NAVO-uitbreiding: de tweede ronde

Deze week zal de NAVO beslissen over een nieuwe robuuste uitbreidingsronde: de tweede sinds het einde van de Koude Oorlog. In 1999 werden al drie Centraal-Europese landen (Polen, Hongarije en de Tsjechische republiek) volwaardig lid van de alliantie. Op 21 en 22 november zullen de NAVO-staatshoofden in Praag zeker vier, en misschien wel zes of zeven landen uitnodigen om lid te worden. Die staten moeten beantwoorden aan de strenge toetredingsvoorwaarden, die de NAVO heeft opgelegd. Elk van de kandidaat-lidstaten volgt een Membership Action Plan (MAP), dat een democratisch politiek systeem eist, strijdkrachten onder civiele controle, een militaire bijdrage tot de alliantie en de bereidheid om interoperabiliteit te bereiken met de NAVO-bondgenoten. Tien postcommunistische landen zijn kandidaat om toe te treden. Zeven daarvan liggen buiten het territorium van de vroegere Sovjet-Unie: Slovakije, Slovenië, Kroatië, Bulgarije, Roemenië, Albanië en Macedonië. Van de twee laatste wordt vermoed dat zij uiteindelijk niet zullen worden uitgenodigd. Estland, Letland en Litouwen, ook kandidaat-leden, waren daarentegen wel lid van de vroegere Sovjet-Unie. Hun lidmaatschap is tot op vandaag meer problematisch omwille van de houding van Rusland. Uiteindelijk zijn de drie nieuwkomers van 1999 goede leerlingen gebleken in de klas van de transatlantische defensie. De tweede ronde van de NAVO-uitbreiding houdt echter heel wat meer consequenties in. Deze keer zal de uitbreiding van de NAVO naar een tweede groep van postcommunistische landen zulke ingrijpende gevolgen hebben voor de werking en het karakter van de alliantie dat de Europese veiligheid zelf op het spel staat. Een evolutie die al een hele tijd sinds de implosie van het communisme aan de gang was, zal in een stroomversnelling geraken. Zoals bij de uitbreiding van de Europese Unie dreigen ook hier politieke en strategische overwegingen de bovenhand te halen op de formele toetredingscriteria. Met als risico dat de landen worden toegelaten, ook al zijn zij lang niet klaar. Op zich is dat niet erg, op voorwaarde dat de NAVO haar doelstellingen herdefinieert. Het wordt immers steeds ongeloofwaardiger voor de NAVO om zich te blijven toeleggen op haar vroegere kerntaak: collectieve defensie van het (West-)Europese grondgebied tegen de communistische wereld.Wat echter nog meer zorgen baart, is hoe Rusland zal reageren op de uitbreiding, in het bijzonder naar de Baltische staten. Op zijn minst wil Rusland worden geconsulteerd over NAVO-uitbreiding, zelfs al aanvaardt het land de NAVO-stelling dat het terzake geen vetorecht kan krijgen. De NAVO-Rusland Raad werd opgericht in december 2001, als institutioneel signaal van solidariteit in de strijd tegen het terrorisme. Daardoor werd de perceptie verhoogd dat de alliantie in de eerste plaats een politiek orgaan wordt in plaats van een militaire organisatie. Toch blijft de vraag open wat de relatie van die Raad zal zijn tot de Euro-Atlantische Partnerschapsraad. Er zijn ook aanzienlijke meningsverschillen met Rusland over de definitie van terrorisme. Net als over Iran, Irak en Noord-Korea. Door zijn actieve diplomatie tegenover die drie staten maakte de Russische president Poetin duidelijk dat solidariteit in de strijd tegen het terrorisme geen unaniem verbond betekent. Wat Rusland ook moge zeggen, een uitbreiding van de NAVO naar haar strategische uitvalsbasis in het Balticum zal het land interpreteren als een bedreiging van zijn veiligheid. Niet dat Rusland op agressieve wijze zal reageren en bijvoorbeeld tot militaire actie zal overgaan. Maar het zal in deze uitbreidingsbeweging wel een belangrijk motief zien om zelf zijn veiligheid te garanderen. Hoe precies is vooralsnog niet duidelijk. Maar één ding is zeker: Rusland kijkt niet uitsluitend naar het westen en ziet haar roeping in een Euraziatische ruimte, waarin landen zich als buffers rond Rusland scharen en waarin ook de Centraal-Aziatische staten een rol moeten spelen. De huidige samenwerking met de VS in de zwakke onderbuik van het vroegere sovjetterritorium is niet meer dan een tactische zet, die niet noodzakelijk resulteert in een gelijkaardige Russische langetermijnstrategie. Naast deelname aan de globale strijd tegen het terrorisme heeft Rusland immers zijn eigen agenda. Of de bedreiging die Rusland vreest als gevolg van de NAVO-uitbreiding reëel is of niet maakt niet uit: het gaat om de Russische perceptie van het proces en om het verhaal dat Rusland daarover al lang heeft opgebouwd. Als dus het uitbreidingsproces niet wordt begeleid met adequate maatregelen om politieke en militaire spanningen te vermijden, dan kan het wederzijds vertrouwen aanzienlijk afnemen en wordt de Europese stabiliteit en veiligheid ernstig bedreigd. Het NAVO-lidmaatschap van Rusland in het vooruitzicht stellen als remedie, is een suggestie vanuit de Amerikaanse buitenlandse politiek, die Europa streng op zijn implicaties moet beoordelen. De vraag is of het een goede zaak is voor West-Europa om Rusland zo snel en zo ver mogelijk te integreren in Europa. In elk geval zal de volgende uitbreiding van de NAVO een katalysator zijn voor een nieuwe scheidingslijn door het Europese continent. Een scheidingslijn die het Europese veiligheidsconcept diepgaand zal beïnvloeden. De Belgische volksvertegenwoordigers moeten zich daar terdege van bewust zijn als zij over deze tweede ronde van NAVO-uitbreiding stemmen. Katlijn MALFLIET De auteur is verbonden aan het Instituut voor Internationaal en Europees Beleid (Onderzoeksgroep Centraal- en Oost-Europa) van de KU Leuven