Minderheid in wording Stefaan HUYSENTRUYT

De commissie Mensenrechten van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft gisteren het rapport van verslaggeefster Lili Nabholz-Haidegger nagenoeg ongewijzigd goedgekeurd. Samengevat komt het betoog van de verslaggeefster erop neer dat er in dit landje geen nationale maar wel regionale minderheden bestaan. Nabholz treedt met haar verslag in de voetsporen van de - ook al Zwitser - Dumeni Columberg, die ons land al in 1998 in opdracht van de Raad van Europa bezocht. Hij verweet de Vlamingen in zijn verslag onder meer de Franstaligen in Vlaanderen te willen assimileren. Ook het verslag-Columberg werd in 1998 nagenoeg ongewijzigd door de commissie Mensenrechten goedgekeurd, maar nadien in de Parlementaire Vergadering gevoelig afgezwakt. De Vlaamse regering hoopt dat met het verslag-Nabholz hetzelfde zal gebeuren en stuurde Vic Anciaux alvast als lobbyist op pad.Een afzwakking van het verslag-Nabholz kan de schade weliswaar beperken, maar niet ongedaan maken. De Zwitserse versterkt het beeld van Vlaanderen als extreem onverdraagzame regio, een beeld dat in het buitenland zorgvuldig gecultiveerd wordt door de Franstaligen en versterkt wordt bij iedere verkiezingsoverwinning van het Vlaams Blok. Om die beeldvorming tegen te gaan, is geen defensieve, maar een offensieve strategie nodig. De Vlaamse regering moet complexloos en desnoods uit den treure uitleggen waarom Vlaanderen niet onverdraagzaam is.En die uitleg is eenvoudig: het Verdrag over de bescherming van de minderheden heeft het enkel over nationale minderheden, en die zijn er - op de Duitstaligen na - in België niet, zoals ook Nabholz toegeeft. De regionale minderheden, waar zij het over heeft, komen in het verdrag niet voor. In Vlaanderen kunnen slechts nationale minderheden bestaan als Vlaanderen een natie is. De dag dat dit het geval zou zijn, zouden de Franstaligen in Vlaanderen effectief een nationale minderheid vormen. En zullen zij het goed hebben in de Vlaamse natie, net als ze nu reeds geen enkele reden tot klagen hebben in het Vlaamse gewest. Van de faciliteiten waarover zij beschikken, kunnen de echte minderheden in tal van andere Europese landen slechts dromen. Bovendien worden die faciliteiten rigoureus nageleefd. Wat niet kan worden gezegd van de faciliteiten waarover de Vlamingen in Wallonië beschikken, of de garanties waarover de Vlaamse minderheid in Brussel beschikt.Maar zolang Vlaanderen een deelstaat van België is, is het Europese Minderhedenverdrag voor ons land, op de Duitstaligen na, zonder voorwerp. Als de Franstaligen er dan toch zo op gebrand zijn als minderheid in Vlaanderen te worden erkend, kunnen ze, bij wijze van toegift, wel het statuut van nationale minderheid in wording krijgen. Maar of ze die geste op prijs zullen stellen?