagen gerekte gitaarfeedback construeren de twee een sonore, hypnotische tunnel. Binnenin vibreren en botsen ettelijke geluiden die afwisselend aan verscheuring, melancholie en dromerigheid appelleren. Wanneer de stemming agressief dreigt te worden, schakelt 'Glasvacht' op een hortende electro-dubritmiek over. Het concept van de cocon staat centraal op 'Two Twos': ook bijvoorbeeld '2's' en de erg lange afsluiter 'Set Sail Son' (meer dan 16 minuten) tekenen met dobberende lagen gemanipuleerde gitaartonen psychedelische maar intieme vergezichten die de luisteraar tot contemplatie nopen. Aan de einder van het nummer dobberen de stemmen van Gheysen en Wio. Dat aspect wordt scherper uitgespeeld in het ingetogen liefdeslied 'The Bible of Aesthetics (Summarized)' en in het spookachtige 'Are You A Widow', waarin de stemmen van het duo tot meanderende echo's worden. 'Two Twos' is een kabbelend, kalmerend en bijwijlen verrassend album van twee jonge muzikanten die behoorlijk wat talent in de vingers hebben (verkrijgbaar via www.glasvochtrecords.com). (IS) Samenstelling: Tom EELEN, Dirk FRYNS, Tom PEETERS, Ive STEVENHEYDENS