Mediaconcentratie en cross ownership in Europa

Op Europees niveau bestaat geen geharmoniseerde specifieke wetgeving aangaande mediaconcentratie en cross ownership in de mediasector. Mediabedrijven worden dus beschouwd als gewone bedrijven, maar de Europese Commissie laat wel toe dat lidstaten elk voor zich wettelijke beperkingen opleggen die het pluralisme garanderen en niet verder gaan dan noodzakelijk is. België heeft daarin geen initiatieven genomen en ook bij de Commissie is het volgens het Brusselse advocatenbureau Bird & Bird windstil.Concentraties van ondernemingen moeten in principe aangemeld worden bij de Commissie. Die kan oordelen of een fusie of overname al dan niet mag doorgaan, omdat de mededinging bijvoorbeeld te veel beperkt wordt. De verordening die dat bepaalt, is enkel van toepassing voor concentraties met een communautaire dimensie, waardoor het vrijwel uitgesloten is dat ooit een overname of fusie in de Vlaamse media onder toepassing van die meldingsplicht zal vallen.Maar de Belgische wetgeving voorziet ook in een gelijkaardige meldingsplicht. Belgische mediaconcentraties kunnen dus wel gemeld worden bij de Raad voor de Mededinging. Een concentratie komt tot stand door de fusie van twee of meer onafhankelijke ondernemingen, door een of meer personen die zeggenschap hebben over een of meer bedrijven en dat krijgen over andere ondernemingen via participaties, of door de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming. Een bestaande mediagroep die een nieuw blad lanceert of naar een dominante marktpositie toegroeit valt daar dus niet onder. Een bestaand mediabedrijf dat wordt overgenomen door een andere onderneming wel.Nationale mediawettenIn Duitsland kan een onderneming een onbeperkt aantal tv-omroepen exploiteren voor zover geen dominante opiniebepalende macht wordt verworven. Die bestaat wanneer een gezamenlijk marktaandeel van 30 procent wordt bereikt. Zodra een omroep er 10 procent marktaandeel of meer verwerft, wordt hij verplicht capaciteit af te staan aan derden. Cross ownership (tv, radio, pers enzovoort) kan er ook leiden tot een dominant opinion forming position, waarvoor de controlerende instanties beperkingen of voorwaarden kunnen opleggen die misbruik moeten vermijden.In Groot-Brittannië mag een onderneming tv-licenties verwerven tot een maximum van 15 procent marktaandeel wordt bereikt. Ook bepaalde combinaties van licenties zijn er verboden (bv. Channel 3 en 5).Een nationale dagbladuitgever die meer dan 20 procent marktaandeel heeft, mag geen Channel 3- of 5-licentie, noch een lokale of nationale radio-omroep hebben. Zelfs als de dagbladuitgever geen 20 procent bereikt, kan worden opgetreden als zou blijken dat hij tegen het algemeen belang handelt.In Italië is elke dominante positie in de radio- en tv-sector verboden. Niemand mag er meer dan twee terrestrische tv-omroepen (die uitzenden vanop de grond) hebben. Een tv-omroep mag er maximum 30 procent van de totale tv-inkomsten verwerven en een nationale radio-omroep mag maximum 30 procent van de totale radio-inkomsten verwerven. Er zijn ook regels die dominante posities in de massacommunicatiesector tegengaan. Maar er zijn geen beperkingen voor de combinatie dagbladen/kabel- en satelliet-tv. Dat heeft te maken met het feit dat in Italië net als in Engeland terrestrische tv de belangrijkste positie inneemt. Verder is ook bepaald dat in alle geval niemand meer dan 25 procent van de beschikbare licenties voor nationale terrestrische tv of nationale radio in handen mag hebben en in ieder geval maximum drie omroepen.In Frankrijk mag een onderneming voor maximum 49 procent participeren in het kapitaal van een nationale terrestrische tv-omroep, of 50 procent in een regionale omroep of een satellietomroep. Zon onderneming mag maximum één licentie hebben voor nationale terrestrische tv, maar ze mag dan geen regionale tv uitbaten. Wel kan ze tot maximum vijf licenties krijgen voor digitale televisie en mag ze ook maximum twee licenties hebben voor satelliet-tv. Voor kabeltelevisie mag men meer licenties hebben voor zover maximaal 8 miljoen mensen worden bereikt. Ook voor cross ownership legt de wetgeving beperkingen op. KVV