Advertentie
Advertentie

Minder maar betere leraars wordt dé uitdaging

(tijd) - De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met de kwaliteit en de inzet van zijn personeel. Misschien een dooddoener, maar in ieder geval dan één met verregaande konsekwenties waarvoor het beleid nogal eens terugschrikt. Nieuwe beleidsstrukturen, zoals de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs, of nieuwe personeelsstatuten, zoals voor alle onderwijsnetten in het vooruitzicht gesteld, volstaan immers niet om kwaliteit en inzet te genereren. Een financiële herwaardering van het leraarambt is nodig om het moreel in onderwijskringen op te krikken en jong talent aan te trekken. Maar daarvoor is niet direkt geld voorhanden, tenzij de politici dan uiteindelijk toch de moed zouden hebben om een aantal uitwassen, eigen aan ons verzuild onderwijs, weg te snijden onder het motto "minder maar beter betaalde en dus betere leraars'. Eén van de meest fundamentele problemen in het onderwijs is onmiskenbaar de maatschappelijke en in lijn daarmee financiële ontwaarding van het lerarenambt. De loonkloof tussen de privé-sektor en het onderwijs wordt almaar groter. De financiële ontwaarding gaat hand in hand met een dalende kwaliteit, en dit in een sektor die van levensbelang is in een industrieel-tecnologische samenleving die het moet hebben van zijn grijze materie. De ontmoediging - "burn out' - is wijd verspreid bij het onderwijzend korps. Anderzijds is de toevloed van nieuw talent niet langer verzekerd. De tijd dat de knapste bollen voor het onderwijs kozen, behoort al lang tot het verleden.