Meer instituut dan bedrijf

De Antwerpse Zoo is een wat misleidende benaming voor een bedrijf dat meer herbergt dan de dierentuin in Antwerpen. De Antwerpse dierentuin maakt in feite deel uit van De Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA), de VZW die ook het Dierenpark Planckendael in Mechelen, het Antwerpse Elizabeth-zalencomplex en het natuurreservaat De Zegge in Geel overkoepelt. Daarmee verschilt de dierentuin ook met gewone bedrijven: de VZW KMDA is er niet echt op uit winst te maken. Maar zelfs een VZW moet het hoofd boven water houden. Dat bleek de afgelopen jaren niet altijd even evident. De kosten rezen de pan uit, de opbrengsten bleven beneden de verwachtingen en naar de omvang van de staatssubsidies, waar de VZW sinds 1985 aanspraak kan op maken, bleef het elk jaar gissen. Toen algemeen directeur Fred Daman eind 2000 met pensioen ging, leek Rudy van Eysendeyck, voordien crisismanager bij de Begeman-groep, de geknipte persoon om orde op zaken te stellen in de dierentuin. Van Eysendeyck liet over zijn intenties van bij zijn aantreden geen twijfel bestaan en legde zich niet neer bij de term noodlijdend, een te pessimistisch verdict. Maar een diepgaand onderzoek drukte hem wel met de neus op de realiteit: de dierentuin torste een te zware kostenlast en had te weinig zekerheid omtrent de inkomsten. Men moet begrijpen dat de KDMA een bijzonder geval is, vertelt Van Eysendeyck. De KDMA was en is nog steeds meer een instituut dan een bedrijf, al komt daar stilaan verandering in. Onze missie is niet geld verdienen, maar werken aan natuurbehoud, onder meer door middel van educatieve en wetenschappelijke projecten rond natuurbehoud. Die missie, en dat wetenschappelijk karakter, zitten heel diep in de bedrijfscultuur geworteld en dat hoort ook zo. Alleen had die cultuur een aantal minder gunstige bijwerkingen. negatieve spiraalWe dachten lange tijd dat we onszelf van de commerciële bezigheden konden afschermen. Mensen mochten als het ware blij zijn dat ze hier überhaupt binnengelaten werden. Een tweede punt is dat we dachten dat wij het monopolie hadden op het eenndagstoerisme in Vlaanderen. In 1985 drong voor het eerst door dat de balans niet meer in evenwicht was. Daarom klopte de KDMA, toen nog een NV, aan bij de Vlaamse overheid. Om subsidiëring mogelijk te maken werd de NV omgevormd tot een VZW, die het patrimonium van een NV in erfpacht kreeg. Het was de bedoeling dat de Vlaamse overheid ongeveer tien procent zou bijdragen in de kosten. Maar de toelage lag niet vast en varieerde elk jaar, waardoor de KDMA langzaam maar zeker in een negatieve spiraal terechtkwam en moeilijk toekomstplannen kon maken.Dat probleem is intussen opgelost. De KDMA heeft sinds 17 mei een beheerscontract met de overheid. Daardoor is er nu zekerheid over de omvang van de subsidies en de verwachtingen van de overheid met betrekking tot de prestaties. De twee worden dus partners. De KDMA sloot 2000 af met een nettoverlies van 2,5 miljoen euro. Ook vorig jaar werd een bijna even groot verlies opgetekend. Dit jaar voorspelt Van Eysendeyck een winst van 2 miljoen euro. In de eerste zes maanden van 2002 kreeg de Antwerpse dierentuin ruim 30 procent meer bezoekers over de vloer dan in dezelfde periode in 2001. Het aantal dagtickets steeg met 18 procent tot 462.531. In Planckendael werden 333.500 dagtickets verkocht, 31 procent meer dan in het eerste semester van 2001. KVV