Advertentie
Advertentie

Maurice Green: running all over the world

Het is drie december 1999. Maurice Greene ontvangt de prestigieuze Jesse Owens Award, de hoogste onderscheiding voor een sprinterskoning, vergelijkbaar met een oscar in de filmwereld. Maurice Greene, geboren op 23 juli 1974, is diep ontroerd. Van straatjochie uit Kansas tot wereldkampioen op respectievelijk de 100, 200 en 4X100 meter. Hij is geslaagd in zijn missie. Nog één bekroning ontbreekt: de olympische medaille. Die zal hem niet ontsnappen, die dure eed heeft hij gezworen. In Sydney zette hij vorig jaar de kroon op het werk.In Edmonton trok hij deze week die succesvolle lijn door. Wereldkampioen op de honderd meter, voor de derde keer op rij. Zij het op het nippertje, want na 85 meter schoot een zogenaamde pop in zijn linkerbovenbeen en een paar meter verder kreeg hij er nog een scheut pijn in zijn hamstring bovenheen. Toch hield hij stand, ondanks de oorlogsverklaringen voor de start van zijn voornaamste concurrent Tim Montgomery. Greene voerde onverstoorbaar zijn vast ritueel op: spastisch aandoende lichaamsmotoriek, parmantig loopje, speelse tongcheck en even een spiritueel moment van ingetogenheid. Om zichzelf vervolgens in zijn status te bevestigen: die van snelste man ter wereld. Sinds 1997 intussen.Greene wist wat hij wou. Hij beet zich vast in één ding: running all over the world. Het selectieve Amerikaanse universitaire sportsysteem stippelde voor hem aanvankelijk nochtans een andere route uit. Ondanks zijn uitmuntende sprintcapaciteiten, had het systeem hem een toekomst in het American football gescout. De studiebeurs lag klaar, maar Greene haakte af. Inderhalve week voor hij naar het college zou vertrekken, gaf hij er balend de brui aan. Na een intensief gesprek met zijn plaatselijke atletiekcoach dreef hij zijn zin door. Hij besliste om zich in te schrijven in een junior college in de buurt en bij hem te blijven trainen. Greene zoemde in op zijn levensideaal: de snelste man ter wereld worden.Hij baseerde zijn overmoed op het feit dat hij in april 1995 de Texas Relays won in een recordtijd van 9,88 seconden. Helaas stond de rugwind veel te stevig. Greene was nog te groen. Hij verdween enkele maanden later op het WK in het niets met 10,35. Green liep 2,5 jaar college met een beurs van de Ewing Kaufmann Foundation. Deze stichting wurgt de Amerikaanse standenmaatschappij met haar liefdadigheid. Zij loot een aantal arme stadskinderen uit, die onder zeer gebiedende voorwaarden de kans krijgen op een beter leven: drugsvrij zijn (van dope, over alcohol tot tabak), uit de gevangenis blijven en geen kinderen maken. Maurice Greene bezondigde zich nergens aan en kwam steeds met goede punten thuis. Hij liet de geneugten van het leven voor wat ze zijn en offerde alles op voor zijn grote droom. Door te kiezen voor zijn passie, boorde hij zichzelf een miljoenencontract in het veel lucratievere American Football door de neus.John SmithEven na de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta trok Maurice Greene zijn stoute schoenen aan. Hij bood zichzelf aan bij de befaamde Amerikaanse atletiekcoach John Smith. Die heeft sinds jaren de beste sprinters ter wereld onder zijn hoede en kneed ze volgens zijn HSI-methode: Handling Speed Intelligently. Vader Greene voerde Maurice met de auto, een car zoals je ze alleen in gettofilms over de jaren vijftig ziet, van Kansas naar Los Angeles. Een tocht van 23 uur, waarin ze twee derde van de Verenigde Staten doorkruisten. Greene eiste John Smith meteen op: Hij was zo gretig. Ik kreeg niet eens de tijd om bij te komen van de Olympische Spelen. Hij wilde meteen beginnen trainen, getuigde Smith over zijn nieuwste discipel. Sprinters zijn van oudsher tweederangssporters in de Verenigde Staten. Ze worden op straat zelden herkend. Maurice Greene projecteerde het lopen tot de ultieme zin van zijn bestaan. In enkele jaren tijd is zijn startgeld meer dan vertienvoudigd: van 3.000 naar 50.000 dollar. Dankzij de sport ontvluchtte hij de bittere struggle for life in de ongenadige suburbs van de Amerikaanse grootsteden. In de Verenigde Staten orakelen de ultraliberale diehards te vuur en te zwaar tegen elke vorm van sociale zekerheid. In de zwarte gettos is de keuze snel gemaakt: overleven of sterven. Ik woonde in een buurt waar steeds gevaar dreigde, vertelde Maurice Greene aan het Nederlandse maandblad Sport International: Je hoefde er niet eens om te vragen, het gevaar zocht je wel op. Zes van mijn vrienden, niet eens bendeleden, gewone jongens die op straat rondhingen - zijn op verschillende momenten doodgeschoten. Verkeerde tijd, verkeerde plaats. Je zou kunnen schrijven dat ik harder liep dan de kogels floten. Het klinkt mooi, maar het is onzin. Ik had vooral meer geluk dan de anderen.Maurice Greene, de snelste man ter wereld, al van in zijn jeugd on the run.In deze rubriek zoekt sportschrijver Raf Willems naar de nuance in de hectische wereld van de topsport.