Advertentie
Advertentie

Nederlandse architectuur, een mini-Gouden Eeuw

Nagenoeg op hetzelfde moment verschenen recentelijk twee lijvige naslagwerken met een opvallend identiek thema: de hedendaagse Nederlandse architectuur. De boekwerken SuperDutch en Het kunstmatig landschap bevestigen nog maar eens de huidige Nederlandse hoogconjunctuur in de architectuur en de aanbelangende disciplines. De immense architectuurbelangstelling van de laatste jaren zorgt haast voor een overkill. Het werkterrein van de Nederlandse architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten is op zijn zachtst comfortabel te noemen. Zo comfortabel als het in de Nederlandse architectuurgeschiedenis zelden of nooit is geweest. Het boek Het kunstmatig landschap vertrekt vanuit de stelling dat Nederland de resultante is van een heroïsche strijd tegen de natuurelementen. Het menselijk vernuft om een waterhuishouding te voeren ligt volgens Hans Ibelings ten oorsprong aan het kunstmatig landschap, een kunstmatigheid die op alle niveaus doorwerkt. Daarbij komt nog eens dat in het Nederlandse poldermodel nagenoeg alle politieke tegenstellingen weg lijken gevallen. Eenstemmig pragmatisme en unanieme aanvaarding van de vrije markt gaan iedere vorm van cultuurpessimisme te lijf. Nederland etaleert niet zozeer een laisser-fairehouding dan wel een laissez-passervariante. De Nederlandse institutionele macht is immers een pionier wanneer het aankomt op het voeren van gedoogbeleid. Na drugs en prostitutie is het nu de beurt aan de architectuur, of beter nog de ruimtelijke ordening. De grootse plannen voor een miljoen bijkomende woningen hebben de instanties genoopt tot een tolerantie die ze initieel niet gewild hadden. De realiteit draait anders uit. Nationale suburbanisering is een feit. Maar ondanks de architecturale mediocratie postuleert Het kunstmatig landschap het ene buitengewone project na het andere, alsof heel Nederland er vol van staat. En het zijn vaak jonge tot zeer jonge ontwerpers die er auteur van zijn, een unicum voor Europa. Ruim 130 projecten worden gerangschikt volgens - simplistische - trefwoorden als graffiti, continuüm, stenen tapijt of scheepsbodem. Daarbij komen nog een tiental essays die reeds eerder in andere vaktijdschriften of boeken uitgebreid aan bod zijn gekomen. Het kunstmatig landschap krijgt zo iets van een veredeld jaarboek architectuur, een zoveelste bloemlezing waar weinigen zitten op te wachten. SuperDutch is oppervlakkig gezien van hetzelfde laken een pak. Het combineert uiterst vlotjes projectbeschrijvingen (minder projecten maar haast alle dezelfde als in Ibelings boek) met enkele essays. Bart Lootsma vertrekt voor zijn betoog vanuit de tweede moderniteit, een begrip ontwikkeld in 1995 door de sociologen Beck en Giddens. De architectuur ter staving van het betoog is volgens Lootsma niet postmodern, maar een product van de tweede moderniteit. Deze nieuwigheid vloeit voort uit ontwikkelingen als globale economie en politiek, internationale medianetwerken, de nieuwe democratie. De eerste moderniteit werd gevormd onder de Industriële Revolutie terwijl de tweede vooral schatplichtig is aan een elektronische en technologische communicatiepolitiek. Van de partij zijn - zoals altijd - Wiel Arets, Ben van Berkel, O.M.A., MVRDV, Neutelings & Riedijk, West 8, Enkel Atelier van Lieshout met een nog steeds frisse polyester-architectuur kan voor een haar in de boter zorgen.Lootsma stelt vast dat de hausse van de afgelopen jaren zeker niet het gevolg is van een plotse opkomst van puur talent, de Nederlandse architecten krijgen gewoonweg betere kansen toegeschoven, iets wat van een Nederlandse traditie getuigt: een nieuwe mini-Gouden Eeuw in de maak.PSHans Ibelings - Het kunstmatig landschap. Hedendaagse architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur in Nederland - 2000, Rotterdam, NAi uitgevers, 304 pagina, geïllustreerd. ISBN 90-5662-155-6Bart Lootsma - SuperDutch. De tweede moderniteit van de Nederlandse architectuur - 2000, Nijmegen, SUN uitgeverij, 264 paginas, geïllustreerd, ISBN 90-6168-999-6