Advertentie
Advertentie

Moet er nog zand zijn?

Het Zwin is veel meer dan een obligate bestemming voor schooluitstappen en kusttoeristen. De Zwinstreek behoort op natuurhistorisch vlak tot het beste wat België te bieden heeft, en het gelijknamige natuurreservaat Het Zwin onderscheidt zich door een heel bijzondere flora en fauna. In samenwerking met het Centrum voor Natuurbeschermingseducatie (CVN) worden er jaarlijks zon 2.500 geleide bezoeken in het Zwin gehouden. In tegenstelling tot het natuurreservaat kan de Zwinstreek als geheel fietsend, wandelend of met de wagen doorkruist worden, waarbij een bezoek aan Damme zeker niet mag ontbreken.Tot voor kort was er echter geen enkel actueel boek over het Zwin op de markt, waardoor de natuurliefhebbers in de kou bleven staan. Met Het Zwin. Tussen Knokke, Damme en Sluis wil uitgeverij Davidsfonds in deze lacune voorzien. Auteur is Guido Burggraeve, die al dertig jaar conservator is van het natuurreservaat Het Zwin. Minstens even belangrijk als de deskundige uitleg over flora en fauna zijn de fotos van Misjel Decleer.Het natuurreservaat heet niet toevallig Het Zwin. Een zwin is namelijk een kreek in buitendijkse gronden, die dus rechtstreeks verbonden is met de zee, waardoor er tussen twee vloeden water blijft staan. Stukken grond en kreken komen bij elk hoogtij onder water te staan, en lopen bij elke eb weer leeg. De Zwinstreek zoals we die vandaag kennen, is maar een klein overblijfsel van wat er bestond in het begin van onze jaartelling. Toen strekte dit gebied zich uit tussen de Noordzeekust en een lijn die Blankenberge, Knokke, Sluis, Damme en zelfs Brugge verbindt. In de hogergelegen gebieden, onder andere bij Aardenburg en Brugge, zijn resten van prehistorische en Romeinse bewoning teruggevonden. In 1180 werd in het Zwin de afsluitdam ten Damme aangelegd, waardoor Damme de voorhaven van Brugge werd, waar grote zeeschepen hun goederen losten. Van daaruit konden die met kleinere schepen langs de Reie naar Brugge worden vervoerd. Maar we kennen allemaal het lot van het Zwin uit onze geschiedenisboeken: het gebied verzandde en de zee trok zich geleidelijk terug. Als gevolg daarvan werden de dijken minder goed onderhouden. Pas na de rampzalige Elisabethvloed op 19 november 1404 namen de hertogen van Bourgondië maatregelen om de dijken te herstellen. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw werd het Zwin strategisch belangrijk in de strijd tussen de Spanjaarden en de Hollanders. Aan beide zijden werd een aantal forten opgetrokken, waarvan sommige nog altijd te zien zijn. Na de val van Napoleon werden de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden herenigd, maar het zou duren tot 1830, toen België onafhankelijk werd, vooraleer de rust helemaal zou weerkeren in de Zwinstreek. Guido Burggraeve gaat in zijn tekst erg systematisch tewerk. Na zijn uiteenzetting over de geschiedenis van de Zwinstreek gaat hij achtereenvolgens dieper in op het strand, de duinen, het natuurreservaat Het Zwin, de dijken, polders en wallen, en ten slotte Damme en omgeving. Telkens wordt aandacht besteed aan zowel de flora als de fauna, met bijzondere aandacht voor merkwaardige fenomenen. Zo bijvoorbeeld de fossielen die met wat geluk op het strand voor het Zwin te vinden zijn. De erosie heeft namelijk net voor het Zwin tertiaire lagen aan de oppervlakte gebracht, waardoor men op het strand relatief veel fossiele schelpen, haaien- en roggentanden vindt. Even zeldzaam, zij het heel wat recenter, zijn de drieteenmeeuwen die hier hun wellicht enige overwinteringsplaats in Nederland en België hebben. Tussen november en januari kunnen er dagelijks tussen tien en vijftig exemplaren worden waargenomen.Het Zwin onderscheidt zich eveneens door de opvallende aanwezigheid van de ooievaar. Sinds de stichting van het reservaat is in het educatieve vogelpark getracht enkele vogelsoorten te herintroduceren. Een van de opvallendste is de ooievaar. Tot voor een tiental jaren was deze vogelsoort met uitsterven bedreigd. Sindsdien is hij opnieuw geïntroduceerd in het Zwin, een initiatief dat navolging kreeg, onder meer in het dierenpark Planckendael in Muizen bij Mechelen. De pogingen hebben succes. Nederlandse, Belgische en Franse ooievaarsmannetjes en vrouwtjes blijken elkaar in het Zwin met vruchtbare gevolgen te vindenDe snelle verzanding, die het einde van het economisch belang van het Zwin inluidde, is intussen allesbehalve verleden tijd. Ook vandaag is zij de grootste bedreiging voor zowel de slikken als de schorren. De verzanding is eigenlijk het gevolg van de versnelde ontzanding sinds ongeveer 25 jaar aan de Belgische oostkust, ten gevolge van gewijzigde stromingen in het mondingsgebied Westerschelde-Noordzee, schrijft Bruggraeve. Nog in het begin van de jaren zeventig is een secundaire duinenrij vlakbij de Zwingeul volledig verdwenen. Om de ontzanding aan de oostkust tegen te gaan, heeft de overheid de laatste 25 jaar meer dan 10 miljoen kubieke meter zand opgespoten op de stranden van Knokke en Heist, maar veel van dat zand kwam in zee terecht, en droeg zo nog bij tot de verzanding van het Zwin. De verzanding is waarschijnlijk ook in belangrijke mate mee beïnvloed door de uitbouw van de voorhaven van Zeebrugge, aldus nog Bruggraeve. Wellicht speelt ook het grotendeels afdammen van de Oosterschelde een rol. Uit studies blijkt dat de vloedstroom veel sneller verloopt dan de ebstroom. Zo blijven er na elke vloed ettelijke tonnen zand in het reservaat achter. Daardoor evolueren de slikgebieden steeds meer tot zandbanken, en die bevatten heel wat minder zeeorganismen dan de bijzonder rijke slikken. () Ook in de schorren zijn de gevolgen van de verzanding heel duidelijk waarneembaar. Eén bepaalde schorrenplant, namelijk de gewone zoutmelde, kan zich optimaal ontwikkelen in een verzandende schorre. Deze soort dreigt dan ook in vrij snel tempo heel wat andere belangrijke schorrenplanten volledig te verdringen.Een oplossing voor de verzanding is er nog steeds niet. Weliswaar is er al veel onderzoek verricht. In de winter van 1989 werd een zogenaamde zandvang van 37.000 kubieke meter uitgegraven. Die is sindsdien ook al herhaaldelijk leeggemaakt, maar voorlopig allemaal zonder veel resultaat. Er is al veel goed werk verricht, geeft Burggraeve toe. Hopelijk kan er in de nabije toekomst een langdurige oplossing komen die gunstig is voor de grote natuurwaarden van dit unieke natuurreservaat. Tussen de regels weerklinkt de scepsis. Of is het wanhoop? LHGuido Burggraeve en Misjel Decleer - Het Zwin. Tussen Knokke, Damme en Sluis - 2000, Leuven, Davindsfonds, 157 blz., ISBN 90-5826-032-1