Advertentie
Advertentie

Meta-foor

Zou dat niet democratisch zijn, als het publiek een aantal gezichten van het tv-scherm mocht wégstemmen? Bel nu! Maar naar wie? In ieder geval, persoonlijk zijn we die tronie van Jan Hoet inmiddels meer dan beu. Geen Late Show, geen sportprijsuitreiking, geen regionaal nieuws, geen Luc Alloo, geen Koppen of meneer Hoet wordt erbij gesleurd, bijna wekelijks. Is heel Vlaanderen werkelijk zo gebrand op zijn deskundige menig? Alsof hij er een heeft. Jan Hoet is een BV en dat volstaat, een Bluffende Vlaming. Hij roept, hij raast, hij tiert. Zo wordt de eigenzinnige kunstgoeroe tenminste geïntroduceerd in de paginagrote campagne van Mobistar, waarbij Hoet ongegeneerd poseert op een sokkel in zijn eigen museum, mét naambordje. Of Hoet werkelijk de grootste collectie hedendaagse kunst in Europa binnen heeft, zoals de advertentie boudweg stelt? Wie zal het checken? Een nog fraaier en vooral veel eerlijker compliment is alvast: de goedkoopst bijeengescharrelde collectie. Maar wie (behalve de kunstenaars) maalt daarom? Cijfers zijn er om te imponeren, niet om te controleren. Hoet heeft wellicht wel de rijkste videokunstcollectie van Vlaanderen in huis, dat wel, maar als curator is hij er allerminst mediakritischer door geworden. Kunst kan de wereld veranderen, net zoals Mobistar zijn wereld veranderde, zo vervolgt de advertentie. Het is een feit, Jan Hoet heeft eindelijk zijn (wansmakelijk vormgegeven) SMAK. Hij heeft er ongetwijfeld hard voor moeten lobbyen, zodanig dat het nu zijn modus vivendi is geworden. En dan kan je een gsm wellicht best gebruiken. Versterkt door zovele media roept, raast, tiert Jan Hoet tegenwoordig zo hard dat de delicate stemmen van de kunstenaars in zijn huis compleet verloren gaan. De man werpt veel te veel schaduw en zijn charisma is dat van een kermisartiest, een goochelaar, een marktkramer, een praatjesmaker. Is hij echt de man die zijn volk van moderne kunst leerde genieten? Eerder het tegendeel: Hoet dwingt vooral bewondering af voor zichzelf als levenskunstenaar. Maar het publiek verkiest duidelijk zijn eigenzinnige (lees: stompzinnige) gewauwel boven enige nuchtere reflexie. Als het van Hoet komt, dan zal het wel de moeite zijn zeker? Jan Hoet genereert vooral een valse consensus over hedendaagse kunst. Test: vraag aan elke interviewer die Jan Hoet het afgelopen jaar voor de camera en/of microfoon sleurde naar de naam van drie jonge kunstenaars aanwezig in zijn collectie. Of vraag Jan Hoet eens waarom hij een paar maanden geleden nog nocturnes organiseerde voor gsm-producent Ericsson en welke jonge kunstenaars de incontournabele kunstmanager daarvoor op ondankbare wijze inschakelde. Of vraag aan de VIP-feestnummers op zon avond naar de naam van de kunstenaar-van-dienst. En zo houdt de oranjekleurige Hoet zijn museum draaiende, door de tempel om te toveren tot een marktplaats. Hypocrisie? Noem het liever, in zijn allereigenste Dokumenta-jargon, displacement. Of in de volksmond: opportunisme.Ooit luidde het nog: Iedere mens is een kunstenaar en iedere handeling een apolitieke daad. Van de stapelrekken met Wirtschaftswerte van Beuys naar het etaleren van een stukje spraaktechnologie uit eigen naam. De discipel van de democratische Beuys adverteert nu zichzelf ter bevordering van nog meer geleuter in de ether. Elke mens een woordkunstenaar? Democratie in het informatietijdperk? Het is niet omdat elke mens een stem heeft gekregen dat die ook zinnig wordt gebruikt. Het instrument is nog de boodschap niet. Of toch? Boksmens Jan Hoet verkoopt vooral zijn imago in plaats van de hedendaagse kunst en zijn opportunistische retoriek hoeft niet onder te doen voor die van het Vlaams Blok. Kunst countert de negatieve aspecten van het leven? Oranje Hoet is helaas sterker in het imiteren dan het bekritiseren van de goedkope retoriek van de machtspolitiek. De meta-forische signalen die hij de wereld instuurt, zijn even spectaculair als hol, en iedereen weet het. Zo spreekt ook Yves Desmet een keer per jaar in zijn State of the Union forse taal tegen de verregaande commercialisering, om er de rest van het jaar vooral zelf dapper aan mee te doen. Zoals de VRT nu een meta-human interest programma maakt, zoals er nu overal over kwaliteit wordt gekwaakt: het is gewoon hetzelfde in de overtreffende trap. If you cant beat them, join them. De media creëren vooral consensus en medeplichtigheid. Wie kijkt, die bezwijkt. Het laagje vernis is enkel nog een formaliteit, ontzettend dun en transparant. Achter al deze zogenaamd kritische, analytische meta-vertoningen schuilt de primaire drang naar nog meer bezoekers, meer kijkers, meer cijfers. Ach, kan Hoet er wat aan doen als de bezoeker niets anders ziet dan zijn zelfportret met bokshandschoenen, als de kijker geen beetje kunstenaar is? Wie zoveel aandacht voor zich opslorpt, neemt ook veel verantwoordelijkheid op de schouders. Zal Hoet nog aanblijven na 8 oktober, eens het Vlaams Blok een partij van formaat blijkt te zijn in Gent? Of is hij met zijn Mobistar-campagne juist zijn pensioentje aan het vergaren? Herman ASSELBERGHSEdwin CARELS