Advertentie
Advertentie

Minimumakkoord

De tijd dat een regering niets durfde beslissen tegen de wil van vakbonden en werkgevers in, ligt al enige tijd achter ons. De sociale partners werden sociale gesprekspartners. Maar al was hun macht en invloed tanende, onder de vorige regeringen werden ze nog altijd met de egards van de grote dagen ontvangen. Onder paars-groen is ook hierin verandering gekomen. Paars-groen is niet zo goed thuis in de symbolen en rituelen van de sociale overlegeconomie en maakt er dan ook geen of nauwelijks gebruik van. Meer nog, vakbonden en werkgevers worden door het kabinet nog amper gehoord. Als ze dan al eens ontboden worden, is dat in de eerste plaats om te moeten aanhoren wat de regering te zeggen heeft. De onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord waren voor de sociale partners dan ook van existentieel belang. Wilden ze niet volledig herleid worden tot sociale luisteraars en beschouwd worden als meer dan een relikwie uit het naoorlogse overlegmodel, dan moesten ze tot een akkoord komen. Ook al morden ze dat ze door de regering al dermate in een keurslijf waren geduwd, dat er nauwelijks nog enige onderhandelingsruimte overbleef.Achteraf blijkt niettemin dat de sociale partners aan dit keurslijf veel te danken hebben. Want al waren de onderhandelingen gedoemd om te slagen, het water tussen vakbonden en werkgevers bleef op vele plaatsen te diep. Zonder de stok achter de deur van een schoonmoederachtige regering, die dreigde op tal van domeinen zelf in te grijpen, waren de meningsverschillen allicht onoverbrugbaar gebleven.Het akkoord dat gisterenmorgen in de vroege uurtjes bereikt werd, is trouwens niet meer dan een minimumakkoord. Enkel in die domeinen waar een regeringsinitiatief dreigde, wisten vakbonden en werkgevers een alternatief uit te werken, kwestie van de regering de wind uit de zeilen te nemen. Alle andere heikele punten werden naar werkgroepen verwezen. En dus worden in het ontwerp van interprofessioneel akkoord voor de komende twee jaar wel de modaliteiten voor de loonnorm, de 38-urige werkweek en de loopbaanonderbreking geregeld. Maar dossiers als flexibiliteit, het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden, het brugpensioen... werden voor verder studiewerk naar de Nationale Arbeidsraad doorgespeeld of worden onder een lading stof verborgen.De sociale partners slagen er overduidelijk nog enkel in overeenstemming te bereiken over punten waar de regering ze het mes op de keel zet. Of hoe het primaat van de politiek in ere wordt hersteld en de sociale partners in hun echte rol geduwd worden: die van het sociaal-economische middenveld dat met kennis van het terrein aan beleidsuitvoering doet.De voorbije onderhandelingen over het interprofessioneel akkoord hebben overigens ten overvloede bewezen dat beleidsuitvoering en beleidsvoering best niet met mekaar verward worden. Zonder wettelijke ruggensteun had de loonmatiging nooit overeind kunnen blijven onder de vloedgolf van looneisen van de bonden en riskeerden we in de fouten van de jaren zeventig te vervallen. Al moet hier meteen aan toegevoegd worden dat het gulle schenkersimago van de regering mee aan de basis lag van de hooggespannen loonverwachtingen bij de vakbondsbasis. Stefaan HUYSENTRUYT