Moet fiscus ten onrechte betaalde bijzondere voorheffing op roerende inkomsten terugbetalen?

Het Arbitragehof heeft in een arrest van 9 november 1995 de bijzondere heffing op roerende inkomsten ongrondwettig verklaard. Het Hof beantwoordde daarmee een prejudiciële vraag van de correctionele rechtbank te Brussel. De bijzondere heffing is al vele jaren van toepassing. De opbrengst is beperkt en de regering overweegt om de heffing wegens die beperkte opbrengst af te schaffen. De vraag is echter of de bijzondere heffingen die in de vorige jaren zijn betaald nu ook kunnen teruggevorderd worden?Het Arbitragehof heeft in een arrest van 9 november 1995 op een prejudiciële vraag van de correctionele rechtbank te Brussel voor recht gezegd dat de bijzondere heffing op roerende inkomsten (artikel 42 van de wet van 28 december 1983 houdende fiscale en budgettaire bepalingen) het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel schendt. De heffing treft inderdaad enkel intresten van Belgische oorsprong en niet die van buitenlandse oorsprong. Naar aanleiding van deze uitspraak rijst onder meer de vraag of de belastingplichtigen, die in het verleden de bijzondere heffing hebben betaald, met dit arrest iets kunnen aanvangen om teruggave te bekomen van de aldus betaalde belasting. Het antwoord op deze vraag is niet voor de hand liggend.