Myte en pop(pen)kultuur in teatraal Japan

(tijd) - Lichten uit. Zaal donker. Podiumspots aan. Een man en een vrouw kruisen het podium. Ze knikken licht en zitten neer. Ze vertellen. Het verhaal : teater in Japan, tien eeuwen lang, in vijf en enkele bedrijven. De vertellers zijn Willy Vande Walle, hoogleraar Japanologieaan de KU Leuven en voorzitter van het wetenschappelijk komitee van Europalia Japan, en Madou Moelaert, direktrice van de afdeling teater, dans, literatuur en colloquia van Europalia. Eerste bedrijf : Nô We zijn in de achtste eeuw na Kristus. De Chinese kultuur overspoelt de eilanden die nu Japan heten, en met die kultuur drijven ook de Chinese muziek, dans en pantomime over. "Het Japanse teater is gegroeid uit die oervormen in de 10de en 12de eeuw," zegt Vande Walle. "De pantomime, kluchten en rijstvelddansen die in de 8ste eeuw vanuit China waren ingevoerd, golden als basis. De teatervormen werden wel steeds opgevoerd in een religieuzekontekst bij de feesten en het veranderen van seizoenen. Er werd niet gedanst voor het vermaak, maar in heiligdommen. In wezen was het echter een volkse vorm van teater, die in de veertiende eeuw haar statisch karakter heeft gekregen door de bescherming die de heren, de edelen, daaraan gaven.' Die konsekratie van de volkstoneelvorm liep over vader en zoon Kanami Kiyotsugu en Zeami Motokiyo die in de tweede helft van de veertiende en eerste helft van de 15de eeuw degrondslagen vastlegden van wat Nô zou worden. Uit de oorspronkelijk volkse overlevering bestond zoiets als een auteurs-Nô teater. Nô wordt nog geschreven, getuige de vijf Nô-stukken die Mishima schreef. Elementen van het Nô- teater zijn de verteller, de dansen van de tweede akt en de tematiek. Er bestaan namelijk vijf kategorieën van het Nô- spel: de godenspelen, de krijgsstukken(gesneuvelde geesten dwalen rond), vrouwenstukken over de liefde en aanverwanten, sentimentele Nô-stukken en duivelsstukken waarin demonen de hoofdrol spelen. "Er is geen plot, dat is gewoon een statement dat neergezet wordt op het podium," zegt Vande Walle. En de hoofdrol wordt gepeeld door de letterlijk en figuurlijkoogverblindende maskers. Tweede bedrijf : Kabuki Toen het Nô werd ingehaald door de edelen aan het eind van het Heian tijdperk, werden de volksere elementen van het Nô nog steeds door het volk zelf aan mekaar geregen. De begeleidende gezangen, de dansen, de dansspelen en Nô- elementen vormden samen het Kabuki teater. Vande Walle : "Het Kabuki teater heeft dezelfde oorsprong en is eigenlijk een vervolksing van het Nô teater, het heeft ook zeker in het begin ongeveer dezelfde bezetting als hetNô, maar is toch meer volks gebleven. Er komen meer gewaagde en prikkelende dansen in voor, de decors zijn omslachtiger. Eigenlijk is het Kabuki een popkultuur van die tijd met veel show, bravoure, en exhibitionisme van de vedetten van dat teater. Het is de opera van Japan.' Ook Kabuki is nog populair in Japan, en vond zijn syntese volgens het boek "Musikleben in Japan" in het duister van de hoerenkasten van dat land, waar "de financiële kracht het artistieke potentieel ontmoette". Van 1653 tot 1724 leefde de grootste dramaturg van het Kabuki : Monzaemon Chikamatsu, zeg maar gerust het Japanse ekwivalent van Shakespeare. Derde bedrijf : Bunraku Drie mannen achter één pop, tientallen jaren ervaring en meesterschap maken de pop tot een subtiele akteur. In het midden een verteller met begeleiding van een shamisen (eendriesnarig soort chinese banjo met harde klank en groot plektrum, het instrument van de geisha's ook). Bunraku ontstond in dezelfde periode als de Kabuki en verliep parallel daarmee. Vande Walle: "Er bestond een poppenspel dat geïmproviseerd werd en geen libretto had, en daarnaast was er een vertelkunst met shamisen die Joruri heette. De verteller was een groot man toen, en het zijn ook die Joruri die aanleiding hebben gegeven tot Kabuki teksten en tema's. Het Bunraku is eigenlijk ontstaan als een symbiose van die twee vormen van teater. Chikamatsu schreef naast het Kabuki ook voor het Bunraku. Het is een zeer literaire en poëtische tekst, die soms uit collages bestaat van oudere bestaande teksten, er wordt veel in geciteerd bijvoorbeeld. Het Bunraku speelt de gewone Westerse poppenspeler moeiteloos naar de coulissen achter de poppenkast. Vierde bedrijf : moderne tijden Het oude Japanse teater is blijven voortbestaan, ondanks anakronismen. Maar het teater in Japan zit nu eenmaal vol anakronismen. De Meidji periode die in 1868 werd ingezetbetekende ook een toevloed van Westerse teatervormen. Japan ging in zijn modernisme het Westenimiteren. De Westerse realistische drama's of Shimpa's waren nog sterkere anakronismen dan die die reeds bestonden in het oude Japanse teater. Vandaag komen meer en meer Japanse elementen het modernisme beïnvloeden en een syntese maken met een eigen gezicht. In het teater heeft dat lang geduurd. "Japan heeft vandaag zowel een Europees als een oosters verleden," zegt regisseur Yukio Ninagawa er over. Ninagawa kan het weten. Hij wordt zowel door de critici als door het publiek op handen gedragen voor zijn Japanizering van de meesterwerken van Shakespeare (ook Kurosawa heeft dat meermaals gedaan in zijn films). Naar het festival van Europalia komt Ninagawa met de monsterproduktie "Zelfmoord uit Liefde" naar verschillende werken van Monzaemon Chikamatsu. Een hit in Japan, met meer dan een half miljoen bezoekers, ondanks het feit dat Ninagawa eigenlijk uit de avant garde van de jaren '60 komt. Ook het realistisch teater heeft zijn draai gevonden. Getuige hiervan op het festival: Het Schminken van Misako Watanabe met Hisashi Inoue. Vijfde bedrijf : Buto Een oorspronkelijke Japanse dansvorm. De Buto dans ontstond uit een mengsel van invloeden. Er waren de traditionele dansen zoals de Bugaku of hofdansen, de dansen uit de Nô enKabuki-stukken, en de dansen van de geisha's. Maar Buto is veel meer dan dat. "Het is ontstaan uit de ontreddering en de desoriëntering die de Japanse samenleving vlak na de tweede wereldoorlog kenmerkte. Het gaat terug op straatmime ook, maar de essentie ervan is dat alle bewegingen onnatuurlijk zijn, er is verwarring en provocatie ook: alles wordt op losse schroeven gezet." Buto is na die tientallen jaren nog avant gardistisch in Japan, al heeft het Westenmet dansers als Carlotta Ikeda al uitgebreid kennis kunnen maken met die post-Hiroshima dans. Epiloog Europalia Japan heeft van al die vormen wat in huis gehaald. Vaak de beste ensembles, zegt men. Ook is er zorg gedragen voor de Japans-onkundige Westerlingen. Zo zal het Nô, Bunraku en Kabuki worden vertaald via koptelefoons ("ze hebben daar toch al een zekere ervaring in') en wordt bij het begin van elke scène van Ninagawa Company een uitleg gegeven waardoor je de draad weer kunt opnemen. Nog even aanstippen dat teater en muziek in Japan zeer nauw verbonden is en dat het niet steeds mogelijk is beide vormen te scheiden van mekaar, bij de muzikale programmatie valt dus ook wat teatraals te beleven. Doek valt. Schmink weg. Masker af. GDM >