Monopolies

In zijn schitterende Eeuw der onzekerheden schrijft de econoom John Galbraith dat ondernemers, herauten van de vrije markt, altijd als eerste streefdoel hebben een monopolie op te bouwen, waardoor ze de vrije markt en haar consumenten een hak kunnen zetten. Het voorbeeld dat hij daarvoor gebruikt, de commerciële, politieke en misdadige monopoliepositie van de Vanderbilts in de Far West-spoorwegen in de VS vorige eeuw, is een ingrijpend verhaal en een zeer sterk voorbeeld, maar heeft het nadeel wat af te wijken van wat wij ondertussen monopolistisch gedrag vinden.Elke handelaar wil uit de concurrentiële markt te voorschijn springen met een product waarvoor klanten alleen naar hem komen, en wil ze aan hem binden. Er is momenteel een groot aanbod aan goedkope printers, bijvoorbeeld, maar iedereen weet intussen dat je je achteraf blauw betaalt aan de monopoliesituatie van de inktcassettes. Creativiteit is gezond, zeker in een concurrentiële omgeving, en dus vergeven wij consumenten de fabrikanten veel, zij het soms mopperend.Ook als het gaat over technologieën die iedereen gebruikt, ontstaan er feitelijke monopolies. Banksys heeft in België intussen het monopolie op de biljettenautomaten en betaalkaarten. Door dat monopolie betalen handelaars schandalig veel meer voor een betaalterminal dan in landen waar competitieve systemen bestaan. Toch is het idee achter een dergelijk monopolie een zegen voor de markt. Het maakt het betaalverkeer zowel voor de banken als voor de consumenten veel makkelijker. Stel dat je zoals in sommige landen alleen maar geld uit de biljettenautomaat van je eigen bank kunt halen, ja, dan is je comfort een stuk kleiner.Ook in telecommunicatie is het maar goed dat er bijvoorbeeld geen verschillende systemen en technieken voor gewoon telefoneren bestaan per land of per telefoonmaatschappij. Het gewone telefoonnet is er, en het principe ervan is de eigendom van niemand. Stel je voor dat nieuwe telefoonmaatschappijen met een nieuwe techniek en toestellen zouden komen! Mobiel zitten we deels wel met dat probleem. Er zijn verschillende gsm-technieken en golflengtes, waarvoor aparte toestellen nodig zijn, en dat maakt dat je soms aan een gsm-operator vast zit voor langer dan je zou willen.Als er technologie bij te pas komt, wordt het streven naar eenvormigheid en compatibiliteit voortdurend groter. Maar dat streven wordt tegengewerkt enerzijds door de voortdurend evoluerende techniek en anderzijds door de computerbedrijven die zich willen onderscheiden van andere door een eigen techniek in te zetten, waarvan ze dan hopen dat die de monopolistische marktstandaard wordt.Niet alleen in de techniek, maar ook in het gebruik daarvan duiken monopolistische tendensen of verlangens op. Recent hebben we zo een aantal voorbeelden in verband met e-mail gezien. Een paar jaar geleden waren er de steden (zoals Antwerpen en Amsterdam) die hun inwoners een e-mailadres aanboden met de naam van de stad er in. Vorig jaar had de federale regering op een blauwe maandag ook het idee om elke Belg een elektronische brievenbus aan te bieden voor al zijn communicatie met de overheid. Dat laatste idee is nu door de Post overgenomen en in test gebracht in een pilootgemeente in elk van de drie gewesten.Zou het niet mooi zijn, zegt de Post, dat wij aan elke burger een beveiligde brievenbus aanbieden waarlangs hij zijn correspondentie met de overheid elektronisch kan afhandelen? Misschien wel, maar waarom de Post? Een instelling die binnenkort in het commerciële circuit terecht komt en dan misschien niet meer de beste tussenpersoon is voor mijn correspondentie met mijn overheid. Moet daar eigenlijk één instantie tussen staan? Héb ik van hen een e-mailadres nodig? Net zoals 2,5 miljoen andere Belgen heb ik al een e-mailadres en kan ik perfect een beroep doen op beveiligingssoftware om de correspondentie te verzekeren zodat de andere kant weet wie ik ben en dat de inhoud van de boodschap dezelfde is bij vertrek en bij aankomst.Het gaat hier niet eens over een nieuwe techniek. Meer dan een miljoen mensen bankieren elektronisch op een beveiligde manier. Nog een voorbeeld: in de on-line-uitwisseling van medische dossiers tussen ziekenhuizen worden die technieken ook gebruikt. En in mijn relatie met de overheid zou ik zeer graag elektronisch werken, maar liefst niet via een instantie waarvan de positie van tussenpersoon niet meteen duidelijk is of waarde toevoegt, en die mij technische keuzes oplegt. Toch zou ik heel graag via de Post on line aangetekende brieven kunnen verzenden, een Post-product waarvan een elektronische versie een logische uitbreiding van hun productengamma zou zijn. Maar als de overheid wil dat ik met haar communiceer, moet die overheid de markt volgen en de beveiligingsmethodes die er zijn inbouwen en niet met een nieuw systeem afkomen dat een monopolie dreigt te worden, en vervolgens dat systeem in exploitatie geven aan een instantie die nu nog wel van de overheid is, maar straks een concurrent is van de anderen in de markt.Wie de internetwereld kent, weet dat die technisch en fundamenteel veel te open is om voor een gat te vangen. Technisch heeft Microsoft uiteraard een meer dan dominante positie. Daarentegen is gelijk welk voorbeeld van het nastreven van een monopolie in het gebruik van het internet, in het aanbieden van inhoud of van de communicatie-instrumenten zoals e-mail, tot op heden op niets uitgedraaid. Zelfs nationale overheden slagen er niet in het net binnen hun grenzen te controleren en internetgebruikers op één lijn te krijgen. Aanbieders van unieke ideeën zouden daar lessen uit moeten trekken.De auteur is bereikbaar via e-mail: toon@grid.be