Moeilijke begroting 2002

Hoewel de verwachtingen niet hooggespannen waren, presteerde de Belgische economie in het tweede kwartaal nog slechter dan voorzien. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen deelde gisteren mee dat het bruto binnenlands product (BBP) met 0,6 procent daalde tegenover het eerste kwartaal. Dit is de grootste achteruitgang sinds de recessie van 1993.Amper enkele dagen na de rentree-interviews van de eerste minister blijkt dat Guy Verhofstadt de verzwakking van de conjunctuur duidelijk heeft onderschat. De regeringsleider verwacht een economische groei van 2 procent, maar na de publicatie van het tegenvallende BBP-cijfer is er waarschijnlijk geen enkele econoom meer die nog een dergelijk groeicijfer durft verhopen. De meeste economen voorspellen nu zowat 1,5 procent groei. Sommige economen geven toe dat ze eigenlijk nog wat pessimistischer zijn, maar voorlopig liever niet met een lager groeicijfer naar buiten komen.De forse afkoeling van de Belgische economie is slecht nieuws voor de arbeidsmarkt en de overheidsfinanciën. Aangezien de werkgelegenheid met vertraging reageert op de conjunctuur, zullen de komende maanden nog verscheidene ondernemingen pijnlijke herstructureringen aankondigen. Een daling van de totale werkgelegenheid kan wellicht nog worden vermeden. Maar de beroepsbevolking blijft groeien en daarom lijkt een stijging van de werkloosheid onvermijdelijk.Interessant om te volgen wordt de evolutie van het begrotingsbeleid. Verhofstadt beklemtoonde in zijn interviews dat de begroting dit jaar zeker in evenwicht blijft. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, liet hij daarmee duidelijk doorschemeren dat een boni van 500 miljoen euro (20 miljard frank), de officiële doelstelling, voor hem geen must is.Belangrijker is wat de plannen zijn voor volgend jaar. Het stabiliteitsprogramma bepaalt dat de overheid een boni van 0,3 procent van het BBP moet nastreven. Toch gelooft de premier dat er ruimte is voor een verlaging van de sociale lasten voor de ondernemingen en een verhoging van de sociale minimumuitkeringen. Beide maatregelen zijn verdedigbaar, maar zijn niet te verzoenen met de doelstellingen van het stabiliteitsprogramma, tenzij de regering drastisch bezuinigt op de uitgaven of de begroting baseert op optimistische economische hypothesen. Sommige economen waarschuwen dat de regering bij de opmaak van de begroting voor zowat 2 miljard euro saneringsmaatregelen moet doorvoeren. Een dergelijke bijsturing is niet mogelijk via enkele kunstgrepen en zou dus zeker pijn doen.De budgettaire ruimte is sterk afhankelijk van de groeivooruitzichten. De meeste economen verwachten dat de economie in het derde kwartaal weer begint te groeien, waardoor we een recessie kunnen vermijden. Maar alle economen zijn het eens dat we tot het vierde kwartaal moeten wachten op een duidelijk herstel. De regering zou de begroting van volgend jaar het best baseren op erg voorzichtige hypothesen. Zo kan ze voorkomen dat ze zoals dit jaar de begroting twee keer moet aanpassen en toch nog de doelstelling niet haalt. Wouter VERVENNE