Advertentie
Advertentie

Niet zo gek, die ZwedenStefaan Huysentruyt

De Lumumba-commissie, die gisteren haar besluiten heeft bekendgemaakt, was bij haar oprichting bedoeld als een instrument van het paars-groene buitenlandse beleid. België wilde opnieuw een actieve rol spelen op het Afrikaanse continent en daarbij paste een mea culpa over de rol van ons land in de moord op de eerste Kongolese premier. In Kinshasa was immers vader Kabila aan de macht gekomen, die zich graag voorstelde als de erfgenaam van Lumumba. Een onderzoekscommissie naar de moord kon de weg vrijmaken voor een of andere vorm van een Belgische schuldbekentenis.Maar inmiddels is vader Kabila niet meer en zit het Kongolese vredesproces muurvast. Sinds 11 september is het bovendien geen prioriteit meer van ons buitenlandse beleid. Onmiddellijk praktisch nut heeft een mea culpa dus niet meer. Wat is de zin trouwens van het opnemen van morele verantwoordelijkheid voor zaken die veertig jaar geleden onder druk van economische belangen fout zijn gelopen, als nagelaten wordt te onderzoeken of onze economische relaties van vandaag met Kongo wel koosjer zijn? Sinds haar oprichting is van de parlementaire onderzoekscommissie over de coltanaffaire niets meer gehoord.De besluiten van de Lumumba-commissie mogen dan al niet onmiddellijk bruikbaar zijn voor doeleinden van buitenlands beleid, ze zijn het wel voor binnenlands gebruik. Ze komen op een ogenblik dat de rol van het koningshuis opnieuw op de politieke agenda staat. Als Boudewijn zijn boekje te buiten kon gaan, zoals de commissie vaststelt, dan is de kans groot dat Albert dat vandaag ook kan. En er zijn meer dan voldoende aanwijzigingen dat dit ook gebeurt. Zo is de Vlaamse regering in de affaire-Opgrimbie gezwicht onder koninklijke druk. En in het dossier-Sabena is het geen toeval dat de Belgische adel een nieuwe maatschappij de lucht in tracht te krijgen.Het ligt in dit land politiek nog altijd gevoelig de rol van het koningshuis ter discussie te stellen. Zonder vorstenhuis is er ook geen België meer, luidt de dooddoener bij iedere politicus die het voortbestaan van dit landje genegen is. Maar zelfs in de veronderstelling dat deze analyse klopt, is dat nog geen reden om de vorst in een democratie een meer dan louter protocollaire rol toe te kennen.Het voorstel van Vlaamse partijvoorzitters om, naar het Zweedse voorbeeld, de koninklijke rol tot het minimum terug te schroeven, moet dan ook toegejuicht worden. Maar of het een lang leven beschoren zal zijn, dient nog afgewacht. Soortgelijke voorstellen werden in het verleden steevast na enige tijd geruisloos opgeborgen. Dat heeft alles te maken met het feit dat een politicus die in dit dossier zijn nek uitsteekt, zijn ministeriële ambities mag opbergen. En wat geldt voor individuele politici, geldt evenzeer voor partijen. Partijen die bij het Hof niet in de bovenste la liggen, zijn bij een regeringsvorming ook niet de eerste keuze.