Advertentie
Advertentie

Moeras van middelmatigheid

Van vrijdag tot zondag komen in Brussel enkele grote kleppers uit het Europese bedrijfsleven samen op de European Business Summit, een organisatie van Unice, de Europese werkgeversorganisatie. Ze doen dat niet enkel om samen naar de openingswedstrijd van Euro 2000 te gaan kijken. Alhoewel netwerking natuurlijk een van de hoofddoelstellingen van zon conferentie is, wordt ook van gedachten gewisseld over het ondernemersklimaat in Europa.Een van de punten op de agenda is de innovatiecultuur in Europa. Iedereen weet ondertussen dat innovatie een van de belangrijkste kiemen van een gezonde economie is. En elke bedrijfsleider beweert ook wel dat innovatie in zijn strategie bovenaan het lijstje staat. Maar is dat in de praktijk ook zo? Unice publiceerde enkele weken geleden een rapport dat een ander beeld laat zien. De studie maakt een vergelijking tussen de EU-landen en de Verenigde Staten en Japan op het vlak van innovatie, en doet aanbevelingen om de situatie in Europa te verbeteren. Want volgens het rapport heeft Europa met een ernstig innovatiedeficit te kampen.Unice somt vijf criteria op die van levensbelang zijn voor een innovatieve bedrijfswereld: een gemakkelijke toegang tot risicokapitaal, goed opgeleid personeel, voldoende verspreiding van de nieuwe technologische kennis, goede marktvoorwaarden voor productlanceringen en de houding ten opzichte van risico. Op elk van die vijf punten scoort Europa minder dan de concurrenten in Japan en de VS.Omdat het om een vergelijking op Europees vlak gaat, hoeft dat nog niet betekenen dat de situatie in België even rampzalig is. Op het vlak van opgeleid personeel bijvoorbeeld doen weinig landen in de wereld het beter dan wij. Al zou het dreigend tekort aan informatici en ingenieurs ons binnenkort wel eens parten kunnen spelen. Wat nieuwe technologische kennis betreft, is de situatie iets complexer. Op bepaalde vlakken, zoals de spraak- en de biotechnologie, kan ons land echt zijn mannetje staan. Maar de penetratie van het internet en e-business verloopt hier nog altijd relatief traag in vergelijking met de Verenigde Staten en een aantal andere Europese landen.Op het vlak van risicokapitaal kwamen er de jongste jaren en maanden heel wat initiatieven bij, maar nog steeds blijft geld vinden voor veel jonge ondernemers probleem nummer één. Ook de marktvoorwaarden voor productlanceringen zijn niet echt gunstig. Een bedrijf dat de Europese markt wil veroveren, moet nog steeds vijftien afzonderlijke aanvragen indienen, waardoor de kosten om een octrooi te krijgen zes keer hoger zijn dan over de plas.Maar het allerbelangrijkste criterium is wellicht de houding ten opzichte van risico. Zoiets valt natuurlijk niet gemakkelijk te meten. Maar Belgen staan nu eenmaal niet bekend als het moedigste volk ter wereld. Al van in de schoolbanken wordt ons ingelepeld braaf te luisteren, te zwijgen en op het einde van het jaar alles even braaf te reproduceren. Wie risico durft te nemen en wat creatiever met de leerstof omgaat, wordt daar meestal voor gestraft. Die onderwijscultuur is tekenend voor onze hele maatschappij. Hoe vaak worden afgestudeerden die niet mooi een vaste job willen zoeken, maar in een eigen idee willen investeren, niet afgeremd door hun ouders? Hoeveel ideeën van creatieve werkkrachten in een bedrijf gaan niet verloren, omdat de directie niet open staat voor vernieuwing? Belgen zijn nog steeds bang van risico. Zolang we in dat moeras van middelmatigheid vast blijven zitten, blijft het aantal Belgische ondernemers dat op wereldvlak hoge toppen scoort, op een hand te tellen. Henk DHEEDENE