Michelin voert strategie consequent uit

Michelin maakte bekend dat het zijn contract met General Motors Europe voor de levering van banden niet verlengt, omdat beide partijen het niet eens konden worden over de prijs. Dit is een nieuw signaal dat het Michelin menens is met het verhogen van zijn rendabiliteit. Michelin vond de voorwaarden die GM Europe (Opel, Saab en Fiat) stelde, onaanvaardbaar. Zonder details te geven was het duidelijk dat GM te lage prijzen verwachtte. GM Europe is goed voor 5% van de omzet van Michelin in het segment van de rechtstreekse verkoop aan autoconstructeurs en ongeveer 1,5% van de totale bandenomzet van Michelin. Het huidige contract vervalt eind juli. De invloed op de winst voor dit jaar zal volgens Michelin verwaarloosbaar zijn, omdat het huidige contract toch nauwelijks winstgevend was. Het Amerikaanse Goodyear juicht de beslissing van Michelin toe. Ook Goodyear kondigde aan dat het de capaciteit in de komende drie jaar zal terugschroeven om de dalende trend in de marges te kunnen omkeren. De afwijzing van de deal bewijst eens te meer dat de bandensector een belangrijke strategische wending maakt. Vooral de rechtstreekse verkoop aan autoconstructeurs is momenteel weinig winstgevend terwijl in de verkoop voor de vervangingsmarkt hogere marges worden gehaald. Tot voor kort waren de bandenproducenten bereid hun verkopen aan constructeurs te subsidiëren in de hoop de klanten te behouden bij vervanging van de banden. Bij vervanging van hun banden kozen auto-eigenaars in 50% van de gevallen voor het oorspronkelijke merk. Volgens analisten van JP Morgan is dit percentage echter teruggevallen tot 30%. Hierdoor is deze strategie nog nauwelijks rendabel. Bovendien wilden de bandenconstructeurs hun productiecapaciteit met hoge vaste kosten maximaal blijven benutten. De laatste jaren hebben de bandenproducenten echter de capaciteit teruggeschroefd door bedrijfssluitingen. Autoconstructeurs proberen bij hun leveranciers lagere prijzen te bedingen om hun eigen rendabiliteit op te krikken. Tegenover de onderdelenproducenten is deze politiek nog vaak succesvol. Maar de machtsbalans tussen de autoconstructeurs en bandenproducenten lijkt over te slaan in de richting van de bandenproducenten. Door de hoge concentratiegraad en de focus van de drie grote spelers op rendabiliteit hebben de bandenproducenten een kans op slagen. De drie grootste bandenproducenten, Bridgestone, Goodyear en Michelin, vertegenwoordigen meer dan 60% van de totale markt. Ondanks de dalende trend op de auto- en truckmarkt verwacht Michelin voor dit jaar een operationele marge tussen 6,7 en 7,4%, tegenover 6,6% vorig jaar. De consensusverwachting van analisten leidt tot een koers-winstverhouding voor het boekjaar 2002 van 12,9 en 9,9 voor het boekjaar 2003. Het aandeel noteert tegen 1,31 keer zijn boekwaarde. Om een waardering hoger dan de boekwaarde te verantwoorden moet Michelin op middellange termijn wel rendementen behalen die hoger liggen dan de kapitaalkosten van het bedrijf. Hierin slaagde Michelin de voorbije jaren niet. Indien de huidige strategie door de grote bandenproducenten consequent wordt voortgezet, is de kans reëel dat hierin de volgende jaren verandering komt. KW