Na de goldrush

vervolg van pagina 1Kapitaalverschaffers verkopen hun participatie gewoonlijk pas vier tot zes jaar na de investering, zegt Adam Reinbach, journalist bij Venture Economics. Maar in 1999 en 2000 hadden we starters waar de risicofinanciers zich al na drie maanden terugtrokken. Vandaar dat venture capitalists zich vergaapten op alles wat op dotcom eindigde. Maar in feite waren deze ondernemingen niet zo sexy als de oprichters of de investeerders dachten. En wanneer de returns uitbleven, stopten risicofinanciers met investeren en verkochten hun aandelen in de dotcoms. De aandelenkoersen daalden en het resultaat was de crash van maart 2000.Trein missenAchteraf bekeken is het makkelijk zich tegen de dotcomhysterie af te zetten. Nu lijkt het duidelijk dat toen alles verkeerd liep, en het is niet moeilijk mensen te vinden die dat willen toegeven. Zelfs de risicokapitaalverschaffers hadden het gevoel dat niet alles verliep zoals het hoorde. Tracy Lefterhoff is managing partner bij Price Waterhouse Coopers in San José. Ik kon er niet bij hoe die bedrijven, die met risicokapitaal werden gestijfd, ooit geld zouden verdienen, zegt ze. Ze moesten toch ooit omzet realiseren. Ik heb nooit begrepen hoe die gasten die alles voor niets weggaven, ooit zouden winstgevend konden worden.Waarom investeerden de durfkapitalisten zo veel in geld in bedrijven waarvan ze dachten dat ze nooit geld zouden verdienen? Wat waarde in hun hoofden rond? De waarheid is dat ze bang waren de trein te missen, zo meent Tracy Lefterhoff: Deze bedrijven waren zo populair op de beurs. Aan de kapitaalverschaffers konden ze zeggen: Kijk, we hebben zoveel aanbiedingen en als je wilt participeren, dan hebben we nu een antwoord nodig. Als je als risicofinancier niet antwoordt, dan weet je dat de deal verloren is. Er was geen bedenktijd. Je moest op het moment zelf beslissen of iemand anders haalde zijn slag binnen. De concurrentiedruk van de andere kapitaalfondsen en de beschikbaarheid van de centen voor bedrijven deed ons zonder de nodige nauwkeurigheid onmiddellijke beslissingen nemen.Maar ook de managers van de dotcom-bedrijven zelf worden met de vinger gewezen. Terwijl ze nog hun MBA-studie aan het afwerken waren, ontwikkelden de twintigers vlug een businessplan. Kort daarop werkten ze met budgetten van vele miljoenen dollars. Sheley Harrison, PR-goeroe en stichter van Launchpad merkt op: Iedereen maakte grappen over die uiterst succesvolle twintigers die de wereld rondvlogen om aan panelgesprekken deel te nemen en die miljoenen dollars beheerden, terwijl ze nog te jong waren om een auto te mogen huren!Er bestond inderdaad een jongerencultus bij de media en de kapitaalverschaffers. Vele jonge entrepreneurs hadden helemaal geen ervaring om een onderneming te runnen. Ik ben er van overtuigd dat te veel geld een bedrijf kan vernietigen. Want uiteindelijk is er slechts een plaats waar je echt geld moet gaan zoeken: bij de klanten, zegt Tom Kehler, een Valley-expert. Hij is de stichter van Recipio, een website die tegen een fractie van de traditionele kosten aan marktonderzoek doet. Gedurende de periode van de boom zijn de basisregels van ondernemen genegeerd. Het was vooral een zaak van enthousiasme en misleidende verwachtingen. Als je het me tijdens de grote boom had gevraagd, zou ik gezegd hebben dat ik iets niet snapte. Er was iets aan de gang dat ik niet begreep. Ik wou niet meespelen in die nieuwe wereld. Ik had er geen goed gevoel bij.PornoToch zijn er ook jonge ondernemers die voordeel hebben gehaald uit de veranderende marktomstandigheden. Philip Brandes is een typisch Amerikaans entrepreneursproduct. Op 26-jarige leeftijd had hij al een reeks rendabele ondernemingen opgezet. Zijn huidige project is de Adult Web Mastering School. Dit bedrijfje leert mensen hoe zij geld kunnen verdienen met websites voor volwassenen, pornografie dus. Daarvoor zijn mensen wel bereid te betalen. De vraag naar zulke sites kent blijkbaar geen grenzen. Zelfs het magazine Forbes moest onlangs toegeven dat pornografie op het net een recessiebestendige industrie is. Bovendien vind je in de Valley voldoende werklozen die in staat zijn een website te bouwen. Vrij eenvoudig om beide samen te brengen.Brandes aast op degenen die door de dotcoms zijn ontslaan. Zijn advertenties maken duidelijk dat mensen per week 500 tot 2.500 dollar kunnen verdienen met het beheer van een eigen pornosite. Dit is een behoorlijke return voor een opleiding die uiteindelijk 140 dollar kost. Een webmaster van pornosites heeft een schitterende carrière voor zich, staat op Brandes site te lezen. Je wordt immers betaald door mensen die naar pornografie kijken. Geen baas die op je kop zit, niet meer pendelen naar je werk, je verpest voortaan je leven niet meer. Stel je voor dat je het salaris van een dokter of een advocaat incasseert maar dan zonder het stoffige kantoor en zonder te werken van 9 tot 5.Ik was snel op dreef met het bouwen van zulke sites, legt Brandes uit. Het kost me een tot twee uur werken per dag. Moeilijk is het niet en de verdiensten zijn schitterend. Vandaar het idee om te starten met een school. Er waren immers nog mensen als ik op zoek naar werk. Voor wie ervaring met computers en websites heeft, is het een kleine stap. Ongeveer 80 procent van de studenten zijn voormalige dotcomers en ongeveer 30 procent zijn vrouwen.Brandes slaagde er dus in een succesvolle carrière uit te bouwen in tijden van economische terugval en hielp anderen hetzelfde te doen. Je kunt vragen hebben bij het ethische aspect van zijn onderneming, maar niet bij zijn gezond ondernemersverstand. Dit soort ondernemingen bewijst dat ondanks alles wat de laatste 18 maanden gebeurde, Silicon Valley nog niet heeft afgedaan. Inderdaad, de waanzin is verdwenen en makkelijk geld verdienen is er niet meer bij. Maar als het negatieve economische tij is gekeerd, is het heel waarschijnlijk dat iemand in Silicon Valley in zijn slaapkamer, in de garage van zijn ouders of in het universiteitslaboratorium aan het werken is aan een project dat ooit het nieuwe Netscape wordt.