Morgen is al voorbij

Schrijvers die jan en alleman op hun tenen trappen? Ze zijn niet dik gezaaid. En toch lukt het Michel Houellebecq keer op keer. Met elke nieuwe roman jaagt hij het linkse, het rechtse én het hele middenveld tegen zich in het harnas. Elke tegenstander ventileert zo zijn eigen wrevel. Van alle kanten wordt de Franse schrijver beticht van seksisme, racisme, mercantilisme, charlatanisme. Zijn publieke optredens doen er geen goed aan: de nonsens die hij in interviews doorgaans verkoopt, doet denken aan de capsones van een echte rockster. Critici ontwaren gezwind een handige mediamanipulator die zich bedient van een beproefde marketingstrategie: schandaal doet verkopen. Dat is zeker waar, maar het zou natuurlijk ook kunnen dat Houellebecq graag voor agent provocateur speelt. Die keer dat hij tijdens een dronkenmansinterview een belangrijke Amerikaanse journaliste in zijn bed uitnodigde, doet kwaad opzet vermoeden. Houellebecq geniet ervan om uit te dagen, hij treitert graag. In zijn boeken zet hij de lezer voortdurend op het verkeerde been. De verfilming van zijn debuutroman Extension du domaine de la lutte bewandelt precies dezelfde strakke koord tussen zware ernst en dolkomische satire. Houellebecq schreef zelf mee aan het scenario en de film biedt dus ook voor de niet-lezer de gedroomde introductie tot zijn omstreden werk.Een meer getrouwe adaptatie is moeilijk denkbaar. De vertelstem declameert bijna hele paginas uit de originele tekst: J'ai si peu vécu que jai tendance à mimaginer que je ne vais pas mourir; il paraît invraisemblable quune vie humaine se réduise à si peu de chose; on simagine que quelque chose va, tôt ou tard, advenir. Profonde erreur. Une vie peut fort bien être à la fois vide et brève. Het schamele leven waarvan sprake is dat van Notre héros, de naamloze computeranalyst wiens eenzame en routineuze bestaan enkel moet onderdoen voor de doffe ellende van zijn collega. Samen slepen ze zich met veel moeite door het gevecht van alledag. De uitbreiding van het strijdperk uit de titel is de moordende competitie die zich volgens Houellebecq heeft uitgebreid van het economische domein naar het seksuele veld. Met andere woorden: zijn twee antihelden, en bij uitbreiding zowat alle blanke gegoede mannen van middelbare leeftijd, mogen al blij zijn met hun job maar zullen vruchteloos dingen naar een vrouw. Bij de aanvang van het verhaal is die oorlog reeds gestreden en verloren. Onze held heeft de strijd voorgoed opgegeven. Gefrustreerd, onverschillig, lethargisch,... de gemoedstoestand van deze vroeg uitgebluste veertiger laat zich het best samenvatten door de Engelse filmtitel: Whatever.Houellebecq schrijft niet zozeer deprimerende dan wel door en door gedeprimeerde boeken. Hij laat zijn onthechte blik over de moderne wereld glijden, kil en wreed noteert hij wat hij ziet maar amper beleeft. Regisseur Philippe Harel, die zelf de hoofdrol voor zijn rekening neemt, heeft die afstandelijkheid mooi vorm gegeven. Zijn personage fungeert voortdurend als getuige, nooit als participant. Veel scènes spelen zich af in publieke ruimten waarin de atomisering van het individu wordt beklemtoond: de metro, de supermarkt, de fitness en natuurlijk de pornobioscoop. Net als de auteur hanteert de filmmaker de blik van een koele socioloog die de gewoontes, opinies en smaken van de hedendaagse mens noteert en tot de conclusie komt dat het individu gemakkelijk tot een statistiek valt te herleiden. Voor zijn autopsie van het dagelijkse leven heeft deze film niet genoeg aan één beschouwende vertelstem, ook het hoofdpersonage becommentarieert zijn eigen perikelen alsof het de miserie van een ander betreft. Het is die unieke stijl van Houellebecq (in Particules élémentaires, Lanzerotte en Plateforme) die Harel weet te bewaren en bij momenten zelfs weet te intensifiëren: het unheimliche gevoel dat hun verhaal spreekt over het heden alsof het een toekomst betreft die al voorbij is. Een soort science fiction geschoeid op Schopenhaueriaanse leest, want het was die filosoof die ons adviseerde om in het heden te leven alsof het reeds het verleden is. Maar in tegenstelling tot bij Schopenhauer kan er bij Houellebecq, en Harel, serieus gelachen worden.Extension du domaine de la lutte van en met Philippe Harel, 120 min., 1998, VHS. Engels ondertiteldeversie onder de titel Whatevergedistribueerd door Artificial Eye (www.artificial-eye.com).VoetnootWat valt er nog over te vertellen over Stanley Kubrick? Iedereen weet al lang dat hij een perfectionist in hart en nieren was. En dat hij binnen de commerciële filmindustrie decennia lang een ongeziene artistieke vrijheid genoot. De maker van grootse en peperdure films, ware epossen die per definitie jaren in de maak waren, kon het zich permitteren om helemaal aan het eind van de productielijn nog zijn zeg te hebben over de kleur van de promotieaffiche. Op de loonlijst van Warner Brothers kreeg hij al die jaren, ook tussen filmprojecten in, een vaste plaats toebedeeld, gewoon als verstandige investering in cultureel kapitaal. Zoveel privileges hebben de mythevorming natuurlijk aangewakkerd: de visionaire kunstenaar als kluizenaar, als almachtige pater familias die familie, vrienden, kennissen, collegas, werknemers én werkgevers naar zijn pijpen laat dansen. Neuroot, misantroop, tiran, een moeilijk mens met andere woorden, maar een groot artiest is veel gepermitteerd.Kubrick heeft aan de krankzinnige beeldvorming rond zijn persoon nooit veel woorden vuilgemaakt. Daarom is het des te vreemder dat een van zijn naaste medewerkers wel die behoefte voelt. Jan Harlan is producent én schoonbroer van de legendarische filmmaker en dat laat zich zien: Stanley Kubrick: A Life in Pictures is niet meer of minder dan een hagiografie. Harlan trekt zomaar even twee uur en half uit voor een carrièreoverzicht in vogelvlucht. De talrijke filmfragmenten uit elke speelfilm in Kubricks cv worden aan elkaar gepraat door beroemde talking heads die elkaar willen overtreffen in devote toewijding aan de meester. Het resultaat is een even langdradige als overbodige reeks van eerbetuigingen waarvan niemand iets wijzer wordt. Fetisjisten kunnen zich optrekken aan een handvol nooit eerder vertoonde familiefilmpjes. Eén enkel, interessant schoonheidsfoutje: de artiest aan het werk op de set van The Shining. Afgaande op de beelden zal de geterroriseerde actrice zich die draaidag vandaag nog levendig herinneren. Dat kan niet worden gezegd van deze documentaire die gelukkig slechts als voetnoot moet dienen bij de release van een koffer met daarin de 8 belangrijkste Kubrickfilms. Van Lolita tot en met Eyes Wide Shut, een verzameling die geen commentaar noopt.Stanley Kubrick: A Life in Picturesvan Jan Harlan, 141 min., 2001, VHS & DVD. Apart of als deel van de Stanley Kubrick Collection, 9 films in 1 box, 1.211 min, 1962-1999, VHS & DVD.The making ofNosferatu uit 1922 heeft tachtig jaar na datum nog niet aan geloofwaardigheid ingeboet. Dat Murnaus vroege vampierenfilm nog steeds beklijft, heeft alles te maken met de vertolker van het hoofdpersonage. Max Schreck: een mysterieuze naam (van Transsylvaanse origine?), een animale fysionomie, en na deze unieke rol opgelost in het niets. Menig filmcriticus heeft reeds de gedachte geopperd dat de beangstigend overtuigende Schreck wel eens werkelijk tot de vampierenfamilie zou kunnen behoren. Filmmaker Elias Merhige heeft die suggestie ter harte genomen en vertelt met Shadow of a Vampire het wonderlijke verhaal van de tournage van Nosferatu. Het is de ontmoeting van twee getormenteerde geesten bestemd voor de eeuwigheid. Regisseur Friedrich Murnau en vampier Max Schreck hebben zonder medeweten van hun filmploeg een pact gesloten: de filmmaker kan rekenen op een doorleefde prestatie van zijn acteur in ruil voor het bloed van de hoofdactrice. Maar onderweg dreigt de filmproductie in het gedrang te komen, als de weinig professionele Schreck zijn appetijt moeilijk onder bedwang kan houden.Met zijn flamboyante komedie brengt Merhige eerst en vooral een ode aan de magie van de stille film en van Nosferatu in het bijzonder. De reconstructie van de originele sets en locaties (eerst in Berlijn en dan in Tsjechoslovakije, maar alles gefilmd in Luxemburg) heeft weinig uitstaans met de werkelijkheid van toen. De schemerwereld van Shadow of a Vampire is een fantasme over de analogie tussen filmmaken en vampirisme. Deze Murnau is de expeditieleider in een heroïsch avontuur op zoek naar de mogelijkheden van een nieuwe kunstvorm. Hij is een geniaal-gekke wetenschapper begaan met geheugenexperimenten: in zijn laboratorium onderzoekt hij aan de hand van een ordinaire speelfilm de impact van het filmbeeld op de menselijke herinnering. Vampier Schreck behoort tot de oude wereld: hij heeft geen camera nodig om zijn modellen het eeuwige leven te schenken, en hij ziet ook het nut van filmische registratie niet in, want zijn eigen onsterfelijkheid draagt hij al genoeg als een last. John Malkovich (als Murnau) en Willem Dafoe (als Schreck) geven briljant gestalte aan de eenzaamheid van hun personages. Merhige moet zelfs met lede ogen toezien hoe zij alle twee met zijn film aan de haal gaan, maar dat kan de pret niet drukken. Met zichtbaar plezier wentelen ze zich in de liederlijke overdrijving (inclusief een Duits accent) en stevenen ze af op een grandioze finale die niet moet onderdoen voor het origineel.Shadow of a Vampire van E. Elias Merhige, met John Malkovich en Willem Dafoe, 93 min., 2000, VHS & DVD.Samenstelling: Herman ASSELBERGHSSpion in het veldIn de zalen loopt momenteel The Tailor of Panama, een lichtvoetige spionagekomedie naar een boek van John le Carré. Wie heimwee koestert naar de tijd waarin de internationale intrige nog een ernstige zaak was, kan in de (betere) buurtvideotheek terecht voor: The Spy Who Came In from the ColdMartin Ritt, 1965, 112 minRichard Burton als Britse spion ten prooi aan opperste existentiële verwarring aan de andere kant van de Muur: dankzij de Koude Oorlog is de moeder aller spionageboeken (van Le Carré) ook de moeder aller spionagefilms.TelefonDon Siegel, 1977, 100 min.Charles Bronson als KGB-agent op Amerikaans grondgebied: 140 voorgeprogrammeerde brave burgers veranderen bij het horen van een lyrisch gedicht via telefoon in saboteurs ten dienste van Wereldoorlog III. Le petit soldatJean-Luc Godard, 1963, 88 min.Anna Karina als verleidelijke schone die het hoofd van de dubbelagent op hol brengt: een spion uit Franse extreem rechtse kringen krijgt de opdracht om een spilfiguur uit het Algerijnse verzet te vermoorden, maar hij valt voor de charmes van de linkse activiste.