Meer kwaliteit, meer efficiëntie en minder regels voor onderwijs

Na de krokusvakantie begint een rondetafelconferentie over de toekomst van het onderwijs in Vlaanderen. Het overleg met alle betrokken partijen zou moeten leiden tot conclusies over een betere samenwerking tussen de onderwijsinstellingen, het transparant maken van de financieringsstromen in het onderwijs en een efficiëntere inzet van de onderwijsmiddelen.Het onderwijs is erg belangrijk voor de welvaart en het welzijn van Vlaanderen, en de problemen die zich voordoen, vragen grondig doordachte en breed gedragen oplossingen. Daarom moet er een ernstig debat komen over de échte uitdagingen waar ons onderwijs voor staat. We zien samengevat drie grote agendapunten: de kwaliteit van ons onderwijs, de efficiënte besteding van de onderwijsmiddelen, en minder regels voor de scholen.Meer kwaliteit. Uit internationale studies die onderwijssystemen vergelijken aan de hand van kwaliteits- en resultaatindicatoren, komt het Vlaamse onderwijs steevast als hoogkwalitatief naar voor. Die hoge kwaliteitsstandaarden moeten bewaard blijven. De factoren die aan de basis liggen van onze goede scholen in het bijbrengen van onder meer wiskunde en vreemde talen mogen niet in het gedrang komen. Er moet permanent worden gewerkt aan kwaliteitsverbetering. Verbeterpotentieel is er op de volgende domeinen: de verlaging van het aantal jongeren die zonder diploma of met onvoldoende competenties de school verlaten, de ontwikkeling van interesse voor wetenschap en techniek, de algemene kwaliteit van het vaktechnisch onderwijs.Meer efficiëntie. Jaarlijks gaat ongeveer 7 miljard euro overheidsgeld naar het Vlaamse onderwijs, dat daarmee de voornaamste bestedingspost van de Vlaamse overheid is. Het onderwijsbudget lijkt steeds te klein door de looneisen van het personeel, en omdat nieuwe behoeften en uitdagingen de nodige middelen vergen. Bij de onderwijsmensen leeft de perceptie dat het onderwijs zwaar ondergefinancierd is om nog degelijk te kunnen werken, terwijl de rest van de samenleving de indruk heeft dat onderwijs steeds meer middelen naar zich toe trekt zonder dat daar een concreet perspectief op resultaatverbetering tegenover staat.Voor deze paradox bestaat maar één oplossing: het resoluut en structureel aanpakken van inefficiënties bij de besteding van de onderwijsmiddelen. Alleen dan kan het onderwijs betaalbaar én kwalitatief hoogstaand blijven, kwaliteitstekorten wegwerken, én ruimte creëren voor innovatie. Meer efficiëntie kan gezocht worden in:- de samenvoeging van te kleine schoolinstellingen, die dan nog vaak een te groot aantal studierichtingen aanbieden. Door een te kleine schaal van scholen ontstaan relatief hoge overheadkosten en is het rendement van investeringen te beperkt.- het optimaal inzetten van al het onderwijzend personeel dat door de onderwijsbegroting wordt betaald. Het terugschroeven van de vervroegde uittreding is daar wellicht maar één voorbeeld van. Leerkrachten zouden ook moeten worden ontheven van allerlei taken die ten koste van hun eigenlijke leeropdracht gaan en die ook door niet-onderwijzers kunnen worden uitgevoerd.- het drastisch beperken van zittenblijvers. In het onderwijs is men zich onvoldoende bewust van de kosten die door een jaar zittenblijven worden veroorzaakt.Minder regels. Het onderwijs is een van de sectoren in de samenleving die het meest gebukt gaan onder overregulering en bureaucratisering. Talloze decreten, voorschriften en rondzendbrieven leggen scholen en lesgevers zaken op, of verbieden ze. Vele zinvolle initiatieven vinden geen doorgang omdat ze in strijd zijn met de regelgeving. Deze situatie is dodelijk voor de creativiteit van de onderwijswerkers op het terrein. Wie initiatieven neemt, wordt daar vaak voor afgestraft, terwijl anderen geen initiatief (meer) nemen omdat ze op instructies wachten. Het onderwijs moet dan ook prioriteit krijgen in de dereguleringsoperatie die de Vlaamse regering heeft aangekondigd. Een drastische deregulering moet, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, de autonomie van de school herstellen. Een beperkt aantal heldere en stabiele basisregels moet het kader aangeven waarin scholen een eigen beleid kunnen voeren en initiatieven kunnen nemen. Michel VAN HEMELE Mark ANDRIESDe auteurs zijn respectievelijk gedelegeerd bestuurdervan Solvus en voorzitter van de VEV-stuurgroep Onderwijsbeleid, en adjunct-directeur vande VEV-studiedienst.