Advertentie
Advertentie

Nieuw Europa vervalt in oude gewoontes

Europa verliest aan concurrentiekracht. Dat blijkt duidelijk uit het jongste concurrentiekrachtrapport van het International Institute for Management Development (IMD). Het IMD publiceert jaarlijks een landenranking inzake concurrentiekracht. Gezien alle EMU-landen in de rangorde zijn opgenomen, is het niet moeilijk aan de hand van de economische gewichten van elke lidstaat de ranking van gans de EMU te berekenen. Wat blijkt? In de tweede helft van de jaren negentig was de EMU duidelijk aan een inhaalbeweging begonnen. Het concurrentiekrachtverschil met de VS (die sinds minstens vijf jaar onafgebroken de eerste plaats in de ranking bekleden) verkleinde. Tussen 1997 en 2000 sprongen de EMU-landen gemiddeld van de 19de plaats naar de 15de. Dit jaar glijdt de EMU echter opnieuw af naar de 16de plaats.Dat de slabakkende hervormingsinspanningen niet vreemd zijn aan deze achteruitgang, suggereert onder meer een commissienota van Frits Bolkenstein, EU-commissielid voor de Interne Markt. Volgens Bolkenstein getroosten de lidstaten zich onvoldoende inspanningen om de vervollediging van de interne markt - nochtans een hoeksteen in de EU-strategie om tegen 2010 uit te groeien tot de meest concurrentiekrachtige en dynamische economie ter wereld tot een goed einde te brengen. Van de 36 acties die tegen juni 2001 gepland waren, zullen er volgens Bolkenstein maar 20 afgewerkt zijn. De vertragingsmanoeuvres op de Top van Stockholm rond de liberalisering van de nutssectoren, zijn een teken aan de wand. In de ambitieuze agenda van premier Guy Verhofstadt voor het Belgisch EU-voorzitterschap in de tweede helft van dit jaar, komt deze problematiek nog nauwelijks ter sprake.Ook het enthousiasme voor arbeidsmarkthervormingen tempert. Twee ECB-economisten berekenden dat de kloof tussen de Europese en Amerikaanse arbeidsmarkt groot blijft. Een blik op de recentere evoluties overtuigt de auteurs zelfs dat in de grote EMU-lidstaten, Frankrijk, Italië en in zekere mate ook Duitsland de arbeidsmarkt opnieuw rigider wordt. Anekdotische informatie lijkt die trend te bevestigen. De ontslagaankondigingen van onder meer Danone en M&S (en de verkiezingen in 2002) waren mede de aanzet voor de Franse premier, Lionel Jospin, om het parlement een maatregel voor te leggen die onder meer de ontslagvergoeding verdubbelt. OESO-onderzoek heeft echter uitgewezen dat een verstrakking van de ontslagprocedures meestal tot een hogere gemiddelde werkloosheid leidt. In Duitsland (dat niet toevallig ook naar de stembus moet in 2002) heeft het parlement intussen een maatregel aanvaard die de arbeidsraden een groter belang toekent. Volgens de Duitse werkgeversorganisaties wordt het kluwen aan arbeidsmarktwetgeving hierdoor alleen maar nog ondoorzichtiger. De OESO trekt eveneens van leer tegen het Duitse arbeidsmarktbeleid, dat ze in een eerste versie van het nieuwe landenrapport over Duitsland als ineffectief bestempelt. Ook Frankrijk en Italië krijgen in de nieuwe Economic Outlook van de OESO de raad niet te aarzelen met verdere arbeidsmarkthervormingen. Het terugkrabbelen van Duitsland inzake de lang voorbereide Europese overnamewetgeving illustreert nog maar eens hoe de regeringen weer meer en meer de nationale kaart trekken ten koste van een grotere efficiëntie op Europees vlak.Zonder de nodige herstructureringen dreigt het economische groeipotentieel van de EMU begrensd te blijven aan de huidige 2,5 à 2,75 procent. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben, niet het minst voor de euro-dollarkoers. Uit een regressie-analyse van het IMF blijkt dat het reilen en zeilen van de euro-dollarkoers de afgelopen jaren alsmaar meer bepaald werd door de kapitaalstromen in de aandelenmarkt, met name Europese beleggers die hun aandelenportefeuille herschikten in het voordeel van de VS. Het IMF somt hiervoor twee redenen op. Risicospreiding is de eerste. De komst van de euro en het eengemaakte monetaire beleid verhoogde de correlatie tussen Europese beursreturns. Een diversifiëring buiten de eurozone was een evidente reactie. Waarom veel beleggers in hun keuze van buitenlandse aandelen voor de VS kozen, heeft volgens de regressie-analyse van het IMF vooral te maken met de verwachte economische langetermijngroei, die hoeft het nog gezegd in de VS veel hoger lag dan elders.Als Europa nu zijn structurele inspanningen staakt, dreigt de economische groeikloof met de VS in de komende jaren opnieuw toe te nemen, wat het appreciatiepotentieel van de euro tegenover de dollar zou indijken. Volgens the Big-Mac index van the Economist is de euro vandaag ongeveer 10 procent te goedkoop. De invoering van de eurobiljetten en verwachte renteversoepelingen door de ECB, zouden die onderwaardering enigszins kunnen corrigeren. Zonder bijkomende structurele inspanningen dreigt het herstel daar echter te stokken. Liesbeth VAN DE CRAENDe auteur is economiste bij de BBL