Advertentie
Advertentie

NepmedailleFrederik Delaplace

Bijna 140 beursgenoteerde bedrijven hebben zich dinsdag gemeld als trotse bezitters van een NextPrime- of een NextEconomy-label. Die begrippen moeten uitgroeien tot een kwaliteitskenmerk voor middelgrote genoteerde bedrijven. Die hopen zich zo te kunnen onderscheiden tegenover de grote beurskleppers. Een NextPrime- of NextEconomy-label verdient een bedrijf enkel als het zich bereid toont met de beleggers om te gaan zoals de grote steraandelen dat doen. Dat wil zeggen: communiceren in het Engels, elk kwartaal een stand van zaken opmaken (en daarbij de volledige waarheid vertellen), het analistenheir regelmatig uitnodigen voor een blik in het bedrijfshuishouden (maar wel elke belegger op hetzelfde ogenblik informeren),... Inspanningen die ervoor moeten zorgen dat beleggers de - vaak grote - verdiensten van een mid cap kunnen vergelijken met wat grote blue chips voorleggen, wat uiteindelijk ook een hogere beurskoers moet opleveren. Bij de 139 gelukkigen zijn ook 35 Belgische bedrijven, verhoudingsgewijs veel meer dan wat Belgische aandelen vertegenwoordigen op Euronext. Het illustreert heel goed hoe hoog de lage beurskoersen de Belgische bedrijfsleiders zitten. Zelfs quasi-steraandelen als Almanij, Bekaert en Telindus voelden de behoefte aan nog wat meer exposure. Terwijl de voorwaarden voor de nieuwe kwaliteitslabels van Euronext voor dit soort bedrijven eigenlijk vanzelfsprekend zouden moeten zijn. De lijst met Belgische NextPrimers legt nog een ander fenomeen bloot dat minstens deels de ellendige beursprestaties van onze mid caps verklaart. De aandelen van de helft van de 35 kandidaten is voor twee derde in vaste handen, verankerd bij een groepje vertrouwde, vaak familieaandeelhouders die over het reilen en zeilen van het bedrijf de facto zelf beslissen. Van de 35 bedrijven zijn er welgeteld 7 waarvan meer dan de helft van het kapitaal voor beleggers beschikbaar is. Het is zeer de vraag of een nieuw label veel internationale belangstelling lokt voor dit soort bedrijven. Krampachtig vasthouden aan verankering via een participatie van soms tot meer dan 80 procent is een anachronisme. Net als andere voorstellen om de onderwaardering van de Belgische middelgrote bedrijven te verhelpen, worden ook de nieuwe Euronext-labels niet meer dan nepmedailles als er niet fundamenteel iets wijzigt aan de Belgische beurscultuur. De zakenbankiers die bedrijven naar de beurs lokken ook verplichten die bedrijven tot het einde der dagen te blijven opvolgen met beursanalyses, kan een eerste signaal zijn. Een beursprestatie bouw je niet op één logootje. Een blik op de Franse en Nederlandse bedrijven die vanaf begin januari ook met een NextPrime- of NextEconomy-logo mogen pronken, zegt genoeg. Of staat u nu plots wel te springen om te beleggen in Digigram, Brime Technologies, Roto Smeet de Boer en Groupe Gascogne?