Nieuwe Kortrijkse avonturen

Dans@tack 09.02 gaat zijn tweede weekend in, met alweer drie voorstellingen. Twee ervan, die van Pierre Rubio en Manuele Rastaldi, waren hier nooit eerder te zien. Rastaldis Loom is ook een première. Terminal van Heine Avdal en Christoph de Boeck was vorig jaar voor het eerst in Leuven te zien. Als toemaatje is er ook nu weer een kleine installatie, deze keer van Gilles Duvivier, die vorige week samen met zijn vriendin Estela Zutic het bevreemdende Nulcomazero presenteerde. Pierre Rubio is een kleine, beweeglijke man met donkere pretoogjes en een heel fijn ringbaardje. Zoals het een Fransman betaamt, brengt hij zijn verhaal zonder een hapering, als een hecht doortimmerd betoog. Nochtans heet zijn voorstelling Impossible to achieve en gaat ze ook over de betekenis van mislukkingen. De voorstelling kende al verschillende vormen voor ze tot de definitieve versie kwam die Rubio in Kortrijk presenteert. Ik heb veel belangstelling voor de manier waarop de geest en het lichaam bewegen. Hoe is het ene met het andere verknoopt, wanneer is er een verband tussen beide en wanneer niet. Die belangstelling is niet toevallig. Ze is innig verbonden met mijn eigen loopbaan als danser.Die kende een heel klassiek carrière-verloop. Van de theater- en dansschool ging het naar enkele grote gezelschappen. Mijn laatste job had ik bij Michèle-Anne de Mey. In 1995 kwam ik echter tot het besef dat ik diep ontevreden was over de richting die dit alles nam. Ik had het gevoel dat mijn lichaam mij niet meer toebehoorde. Ik stelde mij vragen over mijn verhouding met choreografen en over het format van veel dansvoorstellingen. Daarom begon ik op eigen houtje andere dingen uit te proberen. Met de Duitse choreograaf Felix Ruckert ontwikkelde ik bijvoorbeeld een buitenissige voorstelling waarbij ik telkens voor slechts één toeschouwer danste. Daar deed ik een voor mij belangrijke ontdekking: door de grote verscheidenheid aan reacties kreeg ik een veel juister oog voor de singulariteit van elk individu. In de solo die ik hier breng, probeer ik ook een bijzondere band te ontwikkelen met elke toeschouwer op zich, niet met het publiek als geheel. Ik stortte mij ook in de improvisatie en kwam in contact met mensen als Steve Paxton of Lisa Nelson. Echte hippies, vergeleken met het milieu dat ik kende. Voor hen is alles mogelijk, is er geen auteur-choreograaf die alles moet vastleggen. Sindsdien heb ik besloten niet meer te werken vóór, maar enkel nog mét mensen, zoals bijvoorbeeld Davis Freeman, Lilia Mestre of Isabelle Schad.Over de voorstelling wil Rubio nog het volgende kwijt : Tijdens de voorstelling praat en beweeg ik tegelijk. Het thema is de mislukking. In de voorstelling kan je drie betekenislagen onderscheiden. In eerste instantie toon ik iemand die faalt omdat hij zich een onhaalbaar doel heeft gesteld. Dat is het soort mislukking dat de mensen doet lachen. Maar daarnaast toon ik ook hoe de constructie van het stuk is. Ten gronde gaat het stuk tenslotte niet enkel over een choreografische structuur, maar ook over de structuur van een mens, hoe die in elkaar zit. Mijn gedachte is dat die menselijke structuur altijd principieel onaf is. Vandaar ook de titel Impossible to achieve.Manuela Rastaldi is uit heel ander hout gesneden dan Rubio. Deze frêle Italiaanse uit de streek van Turijn formuleert haar inzichten veel meer tastenderwijs. Ze volgde een klassieke balletopleiding in het Zwitserse Zürich en zakte zeven jaar geleden naar Brussel af, omdat ze gehoord had over de nieuwe school, PARTS, die daar opgericht werd door Anne-Teresa de Keersmaeker. Toch volgde ze, bij gebrek aan financiële middelen, nooit de reguliere opleiding. Ze nam wel deel aan twee van de drie proef-workshops die de eigenlijke start van de school voorafgingen en bleef in Brussel hangen. Met medestudent van het eerste uur Tom Plischke maakte ze enkele video-installaties. Na enkele optredens in voorstellingen van Samyra Bafdel en de compagnie van Michèle-Anne de Mey besloot ze zich aan eigen werk te wagen. Mijn eerste werk, LEnissima (De zoveelste) was een nogal vormelijk werk. De choreografie was volledig uitgeschreven. Daarna gooide ik het met Tra over een andere boeg. In dat stuk combineerde ik een uitgewerkte choreografie met improvisatie. Het idee was om het vervlieden van de tijd tastbaar te maken. Daarna begon ik site-specific werk te maken. Ik had genoeg van de klassieke formule van een opvoering en wilde onderzoeken wat je kan aanvangen met de genius loci van een plek. Ik werkte een gestructureerde improvisatie uit, die ik op diverse bijzondere plekken uitprobeerde om te zien welke invloed dat had op je ervaring en je waarneming van dezelfde basis-tekst. Die verschillende settings waren tegelijk een gelegenheid om de verhouding tussen danser en toeschouwer nader te onderzoeken.Niet dat het allemaal zo nieuw is, dat beseft Rastaldi maar al te goed. Het is haar manier om zich de experimenten van de jaren zestig en zeventig eigen te maken, als een springplank voor haar eigen ontwikkeling. De voorstelling Loom die ik nu breng, is een kwartet voor vier vrouwen. Ik gebruik hier voor de eerste keer een installatie als uitgangspunt: drie grote dozen die bestaan uit een metalen frame waarrond plastic linten gespannen zijn. Ik werkte al eerder met dezelfde installatie in Salzburg.Heine Avdal en Christophe de Boeck leerden elkaar kennen tijdens een workshop van het posthogeschoolproject APT. Avdal had al zijn sporen verdiend met zijn bijdrage aan het Highway 101-project van Meg Stuart en het fel opgemerkte Cast off skin, een voorstelling die hij maakte samen met Yukio Shinozaki. Uitgangspunt van deze voorstelling is de idee dat je het lichaam als een container kan bekijken waar signalen of aanwezigheden doorreizen. Die aanwezigheden worden in de voorstelling verbeeld door een klanktapijt van vaak schrille en scherpe tonen die Christoph de Boek elektronisch opwekt. Na een verrassende opening , waarin het publiek vaststelt dat het opgenomen wordt door een camera, verliest de voorstelling echter enigszins zijn scherpte. Avdal verbeeldt de aanwezigheden die zijn lichaam doortrekken immers op een nogal belegen wijze: hij voert een verhaaltje op. Trillend en schokkend ligt hij te kijk op de podiumvloer, alsof hij bezeten wordt door krachten die hem te boven gaan.Daarnaast kent de voorstelling echter ook een tweede reeks beelden met een groter potentieel. Tegen de achterwand van de zaal hangen snapshots, onder meer van het gebouw zelf waarin de voorstelling zich afspeelt. Die gaat hij van dichtbij monsteren. Als toeschouwer volg je van nabij mee wat Avdal ziet omdat je via een camera meekijkt met Avdal. Dan gebeurt iets onverwachts: de weergave van het blikveld van Avdal wordt plots verruild voor videobeelden van de glazen voorbouw van Toren Tack. Die videobeelden, gemonteerd in een loop, tonen een opwaartse camerabeweging langs de verschillende vloeren van deze voorbouw. Stukken van het lichaam van Avdal, zoals een voet, verschijnen hier als terloops, in hoeken van het beeld. De hele enscenering suggereert zo een wisselwerking in het hoofd van de danser tussen de fotos van het gebouw en zijn herinneringen. Het is alsof we onder zijn schedel meekijken naar de inwerking van die snapshots op zijn denken en handelen. Al is ook deze idee niet volledig uitgewerkt, ze biedt wel een interessante aanzet voor volgend werk. Een danswerkplaats als Dans In Kortrijk is de ideale locatie voor dat soort onderzoek.Impossible to achieve speelt op vrijdag 20/9 om 19u., en op zaterdag 21/9 en zondag 22/9 om 18u. in Toren Tack. Op vrijdag is de voorstelling in het Frans, op zaterdag en zondag in het Engels. Loom staat zaterdag 21/9 en zondag 22/9 om 20u. in Limelight, Jan Persijnstraat 5. Terminal is vrijdag 20/9 om 21u. en zaterdag 21/9 om 22u. te zien in het oude Fabriekspand Desmet-de Jaegere, op loopafstand van Toren Tack op de Dam. Voor inlichtingen over locaties en wegbeschrijving kan u terecht bij www.dansinkortrijk.be . Reserveren kan via Limelight, 056/22.10.01 of info@limelight-kortrijk.beSamenstelling: Pieter TJONCK